Breed-, breder-, breedstband
Onderzoekers van de KULeuven, de Washington State University en de Chinese Academy of Science hebben nieuw organisch materiaal ontdekt waarmee informatietransport via internet 37.500 keer sneller kan dan met een klassieke ADSL-lijn. Fantastisch, want het internet mag heel wat sneller. 37.500 keer komt al aardig in de buurt. Tien jaar geleden werkten we nog met een inbelmodem à rato van 28 kilobyte per seconde (kbps). Vandaag kunnen we met ADSL, VDSL of met de kabel al een paar megabyte versturen. Een mooie groeicurve, maar zelfs met de huidige trend duurt het nog tot ver na 2010 voor ik thuis 100 mbps haal.
Ik krijg soms de vraag of we al die bandbreedte wel nodig hebben. Een paar jaar geleden bleef ik het antwoord schuldig, maar met de snelle opkomst van videoapplicaties op het internet ligt het antwoord voor de hand. Meerdere digitale kanalen, toegang tot virtuele applicaties, videoconferencing en video-on- demand vergen veel bandbreedte. We staan er niet altijd bij stil, maar breedband voedt niet enkel onze pc. Ook digitale televisie stroomt op die manier onze woonkamer binnen. Wat extra power komt dus goed van pas.
Over de technologie die dat allemaal mogelijk moet maken (fiber-to-the-home, koperdraad, coax of draadloze oplossingen), wil ik het niet hebben. Maar één ding is zeker: als België en Vlaanderen in de kop van het breedbandpeloton willen meefietsen, zullen we een tandje moeten bijsteken. We moeten het debat opentrekken, zowel naar het beleid als naar de markt toe. Ik zie in Europa steeds meer initiatieven van lokale overheden voor infrastructuur. Amsterdam, bijvoorbeeld, startte in oktober 2006 al met het uitrollen van een glasvezelnetwerk. De intense competitie in sommige buurlanden leidt er bovendien tot meer breedband tegen lagere tarieven.
Wij zakken langzaam weg uit de breedbandtop. Eind 2005 hadden 2 miljoen Belgen breedband, een stijging met 23,9 procent in vergelijking met 2004. Maar ondanks die stijging zijn we niet langer bij de besten. In 2003 was België nog nummer één; in 2005 lieten we Denemarken, Nederland, Finland en Zweden voorgaan.
Ik heb natuurlijk makkelijk praten. Ik werk op het Instituut voor Breedbandtechnologie en heb via het Belnet-netwerk dat onderzoeksinstellingen en universiteiten verbindt aan een capaciteit van 2,5 gigabyte per seconde. Lekker veel. Ik gun iedereen dat comfort, vooral de bedrijven. Voor hen is een betaalbare en snelle connectie geen nice-to-have, maar een noodzakelijke voorwaarde om te overleven in de globale, digitale wereld. Hoe we iedereen dat comfort kunnen geven en wie dat doet, maakt niet uit. We moeten snel weten waar we naartoe willen en beslissen. De concurrentie is 'breed'.
-- Wim De Waele is algemeen directeur bij het IBBT, het Interdisciplinair instituur voor Breedbandtechnologie, een Vlaamse instelling die onderzoek doet naar netwerk- en telecommunicatietechnologie. De standpunten in de column geven zijn persoonlijke visie weer.