"Een smartphone is in de basis een PDA (kleine mobiele zakcomputer), uitgebreid met telefoon functies."
werkt langs beide kanten . . .
8.3. Elke bestuurder moet in staat zijn te sturen, en de vereiste lichaamsgeschiktheid en de nodige kennis en rijvaardigheid bezitten.
Hij moet steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend zijn voertuig of zijn dieren goed in de hand hebben.
het in de hand hebben of gebruik maken van een smartphone leid niet automatisch tot het weerhouden van artikel 8.3, veel hangt af van de verklaring van de verbaliserende agent of dit artikel wel kan weerhouden worden;
-afwijken rijvak
-bruusk remmen voor (te voorzien) obstakel of voorligger
-geen gebruik maken richtingaanwijzer (smartphone zit in hand)
-. . .
om het cru te zeggen, de wetgever moet zijn artikels duidelijker formuleren en niet rap iets uit hunne duim zuigen om bepaalde groeperingen tevreden te stellen.
kon men het succes van smartphones etc voorzien? misschien niet, maar men kan dan wel de moeite doen om de artikels aan te passen. Nu is er te veel onduidelijkheid en staan de artikels open voor interpretatie.