3° De begeleider :
a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;
b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie categorie B+E, C of C+E of voor de subcategorie C1 of C1+E de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie D of D+E of voor de subcategorie D1 of D1+E de leeftijd van 27 jaar;
c) moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;
d) mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet werden opgelegd;
e) Opgeheven (Art. 3.5°, K.B. 15-07-2004, B.S. 30-07-2004)
f) mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs of leervergunning als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopige rijbewijs.
Dit verbod is niet van toepassing :
* op zijn eigen kinderen of pleegkinderen of die van zijn echtgenoot;
* op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat prestaties verrichten in een brandweerdienst bedoeld in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming;
g) moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.