‘Nu komen hier bussen vol architecten kijken’
Het Brugse woningcomplex Pandreitje geldt als een toonbeeld van compact wonen op mensen*maat. De Bruggelingen liepen er aanvankelijk niet warm voor. ‘Dit project kwam tien jaar te vroeg.’
bruggeVraag aan Bruggelingen wat het Pandreitje is, en velen zullen zeggen: ‘een parking’. Of: ‘de oude gevangenis’. Weinigen denken spontaan aan de woonwijk die begin jaren 2000 jaar op de voormalige gevangenissite werd gebouwd. Ze ligt nochtans in de binnenstad, op een zucht van de toeristische hotspots.
Het Pandreitje werd bejubeld in menig internationaal archi*tectuurmagazine. Dat heeft met de bijzondere opbouw te maken, waarbij de tachtig woonhuizen als puzzelstukken met elkaar verweven zijn. De uniforme bakstenen gevels, de ritmiek van de woon*volumes en de afwisseling tussen schuine en platte daken brengen visuele rust. Door te werken met drie of vier gevels wordt het idee opgeroepen van de (half)open bebouwing.
We lopen door de site met auteur Filip Canfyn, die destijds als projectontwikkelaar optrad. ‘Tachtig woningen op een kleine hectare. Die densiteit vind je bijna nergens in Vlaanderen. En toch voelt het zo niet aan. Vergeet de woontoren. Hier bewijzen we dat verdichten ook zo kan, als een dorp in de stad.’
‘De verkoop ging niet van een leien dakje. Het duurde zeven jaar voor alles verkocht was’ Filip Canfyn Ontwikkelaar Pandreitje
De oase van rust voelt on*wezenlijk aan. Vanaf de dakterrassen hebben de bewoners zicht op het Astridpark en de Brugse torens. Een privilege? Canfyn glimlacht. ‘De meeste mensen die hier wonen, zijn dolgelukkig.’
Toch werd dit project hem niet in dank afgenomen door het bedrijf waarvoor hij werkte. ‘De verkoop ging niet van een leien dakje. Het duurde zeven jaar voor alles verkocht was. Ik stak er mijn nek voor uit. Voor mij ging dit over stadsontwikkeling, niet over *projectontwikkeling. Dit verhaal kwam tien jaar te vroeg.’
Het grootste probleem, zegt hij, is het hybride concept van gestapelde woningen. Dat zit tussen de grondgebonden eigen woning en een appartement in. ‘Dat is moeilijk leesbaar. Mensen vallen over het idee dat hun terras op de *woning van de buren ligt. Ze hebben het moeilijk met de uniforme *gevels. Bij appartementen aanvaarden ze dat, bij huizen niet. Daar verwachten ze dat ze hun *eigen gevelsteen mogen kiezen.’
Geen kinderen
‘Vergeet de woontoren. Hier bewijzen we dat verdichten ook zo kan, als een dorp in de stad’ Filip Canfyn Ontwikkelaar Pandreitje
Ook problematisch: dat er van de ondergrondse parking geen lift naar de voordeur gaat. ‘Ze vroegen: “Hoe moet dat dan met mijn boodschappen en mijn bak bier?” De grote troef, dat het rustig is en autoluw, wordt een nadeel als je vanuit een niet-stedelijk denk*patroon verwacht dat je voor je deur kan parkeren.’
‘Dit is nog te collectief voor veel mensen’, zegt Canfyn. ‘Wat ons veel leert over dat verkavelingsdenken, of over hoe we kijken naar de stad.’ Een voorbeeld: hier wonen bijna geen gezinnen met kinderen, hoewel het autoluwe concept daar wel op was voorzien. ‘Het is moeilijk inbeuken tegen het cliché dat dit niet ideaal is voor kinderen. Voor mij is het dat net wel: in een wipje ben je overal, je hoeft jezelf niet wijs te maken dat urenlang rondrijden naar *muziekschool of voetbalclub *qualitytime met de kinderen is. *Iedere woning heeft een privétuintje, een groot terras, of beide. De site geeft uit op het stadspark. Wat wil je nog meer?’
Nog een nadeel: intussen zijn de woningen duur. Want nu zijn ze wel gegeerd, of toch bij een bepaalde groep. ‘Hier komen bussen vol architecten kijken’, zegt Canfyn. ‘Dit geldt als een schoolvoorbeeld van binnenstedelijk bouwen. Toch krijgt het in Vlaanderen amper navolging, waardoor het schaars en duur wordt.’
Komt dit dan niet dicht bij het ideaal van compact stedelijk wonen op mensenmaat? De bewoners die we aanspreken, zijn gemengd enthousiast. Sommigen, opvallend veel expats, zijn tevreden, anderen klagen over trappen en krappe ruimtes – de kleinste units zijn 36 m2, de grootste 136 m2. Canfyn zucht. ‘Wie droomt van een verkaveling, ga je niet overtuigen zolang op de buiten *alles mogelijk is. Ik zie het bij mijn dochters: ook zij kochten een huis buiten de stad. Op zoek naar de utopie van het landelijke wonen, met zuivere lucht, waar de kinderen buiten kunnen spelen en *wonen goedkoop is. Dat zijn veelal drogredenen waarmee we ons *geweten sussen. Wat ze vooral *willen, is een vrijstaande woning waar ze geen last hebben van de buren en hun auto op de oprit kunnen zetten.’
Jumbofermettes
De oplossing is niet om die woonwens achterna te lopen, vindt Canfyn. ‘Dat doen steden nu wel, met “jumbofermettes” en “urban villa’s”. Je moet tegemoet*komen aan de wensen van de Vlamingen, zonder je identiteit om zeep te *helpen. Door rijwoningen te herwaarderen bijvoorbeeld. Die zijn stedelijk en compact, terwijl ze wel een eigen tuin hebben en veel privacy. Maar ze worden afgebroken en vervangen door lelijke appartementen. Een grote vergissing. Die appartementen zijn niet het antwoord op de uitdaging van de *verdichting. Ik blijf geloven dat een project als dit hier dat wel is: een dense woonformule waar de woon- en ontwerpkwaliteit goed zitten.’
Tegelijk moeten we inzetten op huren, vindt Canfyn. ‘Er is te weinig kwalitatief aanbod op de huurmarkt, want ontwikkelaars zien er geen brood in. Terwijl dat net een heel stedelijke formule is. Wat moeten jonge mensen doen die net afgestudeerd zijn? Voor de prijs die zij kunnen betalen, vind je in onze steden geen deftige *woning. Wat wel goed is, wordt schaars en duur. Zo jaag je jonge mensen de stad uit.’