Laakdal, een kleine gemeente van 15.000 inwoners in de Antwerpse Kempen, niet meteen een plek die je met extremen associeert. Op de velden liggen in plastic gehulde hooibalen. Koeien grazen, een man maait zijn weidse gazon, de vogels fluiten. Het leven kabbelde er ook gisteren gemoedelijk verder. Maar zondag is hier wel degelijk een en ander veranderd: voortaan is rond de 30 procent van de inwoners kiezer van Vlaams Belang. De partij zag haar percentage verdrievoudigen. Bijna nergens was haar winst zo groot. En dat in een regio waar de grootsteden ver weg zijn en er van transmigranten al helemaal geen sprake is.
Maar internet en televisie, dat hebben ze hier wel. ‘Ik las vanmorgen op Facebook nog over een migrant met vier huizen in Marokko, een dikke auto en hier een sociale woning.’ Marina Cauwberghs (55) zegt het op een toon die overloopt van de verontwaardiging, in café ’t Katerke. Eerder zag ze ook al een filmpje ‘uit Amerika’, ‘waarop migranten grafstenen stukmaakten’. Fakenieuws of niet: de angst dat taferelen die ze elders zien, zouden kunnen overwaaien naar hun rustige Kempen, baart deze inwoners grote zorgen.
Cauwberghs is er trouwens van overtuigd dat haar leven vandaag al lijdt onder de migranten, die ze in Laakdal zelf zelden ziet. ‘De pillen die ik neem om mijn ziekte onder controle te houden, zijn de afgelopen jaren almaar duurder geworden. Bijna onbetaalbaar zelfs, in combinatie met mijn huishuur. Voor Belgen die het nodig hebben, maken ze alles duurder en moeilijker. Maar voor vluchtelingen bouwen ze hele kampen. Wij zijn dat beu. We zijn kwaad.’
‘Vijf jaar lang niets gedaan’
‘Wat ik de belangrijkste standpunten van Vlaams Belang vind? Geen idee. Ik ken hun programma niet.’ Toch gaf Steven Schuer (47) de partij zijn stem. Uit protest. ‘De gewone partijen hebben vijf jaar lang niets gedaan. Het heeft geen zin meer om nog op hen te stemmen. Het is tijd dat ze stevig wakkergeschud worden.’