4. Terugbetaling op basis van werkelijke elektriciteitskosten
22. De terugbetaling door de werkgever moet gebeuren op basis van de werkelijke elektriciteitskosten van de werknemer, die moeten bewezen worden. Hiervoor zijn alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed, toegestaan.
23. Een exacte berekening van die werkelijke elektriciteitskosten ligt echter niet altijd voor de hand. Er zijn immers heel wat paramaters (12) waarmee rekening moet worden gehouden om de werkelijke elektriciteitskosten per werknemer en per oplaadbeurt te kunnen berekenen. Dit kan leiden tot een belangrijke administratieve last voor zowel de werknemer als de werkgever.
(12) Dag- en nachttarief, vast, variabel of dynamisch energiecontract, contractwijziging(en) doorheen het jaar, elektriciteit via zonnepanelen, thuisbatterij, capaciteitstarief.
24. Om hieraan tegemoet te komen, wordt aanvaard dat voor het berekenen van de werkelijke elektriciteitskosten gebruik mag worden gemaakt van een vast bedrag per kWh, maar enkel en alleen op voorwaarde dat dit vast bedrag per kWh niet meer bedraagt dan het hierna vermelde CREG-tarief.
25. Dit impliceert uiteraard wel nog dat de werkgever het exacte elektriciteitsverbruik voor het thuis opladen van de bedrijfswagen per werknemer moet kennen.
a. CREG-tarief
26. Het maximaal vast bedrag per kWh wordt voor elk betrokken kwartaal bepaald per gewest aan de hand van de woonplaats van de werknemer (13). Dit betekent dat er in een kalenderjaar per gewest slechts 4 keer een maximaal vast bedrag per kWh wordt bepaald. Dit bedrag wordt als volgt vastgesteld.
(13) Zie nr. 29 hierna.
27. Eerst wordt het vast bedrag per kWh voor een betrokken maand vastgelegd aan de hand van de gemiddelde commerciële elektriciteitsprijs all-in (14) op de kleinhandelsmarkt voor residentiële klanten met een huishouden met digitale teller, een elektrisch voertuig, een verbruik van 8.000 kWh/jaar en gemiddelde maandpiek van 7,36 kW, zoals door de CREG gepubliceerd in haar boordtabel op haar website voor die betreffende maand.
(14) De all-in prijs bevat de volgende componenten: de prijs voor de energie, de netwerkkosten (transmissie/transport en distributie), de heffingen en toeslagen en btw.
28. Op basis daarvan wordt vervolgens het maximaal vast bedrag per kWh voor het betrokken kwartaal vastgesteld als volgt:
- de vaste bedragen per kWh van augustus, september en oktober van jaar N-1 vormen de basis voor de berekening van het maximaal vast bedrag per kWh voor de terugbetaling van de verbruikte elektriciteit tijdens het eerste kwartaal van jaar N
- de vaste bedragen per kWh van november en december van jaar N-1 en januari van jaar N vormen de basis voor de berekening van het maximaal vast bedrag per kWh voor de terugbetaling van de verbruikte elektriciteit tijdens het tweede kwartaal van jaar N
- de vaste bedragen per kWh van februari, maart en april van jaar N vormen de basis voor de berekening van het maximaal vast bedrag per kWh voor de terugbetaling van de verbruikte elektriciteit tijdens het derde kwartaal van jaar N
- de vaste bedragen per kWh van mei, juni en juli van jaar N vormen de basis voor de berekening van het maximaal vast bedrag per kWh voor de terugbetal
ing van de verbruikte elektriciteit tijdens het vierde kwartaal van jaar N.