Je hebt het over de praktijk.
In de praktijk zijn er regels over waar je hoe hard rijden mag, dat is te meten en icm regels over welke straf daarop staat, volgt daar een bepaalde boete/straf oid uit.
Maar hoe kan je nu pesten echt objectief meten? Wordt er niet juist gepest wanneer iemand (leerkracht) net wegloopt, wegkijkt, even de aandacht elders is? Je kan zeggen dat als iemand voor [insert scheldwoord] wordt uitgemaakt, dit pesten is. Maar voor je het pesten (en niet plagen) kan noemen, moet het structureel zijn en structureel ervaren worden (wat persoonsgebonden en situatiegebonden is), de ontvanger van dat scheldwoord dat ook als naar ervaart en is dat objectief te meten? Ik denk dat zodra je eisen gaat stellen aan het objectief meten of de ontvanger iets als pesten ziet, als het al kan, je daarmee het persoonlijke aspect weghaalt voor de gepeste en dat dit een vorm van pesten op zichzelf is. En hoe zorg je ervoor dat de pester zich niet in de slachtofferrol van gepeste wurmt? En dan heb ik nog niets eens over dat het ene pesten het andere niet is. Net als het ene hard rijden (in een woonwijk versus industrieterrein) het andere niet is. Een pester maakt gebruik van de context om te pesten. Als dat geraffineerd gebeurt, hoe geef je dat objectief weer? Bij elke objectivering, vereenvoudig je de context, sla je de situatie plat(ter). Dat doet geen recht aan het pesten en zeker niet aan de gepeste.
Dat wil niet zeggen dat pesten niet gestraft moet worden. Ik zie eerder meer iets in het gereedschap dat scholen al hebben. Als een school een leerling echt niet meer wil hebben, komen ze er ook heus vanaf. Dat kind gaat of naar een nieuwe school of zit thuis. En er zijn heel veel kinderen die thuis zitten. Maar er moet eerst een omslag komen in cultuur, de cultuur van het (wegkijken bij) pesten. Welke soorten zijn er? Welke vorm nemen ze aan, wat zegt dat over de pester? Kinderen kunnen er geen woorden aan geven. Volwassenen moeten dat voor ze doen.