Lolplayer zei:
Je leest toch gewoon en schrijft alles over wat je kan gebruiken, je maakt er een synthese van en hopla literatuurstudie gemaakt.
Dit. Je neemt één artikel dat precies over jouw onderwerp gaat of je kijkt eens bij de artikels van je promotor, je bekijkt de referentielijst eens, je haalt er daar een stuk of vijf uit die interessant lijken, die vijf bekijk je, daar kijk je ook in de referentielijst,... Elke zin waarvan je denkt "oh, daar kan ik misschien wel een stukje over doen" of "dit is misschien wel relevant", plak je in een Word-documentje. Als je dan netjes één Word-documentje hebt per onderwerp (of opdelen in secties of bladzijden of zo), dan heb je na een middagje artikels lezen een heleboel mogelijke invalshoeken, onderwerpen en referenties.
En dan begin je te schrijven, van algemeen naar specifiek. Zo gaat mijn bachelorpaper over homonegativiteit in het onderwijs, maar ik heb eerst een stuk over stigma's, dan over stereotypes, dan over de rol van gendernonconform gedrag en dan pas over homonegativiteit en daarna over homonegativiteit in het onderwijs.
Al schrijvende merk je wel dat je nog niet alles weet of dat je nog meer referenties nodig hebt, naja, dat doe je dan tijdens het schrijven, dat merk je vanzelf wel.
En hoe je concreet te werk gaat hangt natuurlijk af van persoon tot persoon. Ik doe stukje per stukje en begin pas aan het volgende stuk als het vorige stuk af is. Een vriendin van mij had één of ander monsterdocument met allerlei kladdingetjes, dingetjes in fluo aangeduid, dingen waarvoor nog referenties moesten worden opgezocht,... Ik vind dat superonoverzichtelijk, maar ja, misschien werkt zij makkelijker zo
