Seven Deaths In The Cats Eye - Antonio Margheriti. (1973)
Achter 'ondergewaardeerd meesterwerk' mag in de annalen van de (genre)filmgeschiedenis deze in de vergetelheid geraakte gotische griezelfilm van (de door QT in IB onsterfelijk gemaakte) Margheriti als schoolvoorbeeld komen te staan.
Margheritt en zijn dop Carlo Carlini (zie ook La Strada, I Vitelloni van Fellini, Death Rides a Horse, ...) laten de camera in lange, trage shots door een Schots griezelkasteel glijden en vullen het met onbetrouwbare, getroebleerde en kleurrijke personages, en een karrenvracht aan gotische elementen. Geheime gangen achter openschuivende schilderijen en valse wanden, vleermuizen en een kerker vol hongerige ratten, vampieren, een oude vloek die rust op een adellijke familie, ...
Technisch gezien een wonder kan deze film met het grootste gemak naast meer geliefde en gewaardeerde Bava-klassiekers als Black Sabbath of Baron Blood staan. Het gebruik van kleur en schaduw doen meer dan eens aan de meester denken.
Ook het scenario is smullen; het sardonisch genoegen waarmee Margheriti de 'MacGriefs' (what's in a name?) deconstrueert, en de ironie die lagen dik op het stereotiepe huiververhaal liggen hebben het effect van een constant naar het publiek knipogende maker die zich samen met hen te pletter aan het amuseren is. Ook de vele giallo-elementen, als de zwart gehandschoende killer en het whodunnit gehalte, werken wonderen in het levendig houden van de film.
Doe daar nog wat stuntcasting bij, Birkin speelt de hoofdrol, haar vriendje Gainsbourg een hilarische politieman met een veel te dik Schots accent, en de nodige Itallogekte (één van de bewoners van het kasteel heeft een van een circus overgenomen gorilla in zijn kamer!) en je krijgt een film die ik blind aan elke liefhebber warm kan aanbevelen.