Waarom wij de Britten zo haten
De Hunnen zijn terug, en ze spreken Engels met een gevarieerd maar onveranderlijk gemeen accent. Geen enkele andere volksgemeenschap slaagt erin om de vakantie van anderen zo vakkundig om zeep te helpen als de Britten. Ze doen dat een hele zomer lang en overal waar de zon schijnt met hun unieke mengsel van baldadigheid en arrogantie, hun pathetische drankzucht, hun gebrek aan smaak, en eigenlijk gewoon hun lelijkheid en stompzinnige aanwezigheid. Zo, dat lucht op.
Met weemoed denken wij terug aan de tijden toen de Nederlanders nog het meest in het oog liepen, met hun caravans, luidruchtige kinderen en terecht legendarische gierigheid. Of de Duitsers, die, eens op vakantie, schenen vergeten te zijn wie de oorlog ook alweer verloren had. Fijnzinnige estheten zijn het, onze noorder- en oosterburen, in vergelijking met aangeboren hooligans van gene zijde van het Kanaal.
Een geluk is nog wel dat een Brit op vakantie erg gemakkelijk te herkennen valt. Een kaalgeschoren hoofd met een veel te grote en goedkope zonnebril; een roodverbrande stierennek; een stel wanstaltige tatoeages verspreid over het bovenlijf, voor zover dat niet bedekt is met een voetbalshirt van Manchester United, Chelsea of Celtic Glasgow; een halveliterpint altijd bij de hand. De dame in het gezelschap verdeelt haar aandacht tussen de jengelende kinderen en het overgordijn dat ze bij het inpakken met de topjes in de kleerkast verward heeft. Wie een Brits stel op vakantie heeft gezien begrijpt waarom de Engelse kranten vol staan met dramatische verhalen over binge drinking, obesitas en tienerzwangerschappen.
Nieuw is de trend van het hooligantoerisme niet. De Britten hielpen zowat eigenhandig het Spaanse eiland Ibiza naar de vaantjes, in Griekenland moest Faliraki eraan geloven en Korfoe is goed op weg om net zoals het mythische Atlantis in de zee te verdwijnen door het Britse gebral en gebras. Nieuw is wel dat de Britten die achterblijven in Londen en omgeving schijnen te beseffen dat er iets aan de hand is. In de Britse kwaliteitspers verschijnen nu welhaast wekelijks reportages over hoe landgenoten huishouden in Zuid-Europa. Een clubeigenaar uit Ibiza mag vertellen hoe de Britten het toerisme er weg hebben gevaagd met hun drank- en drugsmisbruik. Kopieën van Griekse voorpagina's worden afgedrukt waarop Britten te zien zijn die op het strand slagroom likken van de boezem van hun vakantieliefdes.
Een oplossing dringt zich op. Als de Britten nu eens in mei of juni aan de rest van de wereld laten weten op welk strand of eiland ze dit jaar hun vernielzucht zullen aanrichten dan weten wij waar we zeker niet naartoe moeten. Gaan de Britten dit jaar naar Mallorca of Kreta? Dan wij naar Sicilië of Cyprus. Everybody happy.
Bart Eeckhout
30-08-2005