Waarom het ene groeiland kwetsbaarder is dan het andere
De munten van groeilanden hebben de jongste weken klappen gekregen. Waarom staan ze onder druk en welke valuta's zijn het kwetsbaarst?
De Argentijnse peso verloor sinds half april 11 procent van zijn waarde tegenover de dollar. Ook de Mexicaanse peso, de Poolse zloty en veel andere munten lieten pluimen. Het verlies tegenover de verzwakkende euro was minder groot.
De groeimarkten staan onder druk omdat de verstrakking van het Amerikaans monetair beleid de Amerikaanse langetermijnrente en de dollar sinds half april duidelijk heeft doen stijgen. De Amerikaanse tienjaarsrente steeg voor het eerst sinds 2014 naar 3 procent. Sommige beleggers vinden dat een aantrekkelijke vergoeding en repatriëren kapitaal uit de groeilanden.
Sommige munten ondervinden veel last van die kapitaalstroom richting de VS omdat ze zwakke fundamenten hebben. Argentinië worstelt met een hoge inflatie van zowat 25 procent, een groot tekort op de lopende rekening en kwetsbare overheidsfinanciën.
In zo'n context kan één vonk een munt sterk doen dalen. De aanleiding voor de zware val van de peso was de invoering van een vermogenswinstbelasting in Argentinië. Die fiscale maatregel leidde tot kapitaalvlucht.
Ook Turkije werd geconfronteerd met een flinke daling van zijn munt. De centrale bank aarzelde om de rente te verhogen en Ankara vocht diplomatieke robbertjes uit met verschillende landen. Net als Argentinië kampt Turkije met hoge inflatie en een groot tekort op de lopende rekening.
Een tekort op de lopende rekening maakt een munt kwetsbaar omdat een land dan afhankelijk is van buitenlands kapitaal. Buitenlandse beleggers moeten immers dat deficit financieren door rechtstreeks te investeren in bedrijven of aandelen of obligaties van dat land te kopen.
Ook de kenmerken van de overheidsschuld zijn belangrijk. Landen die veel ontlenen in vreemde munt lopen een risico. Als hun munt daalt tegenover de dollar, zien ze de schuldenlast uitgedrukt in lokale munt toenemen. Twee derde van de overheidsschuld van Argentinië en Oekraïne is schuld in vreemde munt, blijkt uit cijfers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
Ook wie de staatsobligaties koopt, speelt een rol. Buitenlandse beleggers zijn doorgaans minder trouw dan binnenlandse. Dat ondervond zelfs België tijdens de politieke impasse in 2011. Meer dan de helft van de overheidsschuld van Indonesië en Polen is in handen van buitenlandse beleggers. Dat kan een reden zijn waarom de Poolse zloty de jongste weken een van de sterkste dalers was.
Een land kan zijn munt verdedigen als het voldoende valutareserves heeft. Het kan dollars verkopen om de eigen munt te ondersteunen. Het IMF zegt in zijn jongste rapport over financiële stabiliteit dat Turkije, Zuid-Afrika en Maleisië te weinig reserves hebben en daardoor kwetsbaar zijn.
De roebel hield de jongste weken goed stand. Dat is wellicht te danken aan de klim van de olieprijs. Rusland is een belangrijke producent van olie.
Ook de Chinese munt daalde weinig. Peking heeft zeer grote reserves en durft wellicht de yuan niet te laten dalen om het handelsconflict met de Amerikaanse president Donald Trump niet op de spits te drijven.