Laten we soera 25:53 eens bekijken:
En Hij is het die twee wateren heeft doen stromen, het ene zoet en het andere zout, en tussen hen heeft Hij een afscheiding en een versperring geplaatst. [ii]
De moslim waarmee ik in discussie was (daarna gesteund door verscheidene anderen) redeneerde als volgt:
Het bovengenoemde vers uit de koran verwijst duidelijk naar het samenkomen van grote rivieren en de grotere zeeën en oceanen, waarbij de rivier in sommige gevallen mijlenver de zee in stroomt zonder dat deze twee waterentiteiten mengen. Het is in deze tijd een door wetenschappers erkend fenomeen waarvan ook de koran duidelijk en onloochenbaar aangeeft wat de reden hiervoor is. Het zoete karakter van de ene en het zoute karakter van de andere, oftewel, in moderne wetenschappelijke bewoordingen, het verschil in specifieke zwaartekracht tussen beide entiteiten. Dit is tevens de verklaring die moderne wetenschappers hiervoor geven. (Suleiman, in “Scientific facts and Qur’an”. Soc.religion.islam, 4 november 1999)
Echter, als we verschillende Engelse vertalingen van de koran bekijken, moet je vaststellen dat het in dit vers niet over zeeën maar in overeenstemming met het Arabisch over waterentiteiten gaat (met dank aan een moslim die me hierop wees):
YUSUFALI: It is He Who has let free the two bodies of flowing water: One palatable and sweet, and the other salt and bitter; yet has He made a barrier between them, a partition that is forbidden to be passed.
PICKTHAL: And He it is Who hath given independence to the two seas (though they meet); one palatable, sweet, and the other saltish, bitter; and hath set a bar and a forbidding ban between them.
SHAKIR: And He it is Who has made two seas to flow freely, the one sweet that subdues thirst by its sweetness, and the other salt that burns by its saltness; and between the two He has made a barrier and inviolable obstruction
Om nu te komen tot een werkbare “modern wetenschappelijke” interpretatie, moet men volhouden dat het niet gaat om twee zeeën of twee watervlakten, maar dat één van beide een rivier is. Het Arabisch maakt dit onderscheid niet. Waarom is dit belangrijk? Omdat om moderne wetenschap in dit vers te vinden, Suleiman en anderen moeten blijven volhouden dat één waterentiteit een rivier (zoet water) en één waterentiteit een oceaan (zout water) is. Pas dan kunnen ze het idee introduceren van een zoetwater rivier die de zee instroomt zonder te mengen. Laten we vervolgens het punt of het water nu wel mengt (zoals ik zou beweren), of dat het niet mengt (zoals Suleiman et al. zouden beweren) naast ons neerleggen. Er is namelijk een fundamenteler punt. Als het Arabisch niet specifiek aangeeft dat één van beide een rivier betreft, is er namelijk een veel eenvoudiger interpretatie:
1. De eerste “zee” of “waterentiteit (body of water)” of “bahr” (in het Arabisch) in het vers is de Rode Zee (dichtbij Mekka en Medina), die Mohammed kende en die zout is.
2. De tweede “zee” of “waterentiteit (body of water)” of “bahr” in het vers zou een locale watervlakte met zoet water kunnen zijn (er zijn genoeg oases waaruit gekozen kan worden).
3. Deze tweede “zeeën” of “waterentiteiten” of “bahr” zijn gescheiden door land, dit is de genoemde afscheiding.
4. Derhalve is soera 25:53 feitelijk een opmerking van Mohammed over het wonder (zoals hij het zag) dat Allah in staat was geweest om zoet en zout water te scheiden.
Deze interpretatie heeft een aantal voordelen ten opzichte van de redenering die door Suleiman en anderen wordt aangedragen dat dit vers een modern wetenschappelijk wonder bevat. Deze voordelen zijn:
1. Suleiman beweerde dat Mohammed waarschijnlijk nooit een rivier de zee in had zien stromen (hij “leefde op duizenden mijlen afstand rivieren en zeeën” volgens Suleiman’s eerste stellingname op 4 november 1999). Als Suleiman het bij het rechte eind heeft in deze bewering, klopt dit goed met mijn, hierboven gegeven, interpretatie dat in Mohammeds beleving zoet en zout water niet bij elkaar komen.
2. Het betekent dat soera 25:53 zowel in de tijd waarin het geschreven is (600 AD), als vandaag toepasbaar is. De moslims die het vroeger lazen, konden het, evenals de moslims vandaag, begrijpen en hun God prijzen voor Zijn voorzienigheid. De alternatieve interpretatie brengt echter met zich mee dat dit vers gedurende 1300 jaar betekenisloos was, totdat in onze tijd, met behulp van moderne wetenschap, de betekenis verklaard kon worden. Dat houdt tevens in dat de koran niet voor iedereen in elke tijd relevant was.
3. Het verklaart waarom Mohammed soera 25:53 schreef. Zonder kennis te hebben van rivieren en zeeën die al dan niet mengen, kon hij echter wel het belang van zoet water begrijpen. Het is volkomen begrijpelijk waarom hij de beschikbaarheid van zoet water, gescheiden van het ondrinkbare zoute water, als een voorbeeld van Allah’s voorzienigheid ziet en de moeite van het vermelden waard vindt.
Om soera 25:53 te kunnen gebruiken om het moderne-wetenschap-bewijst-de-koran-betoog te kunnen onderbouwen, moet deze laatste interpretatie verworpen worden, ten koste van de eerste, met niet meer echte argumenten ten gunste van de eerste interpretatie dan dat het wel waar moet zijn omdat het om een wonder gaat. (Merk op: Suleiman’s interpretatie bewijst niet dat de koran een wonder bevat, maar enkel dat zijn interpretatie ervan iets speciaals is).