JPV zei:
vroeger al eens de brieven gelezen die mensen naar elkaar schreven? ook daar zat het vol taalfouten, maar die brieven las je natuurlijk niet openbaar
Daarom zeg ik ook dat dat op zichzelf geen bewijs is.
Het dalende niveau van wiskunde en wetenschappen bij burgelijk is een indicator.
Het dalende niveau van wiskunde op veel middelbare scholen is eveneens een indicator. Ik heb het al zowel studenten als docenten horen zeggen, studenten vanuit hun rol als leerling, docenten vanuit hun rol als docent.
Zo hoorde ik begin dit studiejaar nog een jongen (op zijn school een van de betere leerlingen) zeggen dat op zijn school het niveau enorm achteruit was gegaan gedurende de laatste 10 jaar. Dit constateerde hij zelf wanneer hij de boeken vergeleek en hij hoorde dit van zowel leerlingen die een X aantal jaren oud zijn als van leraren.
Een leraar die ik ken heb ik horen zeggen hoe in de 25 jaar dat hij reeds les geeft het niveau is gedaald en hij op zijn school je als leraar niet meer de baas is in zijn eigen klas aangezien de directeur nogal gevoelig is voor klagende ouders (bijvoorbeeld wanneer hij te veel onvoldoendes zou geven).
Tevens startte hij een 2de studie en merkte hij op hoezeer die 2de studie, pedagogie in Gent, gemakkelijker is dan dat zijn 1ste studie was, LO (unief) in Leuven. Hij gaf zelf toe dat de maturiteit ook wel zal helpen maar hij stelde desalniettemin tevens een gedaald niveau vast.
Een student regentaat hoorde ik dit jaar zeggen hoe hij en zijn klasgenoten tegenwoordig worden gehersenspoeld op de lerarenopleiding met het fabeltje dat de leerlingen meer zouden leren wanneer je als leraar niet al te veel aan het woord bent en de leerlingen zelf veel laat praten tijdens de les. Deze gruwelijke visie is overgewaaid van de Nederlandse onderwijskunde, niet bepaald een discipline die erg wetenschappelijk te werk gaat en die enig aantoonbaar succes heeft gehad.
Zoals ik al zie: hoogmoed komt voor de val. Het nederlandse onderwijs was honderden jaren lang van een zeer hoog niveau (denk maar aan al die Nederlandse eponiemen in de fysica en chemie), in de jaren 30 hadden de basisschoolleraren op onderdelen een hoger rekenkundig en wiskundig niveau dan de huidige burgelijk ingenieurs (ik kan je oude examenvragen laten zien uit de jaren 30 als je interesse hebt). In de jaren 50 hadden de examenvragen mechanica nog een zeer hoog niveau (idem).
Het niveau daalde met de invoering van de Mammoetwet, de HOS-regeling (waardoor met name universitair opgeleide leraren onderbetaald worden en het vak minder populair is geworden), de basisvorming, de tweede fase, CGO-onderwijs, extreme schaalvergroting, onderwijskundige dwaallichten en nog tal van kleine wetswijzigingen die de studielast verlichtten.
Terwijl we onze piek al lang hadden gehad en ons onderwijs al decennialang enorm in niveau daalde riepen wij in de jaren 90 nog triomfantelijk hoe goed ons onderwijs is.
Let maar op met die hoogmoed...
als het PISA-rapport het Belgische middelbaar onderwijs nog altijd bij de top rekent, lijkt me er niet zo veel aan de hand.
Hoeveel welvarende landen deden er NIET mee aan dat onderzoek?
Hoe vergelijkbaar waren de populaties in diverse landen?
Hoe sterk is het niveauverschil binnen die sets vragen zodat alle niveaus voldoende getoetst worden bij ALLE deelnemende leerlingen?
In welke mate sluit de geleerde stof (ik heb het nu niet over het niveau maar over de onderwerpen) aan bij de verschillende onderwijsstelsels.
Dit soort onderzoeken zijn altijd risky business.
Ik denk dat Vlaanderen, onderwijs is immers een gewestelijke bevoegdheid, inderdaad een van de regio's is die het beste middelbaar onderwijs heeft en dat die plaats niet geflatteerd is. Zeker weten kunnen we het enkel wanneer alle landen meedoen aan het onderzoek en wanneer het onderzoek goed is opgezet.
Ik weet dat dit laatste voor het TIMMS-onderzoek niet het geval is. Over het PISA-onderzoek heb ik iets minder negatieve geluiden gehoord maar ik zou er nog wat meer over moeten lezen alvorens ik kan oordelen.
Het Nederlands onderwijs staat ook nog dik in de bovenste helft, ik garandeer je dat het niveau op een aantal essentiële onderdelen is om te huilen. *
Hoe dan ook, en dat is het punt wat ik nu wil maken, zelfs ALS je de beste bent dan mag je niet tevreden zijn. Je blijft alleen maar de beste wanneer je hard blijft werken en misschien ben je wel eenoog in een land vol blinden.
Zoals ze in het sport zeggen: "aan de top komen is gemakkelijk, aan de top blijven is heel wat lastiger". Ben blij als het nu nog redelijk goed gaat met het onderwijs maar ben er niet trots op en zie in dat dat zomaar kan veranderen wanneer we eventjes wat onverstandige beslissingen nemen.
* Kleine illustratie
Opgave 1. Bereken 0,2 × 1,5.
Opgave 2. Een auto van 22.000 euro wordt 20% goedkoper.
De nieuwe prijs wordt daarna nog eens met 10% verlaagd.
Wat is het percentage van de totale prijsverlaging?
Opgave 1 doet in onze classifcatie een beroep op beheersing van
het type paraat hebben, en wel op referentieniveau 1,
streefkwaliteit 1S. Die classifcatie (1S en paraat hebben) houdt in
dat aan het einde van het primair onderwijs het tot het repertoire
van leerlingen op referentieniveau 1S moet behoren dat zij weten
hoe twee eenvoudige getallen in decimale schrijfwijze (in de
wandeling kommagetallen genoemd) kunnen worden vermenig-
vuldigd. Hoewel meer gecompliceerde vermenigvuldigingen van
kommagetallen in het voortgezet onderwijs al snel met de
rekenmachine worden uitgevoerd blijft deze basis aan parate
kennis (de plaats van de komma in het antwoord) ook van belang
om de orde van grootte van het te produceren antwoord te
kunnen schatten. (Zo iets als 2 keer anderhalf is 3, dus 0,2 keer
anderhalf is 0,3.)
De instroom van de pabo in het 2006-onderzoek behaalde een 80%
goed score op deze opgave 1. (Benjamin: het is niet best wanneer 20% van hen DIT sommetje niet kan uitrekenen).
Voor het gewenste beheersingsniveau van paraat hebben is deze
score van de aankomende studenten die voor een deel in jaren
niet hebben gerekend nog niet zo slecht.
Door ook te vragen het antwoord met een duidelijke argumen-
tatie toe te lichten kan deze opgave 1 eenvoudig naar een hoger
kwaliteitsniveau worden getild, beter passend voor het derde
referentieniveau 3S, eind havo A of instroom pabo. Onmiddellijk
wordt dan de kennis van het type weten waarom getoetst, een
niveauverhoging die een verschuiving inhoudt van het kunnen
reproduceren van een formele rekenregel (paraat hebben) naar
het kunnen uitleggen van het waarom van die formele reken-
regel. Een kwaliteit die natuurlijk onmisbaar is voor leraren
basisonderwijs.
Het zit kennelijk redelijk goed met de noodzakelijke voorwaarde
dat deze studenten over de parate kennis moeten beschikken die
zij gaan gebruiken of toepassen in een situatie. Dat gebruiken of
toepassen in een situatie (functioneel gebruiken) is de eigenlijke
toetssteen of leerlingen beschikken over de noodzakelijke basis
aan kennis, inzicht en vaardigheden om in de maatschappij of
het beroep te kunnen functioneren. Zo’n situatie wordt in de
tweede opgave gepresenteerd.
De instroom van de pabo in het 2006-onderzoek behaalde een 20%
goed score op deze opgave 2.
Bron:
http://www.slo.nl/nieuws/dll/Rekenrapport.pdf/download
Het betreft hier dus leerlingen die ofwel een MBO-diploma (misschien het best vergelijkbaar met verlengde TSO?) ofwel een havo-diploma (samen met het vwo vergelijkbaar met het aso) hebben. In Nederland mag je immers enkel met deze diploma's (of hoger) aan een HBO-opleiding beginnen.