Taal- en Letterkunde is een heel andere invalshoek! Bij TT leer je de taal en ontwikkel je je vaardigheden op een zo praktisch mogelijke manier; bij T&L ben je ook heel veel bezig met het waarom van de grammatica en met teksten en literatuur ontleden. Je hebt maw evenveel grammatica, maar bij TT leer je die om je taal juist te kennen, bij T&L leer je die op een theoretisch niveau.
Dus als je dat laatste zoekt, doe dan T&L! Qua taalgebruikniveau merk ik toch vaak een verschil ... in het voordeel van TT (een vriendin van me heeft bv. Spaans gedaan in T&L en zegt zelf dat ze nu na vier jaar nog geen treffelijk gesprek kan voeren, terwijl ik vlotjes een uur lang een presentatie kan geven in het Spaans). Bij T&L haal je dus nog een groot deel van je punten uit van buiten leren, bij TT moet je vooral de taal beheersen en een supergoede algemene kennis opbouwen. En van buiten leren kun je vaak wel uitstellen tot de blok, bij TT mag je dat vergeten: tegen bijna alle lessen moet je vertalingen of oefeningen voorbereiden, dus het is echt zo dat je veel meer werk hebt (dat betekent daarom nog niet dat het per se moeilijker is, dat hangt ervan af hoe jij leert natuurlijk).
Dat is dus zo'n beetje het verschil tussen gewoon Taalkunde en Toegepaste Taalkunde!
Mispak je dus echt niet met dat 'maar het is toch een hogeschoolopleiding eh'. Het is net zoals T&L een academische bachelor, en je mag het vergeten dat je er met minder inspanning zou raken dan in T&L. Even vergelijking:
- een student Rechten of Pol&Soc heeft gemiddeld zo'n 17 uur les in zijn eerste Ba. Die uren les zijn voornamelijk blokvakken. Qua werk door het schooljaar blijft het dus beperkt tot hier en daar een paper (voor de niet-blokvakken) - en dan blokken in de examenperiode (natuurlijk hebben sommigen meer nodig dan dat, maar anderen totaal niet)
- een student TT heeft tot 26 uur les in zijn eerste Ba. Voor alle grammaticavakken (twee uur per taal) moet hij elke week x pagina's oefeningen voorbereiden - en om die te kunnen maken, moet je de theorie kennen. Voor de vertaal- en samenvatvakken (twee uur per taal, dus zes uur in totaal: Ndl telt ook als taal) moet hij elke week een vertaling of samenvatting voorbereiden. Daarnaast moet je ook nog eens gemakkelijk +10.000 woordjes studeren tegen een maand voor de examens en moet je ook nog eens een aantal boeken lezen (hangt af van de taal: voor Engels bv. een tiental, voor Spaans twee). Per taal krijgt de student ook twee uur 'algemene kennis' per week, die stapels kunnen ook enorm oplopen.
- een student T&L zit daar ergens tussen. Die moet ook wel heel wat lezen, maar bij grammatica gaat het wat meer om de juiste termen kennen (hoewel ik nu in mijn Master merk dat ik die beter ken dan hen als het gaat om Ndl, maar wij hadden dan ook de prof van hun handboek ...) en sowieso ligt de nadruk dus wat minder op vaardigheden. Je ziet ook bv. geschiedenis en geschiedenis van de literatuur en je bestudeert die ook volledig (bij TT zie je die dingen ook wel, maar je gaat er niet over discussiëren of zo, je bekijkt die in de eerste plaats om de taal te leren en in de tweede plaats om de literatuur te kennen - je moet toch echt wel weten wie Molière is om een deftige vertaler/tolk te zijn).