Het gelijktijdige gebruik van de vier richtingaanwijzers van je auto is slechts in een beperkt aantal gevallen toegelaten. De wet zegt vooreerst dat voertuigen voor schoolvervoer ze mogen gebruiken om te signaleren dat ze kinderen laten in- of uitstappen. Je mag de waarschuwingslichten ook gebruiken als je wagen in panne staat of als er sprake is van een verlies van lading op de openbare weg.
De lijn is geen schoolvervoer in de echte zin, is reizigersvervoer mogen geen 4 pinkers gebruiken met in of uitstappen .
als het suske en wiske bord er opstaat wel
Een ander geval waarin je je vier richtingaanwijzers tegelijk mag gebruiken, is om de andere weggebruikers te wijzen op een dreigend gevaar voor een ongeval. Dit is bijvoorbeeld het geval als je achteraan in een file terechtkomt.
Ook als je het slachtoffer wordt van een geval van verkeersagressie of een carjacking mag je je vier richtingaanwijzers gebruiken om de ‘daders’ op de vlucht te trachten te jagen.
Je mag je 4 richtingsaanwijzers dan weer niet gebruiken als je verkeerd parkeert of bij het laden en lossen. Doe je dat toch dan riskeer je, los van de eventuele boete voor het verkeerd parkeren, ook nog een boete voor het verkeerd gebruik van je waarschuwingslichten
1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]
Titel II: Regels voor het gebruik van de openbare weg
Artikel 32bis. Gelijktijdig gebruik van al de richtingsaanwijzers
De inrichting die toelaat al de richtingsaanwijzers van een voertuig gelijktijdig te laten werken, mag slechts gebruikt worden in de gevallen voorzien in artikelen 39bis.2 en 51 of om de andere weggebruikers te wijzen op een dreigend gevaar voor ongeval.
1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]
Titel II: Regels voor het gebruik van de openbare weg
Artikel 39bis. Gedrag tegenover voertuigen voor schoolvervoer
39bis1. De voertuigen voor schoolvervoer worden gesignaleerd door het volgende bord. (suske en wiske bord)
Dit bord heeft een zijde van ten minste 0,40 m; de achtergrond ervan moet van retro-reflecterende produkten voorzien zijn.
Dit bord moet goed zichtbaar op het linkergedeelte vooraan en achteraan op het voertuig aangebracht zijn; het moet verwijderd of afgedekt worden wanneer het voertuig niet gebruikt wordt voor schoolvervoer.
39bis2. De bestuurders moeten dubbel voorzichtig zijn bij het naderen van een voertuig, gesignaleerd zoals bepaald in 1 hierboven. Zij moeten bovendien hun snelheid aanzienlijk matigen en zo nodig stoppen wanneer de bestuurder van het aldus gesignaleerde voertuig al de richtingsaanwijzers doet werken en hiermee beduidt dat de kinderen gaan in- of uitstappen.
enzovoort