Een rationele functie kan 1 of 2 schuine asymptoten hebben als de graad van de teller exact 1 groter is dan de graad van de noemer.
Dan zijn er twee methodes om de schuine asymptoot te bepalen: formules van Cauchy en een euclidische staartdeling.
Formules van Cauchy:
y = mx + q is de vgl een schuine asymptoot.
m = lim (x naar +/- oneindig) f(x)/x
q = lim (x naar +/- oneindig) f(x) - mx)
Doordat je een verschillend resultaat kan bekomen voor + en - oneindig kan je twee verschillende schuine asymptoten hebben.
Bij de Euclidische deling, deel je teller door noemer, het quotient is een eerstegraadsfunctie en dat is dan je schuine asymptoot. Op deze manier kan je toch maximaal 1 schuine asymptoot hebben?
Wanneer gebruik je best welke methode?
Dan zijn er twee methodes om de schuine asymptoot te bepalen: formules van Cauchy en een euclidische staartdeling.
Formules van Cauchy:
y = mx + q is de vgl een schuine asymptoot.
m = lim (x naar +/- oneindig) f(x)/x
q = lim (x naar +/- oneindig) f(x) - mx)
Doordat je een verschillend resultaat kan bekomen voor + en - oneindig kan je twee verschillende schuine asymptoten hebben.
Bij de Euclidische deling, deel je teller door noemer, het quotient is een eerstegraadsfunctie en dat is dan je schuine asymptoot. Op deze manier kan je toch maximaal 1 schuine asymptoot hebben?
Wanneer gebruik je best welke methode?
) functie waarvan de graad van de teller precies 1 groter is dan de graad van de noemer, heeft exact één schuine asymptoot (ttz. zowel op + als - oneindig, maar dezelfde). De formulering "kan 1 of 2 (...) hebben" is dus wat misleidend: er is er sowieso een en geen verschillende op + en - oneindig. De methode om de asymptoot te vinden via euclidische deling, verklaart dit ook onmiddellijk.