Vrij lijvige post, maar we zitten in Wetenschap & Natuur voor iets hé
Eerst, voor een vangstquotum.
Fixed Harvesting Quotum
(Bron: Case, T.J., 'An Illustrated Guide to theoretical ecology', 2000)
Deze grafiek is opgesteld volgens een ietwat versimpelde, maar wel geldige formule. De dikke zwarte horizontale lijn is het vangstquotum Q - de Y-as is dN/dt, dat is aangroeisnelheid van de populatie met de tijd. De X-as is de absolute populatie.
Zoals je ziet, zijn er drie te onderscheiden gebieden op de grafiek. We beginnen helemaal rechts. De populatie vis is groot, maar groeit slechts traag aan. De populatie zal dus afnemen, want er wordt meer gevist dan er aangegroeid wordt. Dit is niet zo'n probleem - we schuiven naar links op de grafiek en komen tot het punt waar de aangroeisnelheid overeenkomt met het vangstquotum. Stabiel Evenwicht, geen probleem - een vangstquotum is dus niet per se slecht.
Het gebied in het midden (het rode stuk dat zich boven het quotum bevindt) stelt een middelgrote populatie met een zeer hoge aangroeisnelheid voor. Ook hier is niet zo'n probleem. Er komt meer vis bij dan er gevangen wordt, dus de populatie groeit. We schuiven dus naar rechts op de grafiek en komen in dat stabiele punt (N*1 genoemd op het kaartje) waar de aangroei en vangst even groot is.
Wanneer de populatie echter klein is en de aangroeisnelheid ook, zal de vis snel uitsterven.
Een fixed harvest quotum is dus niet per se slecht, maar kan wel gevaarlijk zijn. Het is ook niet omdat een vangstquotum in een bepaalde periode goed is, dat het dat pakweg tien jaar later nog steeds zo is. Misschien is de samenstelling van het water veranderd waardoor de aangroeisnelheid daalt, misschien zijn er meer roofdieren in het meer gekomen waardoor de totale populatie te klein geworden is.
Over naar een Fixed Effort Harvesting Quotum dan.
Grafiekje is hier:
Fixed Effort Harvesting Quotum (bron is dezelfde)
X- en Y-as zijn dezelfde (hoewel er nu R staat ipv van N, dat is slechts een notatie).
De totale vangst C = Catch-Per-Unit-Effort * Effort. CPUE kan je gelijkstellen aan catchability q * populatie N, dus C = q * Effort * N, waardoor je de vangstinspanning kan uitzetten als een lineare rechte.
Wanneer er meer gevangen wordt dan de aangroeisnelheid, zal de populatie minderen. We schuiving op de grafiek dus op naar links. Wanneer we nu evenveel moeite doen, zullen we van deze kleinere populatie ook minder vis vangen dan in de vorige periode. Op die manier evolueren we naar een punt waar de vangst = de aangroeisnelheid. Omgekeerd telt ook: wanneer we minder dan de aangroeisnelheid vangen, stijgt de populatie en vangen we met evenveel inspanning meer vis waardoor we weer tot een evenwicht kunnen komen. Zelfs met een hoge inspanning kan je dus nog steeds tot een evenwicht komen.
Enkel wanneer je inspanning héél hoog is, zal je populatie geen tijd krijgen om te herstellen en dus overbevist raken. Ideaal is natuurlijk om te proberen die bol van medium effort te bereiken, waar je met een matige inspanning een maximum aan vis hebt.
Ik zou er graag ook
dit grafiekje nog bijsmijten (bron: Worm, B. 'Rebuilding Global Fisheries', Science, 2009).
De zwarte vierkantjes stellen een beperkte technologie en gesloten gebied voor - de witte vierkantjes zijn enkel een beperkte technologie en de bolletjes zijn ongelimiteerd. Het is duidelijk wie het meeste winst maakt.
Bijkomend voordeel: ook voor de diversiteit komt dit ten goede, wat extra toeristen op duiktrips meebrengt!
Dit is allemaal nog steeds ietwat ingekort en versimpeld (doch wel zelf getypt!) maar geeft wel wat ik bedoel.