Een beetje relevant hier, opiniestuk over waarom Amerika al een decennium dichter naar de afgrond kruipt en waarom daar niet meteen verandering in lijkt te komen.
Wie een hoopvol beeld van Amerika wil zien, moet gaan kijken hoe goed de ondernemers van Silicon Valley het doen. Voor een somber beeld gaat u volgens TIMOTHY GARTON ASH best naar Washington. ‘Wat is het toch dat de Amerikaanse politiek zo deprimerend maakt?'
Als ik een complottheoreticus was, dan zou ik opperen dat Osama bin Laden een Chinese agent is. En misschien hebben ook de Amerikaanse banken, kredietkaartenbedrijven, reclamebureaus en de regering in het geheim ook voor China gewerkt. Want terwijl de Verenigde Staten sinds 9/11 meer dan duizend miljard dollar uitgegeven hebben aan buitenlandse oorlogen en thuis een schuldenberg zo groot als de Mount Everest hebben opgebouwd, is China al tien jaar rustig aan het groeien, sparen, investeren en opkomen. Als de winnaar van de oorlog in Irak Iran was, dan was de winnaar van de tien jaar aan de gang zijnde oorlog tegen de gewelddadige islam misschien wel China.
Strategische verwarring
Het goede nieuws is dat Amerika zich bewust wordt van die situatie. President Obama heeft het over de nood voor natieopbouw thuis. Richard Haass, hoofd van de raad voor Buitenlandse Relaties en ooit een lid van de regering-Bush, gewaagt van ‘een decennium van strategische verwarring'. Een Republikeinse oudgediende merkt op dat de VS meer infrastructuur bouwen in Afghanistan dan in Amerika. (Elk jaar dat ik terugkom in de VS lijkt het wegdek van de autosnelwegen nog verslechterd te zijn.) De helft van de krantenkolommen benadrukt het contrast tussen de hogesnelheidstreinen die de Chinese steden met elkaar verbinden en het gebrek daaraan in Amerika. De voormalige nationale veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski roept op tot een programma voor ‘nationale vernieuwing'. Iedereen geeft toe dat de prestaties in de onderste helft van het Amerikaanse onderwijssysteem pover zijn.
En dan hebben we het nog niet gehad over het alarmerend trage herstel van de economie, het banenverlies, de omvang van de stijgende tekorten. De voorspellingen bekijkend van de rekenkamer van het Congres zegt de Republikeinse senator John Ensign dat dit land, tenzij het er snel iets aan doet, ‘Griekenland wordt, met dat verschil dat we geen Europese Unie hebben om ons te redden'. Een van de meest vooraanstaande militairen van het land werd niet zo lang geleden gevraagd wat volgens hem de grootste bedreiging voor de nationale veiligheid vormt. Zijn antwoord: onze nationale schuld.
Dat betekent niet dat de gevaren niet reëel of onbelangrijk zijn: het islamistische terrorisme, de kans dat een bijna-nucleair Iran een nucleaire wapenwedloop in het Midden-Oosten op gang brengt, of de etterende zweer van het onopgeloste Palestijns-Israëlische conflict. Maar als u zich afvraagt wat het grootste geopolitieke verhaal van de jaren 2010 wordt, dan gok ik op dit moment ‘opkomend China en haperend Amerika'. Wat die wedstrijd zal opleveren in 2020 zal vooral afhangen van de mate waarin Amerika erin slaagt orde op zaken te stellen in eigen huis. ‘Dokter, genees uzelf!'
iPhone, Facebook, Twitter
Als u optimistisch wilt zijn omtrent de kans dat Amerika zich vernieuwt, ga naar Silicon Valley. Wilt u somber zijn, kijk naar Washington. De strijd om het herstel van Amerika is die van de iPad tegen de filibuster. In Silicon Valley, wat verder in de straat waar ik dit schrijf, zie je alles wat nog inspirerend is aan de Amerikaanse samenleving: innovatie geworteld in wetenschap en intellectuele vrijheid, ondernemers en risicokapitaal die die innovatie commercieel exploiteren, een dynamische, open maatschappij die van overal de slimste koppen aantrekt — Indiërs, Chinezen, Europeanen. Vraag mensen overal in de wereld wat ze het hardst bewonderen aan Amerika, en de kans is groot dat hun shortlist behalve George Clooney en Julia Roberts ook de iPhone, Facebook, Twitter en Google vermeldt.
Maar zet uw televisie aan of blader naar de politieke pagina's in uw krant, en de moed zinkt u in de schoenen. Wat is het toch dat de Amerikaanse politiek zo deprimerend maakt? Ze is zowel gepolariseerd als geblokkeerd. In Silicon Valley grijpt verandering plaats met de snelheid van sciencefiction, in Washington tegen het slakkengangetje van de Sovjet-Unie onder Brezjnev. De uitstekende conservatieve commentator David Brooks merkt op dat een groeiend aantal Amerikanen vindt dat het politieke systeem niet meer werkt.
Homohuwelijk
Er zijn verschillende aspecten aan die disfunctionaliteit. Er is wat ik de politiek van culturele distractie noem. Miljoenen uren uitzendtijd worden gewijd aan argumenten omtrent het homohuwelijk, abortus, homoseksualiteit, of onlangs, het geplande islamitische centrum om de hoek van Ground Zero in New York. Het lijken in toenemende mate argumenten voor welk deuntje het orkest moet spelen op het dek van de Titanic. Ook al draagt de Tea Partybeweging bij aan de gekte, ze praat tenminste over de problemen in de machinekamer.
Er is ook de sterke partijpolitieke polarisatie tussen tv-zenders, met Fox News dat rechts brult, MSNBC dat terugschreeuwt van links, en CNN dat tekeergaat in het midden.
Er is de manier waarop geld de Amerikaanse politiek beheerst. Herverkozen geraken is verschrikkelijk duur, en de leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden moeten dat om de twee jaar doen, en dus zijn ze continu afhankelijk van hun donoren. Door een perverse recente richtlijn van het Hooggerechtshof mogen bedrijven nu effectief onbeperkt veel uitgeven aan politieke reclame.
Er is het schaamteloze knoeien met kiesdistricten, ‘redistricting' in het politieke jargon. Op een recent evenement georganiseerd door Google legde Ed Gillespie, ex-voorzitter van de Republican National Committee, rustig uit dat de controle verwerven over de plaatselijke huizen van afgevaardigden in de individuele staten ook belangrijk is, want dat helpt als het erop aan komt ‘de districtsgrenzen zo te hertekenen dat je partij ervan profiteert'. Hij deed zelfs niet alsof in een democratie iedereen gelijk aan de start behoort te komen.
Lachsalvo
Het zijn allemaal factoren die bijdragen aan de disfunctionaliteit. Maar het prangendste, urgentste probleem is de combinatie van institutionele blokkering en het gebrek aan partijoverschrijdende samenwerking — waarbij beide factoren elkaar versterken. De komiek Stephen Colbert kreeg onlangs een controversiële uitnodiging om in een Congrescommissie te getuigen over de situatie van immigranten in de landbouw. In zijn toespraak zei hij: ‘Ik vertrouw erop dat beide zijden na mijn getuigenis aan dit thema zullen werken met het belang van het hele Amerikaanse volk voor ogen — zoals u altijd doet.' Dat leverde hem het hardste lachsalvo van de dag op.
De peilingen wijzen erop dat de Republikeinen bij de tussentijdse verkiezingen op 2 november de controle zullen krijgen in het Huis van Afgevaardigden maar geen meerderheid zullen verwerven in de Senaat. Zoals het nu loopt, betekent dat een nog grotere blokkering en uitstel op zijn Brezjnevs. Maar de Verenigde Staten kunnen zich dat niet langer veroorloven. Het kan zo niet verder. Of beter, dat kan wel degelijk, maar als dat gebeurt, dan boert Amerika verder achteruit tegenover China — dat op weg naar de bank in zijn vuistje zal lachen.
Er is echt geen nood aan aardverschuivingen binnen het politieke systeem. Partijoverschrijdende samenwerking om het absurd gecompliceerde belastingstelsel te vereenvoudigen, een heroriëntering van het budget naar natieopbouw thuis, een beperking van de macht van geld in de Amerikaanse politiek, en een wijziging van de regels in de Senaat — daarmee schiet je al een heel eind op. Maar in 2010 wordt een van de vragen van dit decennium duidelijk gesteld: kunnen de Verenigde Staten hervormd worden?
TIMOTHY GARTON ASHWie? Professor Europese studies aan de Universiteit van Oxford en columnist van The Guardian. Werkt op dit ogenblik aan de universiteit van Stanford in California. Wat? De VS hebben dringend nood aan politieke hervormingen. Waarom? Het lijkt er wel de Sovjet-Unie van Brezjnev.