Een fragment uit het boek: Onder de kurk-De waarheid over wijn.
KIJK UIT MET ETIKETTEN! Je kunt een etikettendrinker worden, iemand die de wijn lekker vindt alleen al omdat er een beroemde naam op het etiket staat. Zo heeft iemand eens de allereenvoudigste wijn uit het district Pomerol, Bordeaux, in een fles gedaan die voorheen wijn van Château Pétrus had bevat. Château Pétrus ligt ook in de Pomerol. Het verschil met de allereenvoudigste Pomerol is dat men Château Pétrus over het algemeen beschouwt als niet alleen de beste Pomerol, maar als een van de allergrootste rode wijnen ter wereld. Hij liet het proeven aan zijn proefclub. Iedereen was ondersteboven van de vermeende Pétrus. Ze waren zo enthousiast als kunstkenners ooit bij een schilderij van Van Meegeren. Zoiets proef je toch maar zelden. Een prachtwijn.
Vandaar dat het beter is om altijd blind te proeven: afgaan op je eigen smaak, niet bevooroordeeld door naam en etiket.
Dat ontzag voor beroemde namen heeft vaak geleid tot list en bedrog, gesjoemel en malversaties. Er zijn tijden geweest dat er per dag meer namaakchablis werd gedronken dan er echte in een jaar werd gemaakt. Dunne bourgognes kregen kleur en alcohol door een scheut châteauneuf of zelfs Algerijnse landwijn. (Laconieke reactie van de eigenaar van een handelshuis dat bourgognes zo maakte: 'Well, you English like it that way...')
Toch zijn vervalsers vaak slordig. Veilinghuizen als Christie's en Sotheby's krijgen met een zekere regelmaat oude flessen aangeboden die er van buiten niet verdacht uitzien, maar van binnen een verdacht gebrek aan depot vertonen... En de Fransman van zonet ging de Pomerol verkopen in flessen met etiketten van Château Pétrus en kurken van Château Pétri, listig veranderd in Pétrus. Want terwijl vin de pays de Pomerol heel goedkoop is, levert een fles Château Pétrus zonder moeite een handvol snippen of uiltjes op.
Hij werd direct gesnapt: niet iedereen proeft alleen het etiket.