Benjamin zei:
Het probleem is dat concurrentie soms buitengewoon moeilijk of onmogelijk is.
Met internet lukt dat nog wel, met energie is het ook mogelijk maar is de privatisering verkeerd gelopen (te snel te veel te amateuristisch?) maar hoe kan je op een en hetzelfde traject concurrentie toestaan op ons spoorwegennet (in Nederland wat meer vertakt dan in België)? Ik zeg niet dat het niet kan maar de planning wordt dan al snel verdomd lastig.
Maar inderdaad, het voornaamste is dat in ieder geval de infrastructuur van de overheid is.
Wat betreft die neutrale beheerder van de infrastructuur, ik denk dat OPTA een buitengewoon goed voorbeeld is. Nergens in Europa ontwikkelde de internetmarkt zich zo goed als in Nederland, dankzij deze toezichthouder. Ik weet niet ofdat het OPTA nu nog zo goed functioneert maar er is denk ik geen twijfel over mogelijk dat Nederland haar goede internet aan de OPTA te danken heeft.
Ik ben een voorstander van kapitalisme, maar ik begrijp het voorstel om de infrastructuur genationaliseerd te maken wegens technische en praktische onmogelijkheid tot concurrentie.
Sorry voor de lange lap tekst, maar in verband met concurrentie op energieproductieniveau wil ik het volgende zeggen (toch belangrijk voor de mensen die willen geïnformeerd zijn om ook de andere kant van het verhaal eens te horen, in plaats van altijd de kritiek):
---------------------------------------------------------------
De voorbije jaren is Electrabel grondig veranderd. Tien jaar geleden was Electrabel, en dit zoals alle grote Europese energieondernemingen, een geïntegreerde onderneming die instond voor de productie en verkoop van elektriciteit. Daarnaast bezat en beheerde Electrabel ook het transportnet en een groot deel van de distributienetten. Met de komst van de diverse Europese richtlijnen, maar ook als gevolg van de akkoorden die we hebben gesloten met de overheid in 2005 en 2008 – de zogeheten Pax Electrica I en II die we geheel nageleefd en uitgevoerd hebben, is enerzijds ons marktaandeel in België sterk verminderd en anderzijds hebben we ons marktaandeel in andere landen, voornamelijk in Duitsland, Frankrijk en Nederland, aanzienlijk ontwikkeld.
Zo is ons aandeel in de productie in België in enkele jaren herleid van meer dan 90% naar 62% vandaag. Ons marktaandeel voor de verkoop van elektriciteit werd teruggebracht van ongeveer 83% naar 68%. Deze belangrijke posities, “dominante” posities zouden sommigen zeggen, betekenen evenwel niet dat er misbruik is van een machtspositie. Wat de mededingingswet verbiedt, is misbruik van macht. Terloops herinner ik er hierbij even aan dat, ondanks meerdere onderzoeken, er nooit enig machtsmisbruik in hoofde van Electrabel is vastgesteld. Nochtans hebben de mededingingsautoriteiten de gelegenheid gehad om meerdere onderwerpen die aanleiding geweest zijn tot heel wat polemiek, in detail en zeer grondig te bestuderen. Zo heeft de Raad voor mededinging vastgesteld dat de beslissing van Electrabel in 2007 om de aardgasprijzen voor residentiële klanten te verhogen, teneinde ze af te stemmen op de marktprijzen – beslissing die aanleiding heeft gegeven tot een erg agressieve campagne in de pers – geenszins getuigde van machtsmisbruik in hoofde van Electrabel en dat deze beslissing dus volkomen wettelijk was.
Recenter nog, eind vorige week, besliste de Europese Commissie dat er geen enkel element voorhanden was dat de thesis zou staven dat Electrabel door middel van lange termijncontracten de toegang tot de markt voor de levering van elektriciteit aan grote industriële klanten blokkeert. Binnen de netactiviteiten hebben we, door de jaren heen, en altijd op vraag van de openbare besturen en op basis van constructieve, niet-conflictuele onderhandelingen, meegewerkt aan de creatie van het nieuwe landschap voor de netactiviteiten zoals gewenst door de openbare besturen. Wij hebben ons volledig teruggetrokken uit het kapitaal van Elia en Fluxys, we hebben ons aandeel in de distributienetbeheerders aanzienlijk teruggebracht en we hebben het beheer vandie netten afgestaan aan geheel onafhankelijke ondernemingen, Ores, Eandis en BNO.
Maar eigenlijk zijn deze strikt nationale referenties die zich beperken tot de Belgische markt niet meer echt pertinent. Inderdaad, en we hebben dit al vaak herhaald, de elektriciteitsmarkten zijn geëvolueerd, van nationale markten naar regionale markten. Voor Electrabel is de Centraalwest- Europese markt de referentiemarkt geworden; deze markt omvat de Benelux, Duitsland en Frankrijk – landen die sterk met elkaar geïnterconnecteerd zijn. Dit heeft belangrijke concrete gevolgen die ik graag even onder uw aandacht wil brengen:
De CWE-markt vormt wat men noemt een “elektrisch systeem”. Talrijke spelers zijn hierop actief (EDF, E.ON, RWE of Electrabel, GDF SUEZ) zonder dat een van hen – en dit is fundamenteel – invloed heeft op de prijzen in deze zone. Toch hoort men nog vaak zeggen dat deze of gene speler de elektriciteitsprijs bepaalt of oplegt. Dit staat haaks op de werkelijkheid. Ik kom hier zo dadelijk op terug.
Binnen deze markt beschikken wij momenteel over 8% van de beschikbare productiecapaciteit. Zoals ik meestal zeg, een belangrijke plaats naast spelers als EDF, E.ON of RWE, maar zeker geen dominante plaats.
Vanuit operationeel oogpunt, en het is op dat niveau dat we dagelijks ons productiepark aansturen of onze investeringsbeslissingen analyseren, is de inplanting van een elektriciteitscentrale, aan de ene of de andere kant van de grens, minder van belang dan vroeger. De investeringsbeslissingen kunnen wel beïnvloed worden door argumenten van een andere natuur, zoals het regulatoir of wettelijk kader of de aanwezigheid van beschikbare sites. Het zijn dergelijke motieven die E.ON of Electrabel er toe hebben aangezet om bijvoorbeeld de voorkeur te geven te investeren in steenkoolcentrales in Nederland.
Hiapoe