Tot voor kort werd het tarief van de koopbelasting nog bepaald door het kadastraal inkomen (KI) van de woning. Het kadastraal inkomen is een fictief inkomen dat overeenstemt met de gemiddelde jaarlijkse huuropbrengsten, die evenwel nog gebaseerd zijn op de huurprijzen van 1975.
Op die manier betaalde je 10% verkooprechten – de vroegere “registratierechten” - voor woningen met een KI hoger dan 745 euro. Daarnaast werd een tarief van 5% gehanteerd voor woningen met een KI met een maximum van 745 euro, dan wel 845 euro indien de kopers 3 of 4 kinderen hadden, tot 945 euro bij 5 of 6 kinderen en 1045 euro vanaf zeven kinderen. Dit gunstregime werd ook wel “klein beschrijf” genoemd. Daarenboven kon bij de aankoop van een woning of bouwgrond in bepaalde gevallen genoten worden van een “abattement”, nl.: het feit dat je geen verkooprechten moest betalen op de eerste 15.000 euro van de aankoopsom. Naast dit “basis-abattement”, bestonden ook de figuren van het bij-abattement, het renovatieabattement, alsook de meeneembaarheid van verkooprechten.