Het is een feit dat de 'armen' een LAGER iq hebben dan de welgestelden. De ongelijkheid begint dus al van waar je geboren bent. Vandaar wil ik IEDEREEN vanuit dezelfde startblok laten starten.
Het
ultieme bewijs dat onderwijs NIET voor iedereen hetzelfde is, en vandaar mijn drang naar inkomensherverdeling is de volgende studie. Graag zou ik willen dat Lolplayer dit zeker leest.
Dus voor alle ignorante Vlamingen, het onderwijs biedt geen gelijke kansen voor iedereen.
"De sociale herkomst beïnvloedt blijkbaar niet alleen de onderwijskansen op zich, maar ook de mate waarin men nadien zijn diploma te gelde kan maken. In figuur 4 worden gemiddelde maandelijkse inkomsten van individuen gerelateerd aan hun sociale afkomst. Bij een perfecte intergenerationele mobiliteit zouden deze gemiddelden aan elkaar gelijk moeten zijn. In werkelijkheid staan we daar nog ver van af. De figuur brengt ook twee typen determinanten van ongelijke mobiliteit in kaart. Zonen van marginale werkers (landarbeiders, handlangers, huispersoneel, handelaars in oud ijzer...) verdienden bv. in 1985 maandelijks 25% (9 000 fr.) minder dan het algemeen gemiddelde. De kleine helft daarvan was toe te schrijven aan hun lager menselijk kapitaal, de rest aan ‘sociale barrières’. Omgekeerd verdienden zonen van ondernemers en uitoefenaars van vrije beroepen 30% (11 500 fr.) méér dan het gemiddelde. Dit surplus was voor iets meer dan de helft te danken aan hun hoger menselijk kapitaal, de rest andermaal aan ‘sociale barrières'."
Een tweede groep hinderpalen bevindt zich in het onderwijssysteem zelf, dat leerlingen ongelijk behandelt of zelfs discrimineert. Die discriminatie kan allerlei vormen aannemen :
- sociaal-cultureel vertekende evaluatietoetsen (cf. het debat omtrent sociaal
vertekende IQ-maatstaven of taal als discriminatiefactor);
- lagere verwachtingen van leerkrachten t.a.v. kansarme leerlingen, en dus
onderinvestering in deze leerlingen (het zgn. Pygmalion-effect);
- escalerende conflicten met kansarme leerlingen of ouders uit wederzijds
onbegrip, met drop-out, gedragsproblemen en delinquentie tot gevolg;
- afroming, segregatie en oriëntering van kansarme leerlingen naar minder
rendabele studierichtingen.
"...Het is bv. denkbaar dat leerkrachten de gemiddelde ‘vordering’ van leerlingen in hun klas maximaliseren, en precies daarom geneigd zijn relatief méér tijd en energie te besteden aan die leerlingen die door hun gunstige sociaal-economische achtergrond efficiënter kunnen studeren. Dit fenomeen noemen we (in navolging van Deleeck)
het Matteüs-effect. Heel wat sociaal discriminerend gedrag kan wellicht ook toegeschreven worden aan sociaal vertekende informatiestromen in onderwijs- en opleidingsvoorzieningen. Onze theoretische analyse hieromtrent bouwt voort op de discriminatietheorie van Borjas en Goldberg (1978). Veronderstel dat leerkrachten niet de echte capaciteiten kennen van leerlingen, maar slechts indicaties ervan waarnemen; veronderstel voorts dat die indicaties slechter gecorreleerd zijn met de reële mogelijkheden van de leerlingen naarmate de sociale afstand tussen leerkracht en leerling groter is; en dat de leerkracht zijn/haar inspanningen t.a.v. leerlingen op deze indicaties baseert.
Dan zullen leerkrachten zich vaker ‘vergissen’ bij het inschatten van kansarme leerlingen; daardoor zullen hun inspanningen minder efficiënt zijn, en zullen ze verkeerdelijk de indruk krijgen dat deze leerlingen ‘van nature’ minder capaciteiten hebben. Op die manier zullen ze, zelfs ongewild, systematisch kansarme leerlingen benadelen..."