Bart Religion
Legacy Member
Stel je voor: vlees of vis eten zonder dat er dieren voor hoeven gekweekt en geslacht te worden. Zonder dat het milieu de rekening van de overlast gepresenteerd krijgt. Een verre utopie of weldra werkelijkheid?
Steaks, visfilets en alle andere vleessoorten zijn uiteindelijk groeperingen van cellen die samen een weefsel vormen. Deze celgroeperingen hoeven echter niet noodzakelijk deel uit te maken van een dier om te kunnen groeien. Huidige biotechnologische ontwikkelingen zouden in staat moeten zijn deze cellen in het laboratorium onder gecontroleerde omstandigheden te vermenigvuldigen. Volgens recent onderzoek zou dit wellicht over enkele jaren werkelijkheid kunnen zijn.
Vlees zonder been
In de herfst van 2001 verscheen in de Financiële Telegraaf een opmerkelijk artikel met als titel "Vlees zonder been uit reageerbuis". Dermatoloog Wiete Westerhof en zijn team van de Universiteit van Amsterdam ontwikkelden een technologie om dierlijke cellen te produceren, gelijkaardig aan deze voor de "productie" van kunsthuid voor brandslachtoffers. Zelf slaagde het onderzoeksteam erin de spiercellen van onder meer koeien, varkens, kippen, maar ook kangoeroes, walvissen en langoesten succesvol te vermenigvuldigen. In de toekomst zou dergelijke vleesproductie voor nog meer diersoorten mogelijk zijn.
De productie vindt plaats in grote tanks gevuld met de dierlijke cellen - in dit geval spiercellen - en een groeimedium. Het groeimedium bestaat uit een nutriëntrijke vloeistof, die zo'n 62 ingrediënten bevat, waaronder 20 aminozuren, 12 vitamines en verschillende enzymen. In de containers bevindt zich ook collageen, een vezelachtig eiwit dat stevigheid geeft aan verschillende weefsels zoals lederhuid en pezen, waarop de spiercellen zich vasthechten en zich elke twee tot drie dagen vermenigvuldigen. De oorsprong van deze ingrediënten, plantaardig of dierlijk, is onduidelijk. Hoe dan ook ligt volledig plantaardige productie met de huidige technologieën (zie ook het artikel over micro-organismen in dit nummer) binnen bereik. De containers kunnen tot 5000 liter vloeistof bevatten, zodat commerciële productie van 50 kg vlees per tank mogelijk is.
Bedoeling is dat het vlees de smaak en textuur heeft van mager vlees. Voordeel hierbij is dat dit gebeurt zonder dat dieren hoeven te lijden. Het komt erop neer dat enkele cellen van dierlijke donoren verwijderd worden, waarna het dier opnieuw de vrijheid krijgt. Na verloop van tijd kunnen gegroeide cellen van het kunstvlees wellicht als basis dienen voor een ander stuk vlees, zodat een biopsie (afname van weefsel) van dieren zelfs niet meer nodig is. Ander voordeel van dit kunstvlees is dat het helemaal vrij zal zijn van beenderen, pezen en vet, waardoor het makkelijker te eten is, vooral voor de vergrijzende bevolking.
Persoonlijk lijkt mij dit wel goed idee, kunnen we eindelijk de dieren gerust laten.
Steaks, visfilets en alle andere vleessoorten zijn uiteindelijk groeperingen van cellen die samen een weefsel vormen. Deze celgroeperingen hoeven echter niet noodzakelijk deel uit te maken van een dier om te kunnen groeien. Huidige biotechnologische ontwikkelingen zouden in staat moeten zijn deze cellen in het laboratorium onder gecontroleerde omstandigheden te vermenigvuldigen. Volgens recent onderzoek zou dit wellicht over enkele jaren werkelijkheid kunnen zijn.
Vlees zonder been
In de herfst van 2001 verscheen in de Financiële Telegraaf een opmerkelijk artikel met als titel "Vlees zonder been uit reageerbuis". Dermatoloog Wiete Westerhof en zijn team van de Universiteit van Amsterdam ontwikkelden een technologie om dierlijke cellen te produceren, gelijkaardig aan deze voor de "productie" van kunsthuid voor brandslachtoffers. Zelf slaagde het onderzoeksteam erin de spiercellen van onder meer koeien, varkens, kippen, maar ook kangoeroes, walvissen en langoesten succesvol te vermenigvuldigen. In de toekomst zou dergelijke vleesproductie voor nog meer diersoorten mogelijk zijn.
De productie vindt plaats in grote tanks gevuld met de dierlijke cellen - in dit geval spiercellen - en een groeimedium. Het groeimedium bestaat uit een nutriëntrijke vloeistof, die zo'n 62 ingrediënten bevat, waaronder 20 aminozuren, 12 vitamines en verschillende enzymen. In de containers bevindt zich ook collageen, een vezelachtig eiwit dat stevigheid geeft aan verschillende weefsels zoals lederhuid en pezen, waarop de spiercellen zich vasthechten en zich elke twee tot drie dagen vermenigvuldigen. De oorsprong van deze ingrediënten, plantaardig of dierlijk, is onduidelijk. Hoe dan ook ligt volledig plantaardige productie met de huidige technologieën (zie ook het artikel over micro-organismen in dit nummer) binnen bereik. De containers kunnen tot 5000 liter vloeistof bevatten, zodat commerciële productie van 50 kg vlees per tank mogelijk is.
Bedoeling is dat het vlees de smaak en textuur heeft van mager vlees. Voordeel hierbij is dat dit gebeurt zonder dat dieren hoeven te lijden. Het komt erop neer dat enkele cellen van dierlijke donoren verwijderd worden, waarna het dier opnieuw de vrijheid krijgt. Na verloop van tijd kunnen gegroeide cellen van het kunstvlees wellicht als basis dienen voor een ander stuk vlees, zodat een biopsie (afname van weefsel) van dieren zelfs niet meer nodig is. Ander voordeel van dit kunstvlees is dat het helemaal vrij zal zijn van beenderen, pezen en vet, waardoor het makkelijker te eten is, vooral voor de vergrijzende bevolking.
Persoonlijk lijkt mij dit wel goed idee, kunnen we eindelijk de dieren gerust laten.



).

