Rechtspraak is daar zeer duidelijk in, jij bent in fout.
Het enkele feit dat een bestuurder zijn rechter richtingaanwijzers heeft aangezet volstaat niet om te denken dat deze bestuurder aan het eerstvolgende kruispunt zal rechts afslaan.
Art. 13 van het wegverkeersreglement bepaalt dat de bestuurder tijdig zijn richtingaanwijzers moet aansteken alvorens een maneuver of een beweging uit te voeren die een zijdelingse verplaatsing vereist of een wijziging van richting veroorzaakt.
Het gebruik van de rechter richtingaanwijzers betekent derhalve nog niet dat deze bestuurder aan het eerstvolgende kruispunt gaat rechts afslaan maar kan bijvoorbeeld ook betekenen dat hij juist achter dit kruispunt rechts gaat parkeren, een private inrit oprijden, enz ...
Enkel indien uit begeleidende omstandigheden blijkt dat het rijgedrag van de bestuurder die zijn richtingaanwijzer heeft opgezet ten volle de indruk geeft dat deze zal rechts afslaan kan de bestuurder die voorrang moet verlenen in zijn rechtmatige verwachtingen bedrogen zijn. (Antwerpen, 6 februari 1996, A.J.T. 1995-1996, 583, noot Glorieux.)
A mocht uit het enkele feit dat X zijn rechter richtingaanwijzers zou hebben aangestoken nog niet concluderen dat deze aan het kruispunt zou rechts afslaan.
Hij werd derhalve niet in zijn rechtmatige verwachtingen bedrogen en was voorrang verschuldigd aan het voertuig bestuurd door X