Als iedereen u zegt dat je beter af bent met je racistische voorzitter dan moet je als partij toch denken dat je ergens vooraf serieus de mist bent ingegaan, en al helemaal als links-leunend-met-een-helling-naar-rechts. En ik spreek als iemand wiens grootouders roder dan rood (maar geen communist) waren in de jaren twintig, dertig en tot het jaar ‘93 (rip). Vroeger was ‘nen hogen Sos’ weliswaar corrupt, maar dat was nu eenmaal hoe het was en ge wist wat ge er aan had. (Niet dat ik zeg dat het toen beter was, alleen ‘duidelijker’)
Mr S herinnerde er mij net aan dat ‘geen voorzitter’ niet wil zeggen ‘geen minister’ en ik vrees dus dat we hem volgend jaar toch aan onze vingers gaan hebben, zeker om de N-VA afspraken na te komen.
Sowieso krijgen we hem weer op onze boterham. Maar dat is mijn persoonlijk sentiment, ik moet hem niet maar absoluut geen oordeel voor wie hem wel kan smaken.
Ik zit nu wel met de vraag: in hoeverre heb je als partijvoorzitter ‘een privé’. Ik bedoel niet ‘recht op’ want iedereen heeft daar récht op, ik bedoel gewoon ‘heb je dat’?