En waarom is dat voor u de norm? Ik zie vanuit mijn persoonlijke leefwereld toch ook een hele hoop andere verhalen. En dat zijn niet allemaal hoge profielen. Maar het lijkt me evident om voor een job in aanmerking te komen dat je én gekwalificeerd bent én een gemeenschappelijke taal (ook al is het misschien geen Nederlands) spreekt. Zie niet in hoe je anders op een deftige manier kan samenwerken.
3.4. In welke sectoren werken allochtonen, met welke arbeidsvoorwaarden?
Traditioneel zijn allochtonen oververtegenwoordigd in sectoren en beroepen met zwaar en ongezond werk (bv. de
mijnbouw) en/of minder gunstige arbeidsvoorwaarden op vlak van statuut, loon en arbeidstijdregelingen (bv. landen tuinbouw, horeca). Dit beeld is sindsdien weinig veranderd hoewel de waaier van sectoren en beroepen
waarin allochtonen tewerkgesteld zijn, uitgebreid is. Uit een zeer partiële27 analyse van cijfers voor 2006 en het
Vlaamse gewest (site Steunpunt WSE), op basis van de nationaliteit, blijkt dat de allochtonen sterk
oververtegenwoordigd zijn in de land-en tuinbouw en de tertiaire sectoren, die gekenmerkt zijn door
seizoensarbeid, uitzendarbeid, onregelmatige werkuren en relatief lage lonen. Van de Belgen werkt nog
nauwelijks 0,5% in de land- en tuinbouw, bij de allochtonen is dit 4,8%. Meer dan de helft (bijna 54%) van de
allochtonen werkt in tertiaire sectoren, bij de Belgen is dit iets minder dan 39%. En opvallend is vooral hun
enorme aanwezigheid in de sector van ‘diensten aan ondernemingen, terbeschikkingstelling van personeel en
industriële reiniging’ (waaronder vooral de uitzendarbeid), waarin bijna 24% van de loontrekkende allochtonen is
tewerkgesteld tegenover slechts 9% van de Belgen. Aan de andere en ‘betere’ kant werkt slechts 19% van de
allochtonen (tegenover 35% van de Belgen) in de ‘stabiele’ quartaire sectoren, met relatief ‘vast werk’ en gunstige
arbeidsvoorwaarden. De nodige diplomavereisten (voor bv. onderwijzend en verzorgend personeel) en de lange
tijd beperkte toegang van publieke diensten voor niet-Belgen zijn hiervan de belangrijkste oorzaken.
In een recente publicatie28 geeft het Steunpunt WSE een overzicht van de verschillen in arbeidsvoorwaarden
tussen autochtonen, geboren in België of een andere EU-lidstaat, en autochtonen. Het betreft hier cijfers van
2009 voor de loontrekkenden in het Vlaamse gewest. Het aandeel loontrekkenden met een tijdelijk contract
bedraagt bij de Belgen 6,3%, bij de EU migranten is dit 9,3%, maar dit loopt op tot 15,7% bij de niet-EU migranten
en zelfs één op zes bij de vrouwen binnen deze groep. Het nog steeds nadelige arbeidersstatuut geldt voor
62,2% van de niet-EU’ers, bij de Belgen is dit iets minder dan de helft (30,9%). Slechts een kwart van de nietEU’ers heeft een bediendestatuut, amper 13% is ambtenaar.
Er is wel weinig verschil in het aandeel voltijdse en deeltijdse arbeid. Bij de loontrekkenden geboren buiten de EU
bedraagt het aandeel deeltijdarbeid 25,2%, iets minder dan bij de Belgen (26,7%) en de andere EU’ers (28,1%).
Dit is wellicht te verklaren door het grote aandeel seizoens- en uitzendarbeid bij de niet-EU migranten, die
meestal voltijdse tewerkstelling (op dag- of weekbasis) betreft.
Het recente rapport van Eurostat, Migrants in Europe. Edition 2011, toont duidelijk aan dat België binnen de EU
zeer slecht scoort op alle indicatoren van inkomensverschillen tussen autochtonen en allochtonen. Zowel in
absolute als relatieve termen is de inkomenskloof bij de bevolking tussen 25 en 54 jaar één van de grootste in
België. Het gaat hierbij niet noodzakelijk om ‘objectieve loondiscriminatie’, zoals tussen mannen en vrouwen
bestaat, maar vooral om de aard van de sectoren en beroepen waarin allochtonen tewerkgesteld zijn (cf. supra).
In hetzelfde rapport bekleedt België dan ook de tweede plaats (na Griekenland) op vlak van armoederisico of
sociale uitsluiting bij in het buitenland geboren allochtonen.
Nee, het gaat hier idd over allochtonen in het algemeen, maar het lijkt me niet vreemd om te zeggen dat je dit meer zal hebben bij niet-nederlandstalige allochtonen. En hoe lager de job qua intellectueel niveau, hoe groter de kans dat een andere taal niet voldoende is.