Wonkelrijm zei:
"Mijn vader en mijn broers werken allemaal bij ArcelorMittal Liège en we zijn bij de FGTB Métal"
"Mijn pa was Oostfronter en ik ben lid van het NSV"
nog clichés?
Kiezers zijn al lang niet meer zo gebonden.
Omgekeerd kan je wél zeggen dat een partij typerende factoren heeft, maar sommige van die factoren komen bij meerdere partijen voor ("mooiste" voorbeeld is het feit dat veel vakbondsleden van het ABVV bij SP.A en VB zitten):
Dit komt uit het beste onderzoek hierrond:
https://soc.kuleuven.be/ceso/ispo/downloads/Het profiel van de Vlaamse kiezers in 2014.pdf
CD&V kent een ouder kiespubliek (65+ jaar), maar dat wel een doorsnede vormt van de Vlaamsebevolking wat betreft opleidingsniveau en beroep – met een lichte ondervertegenwoordiging vande ongeschoolde arbeiders. Het is een eerder vrouwelijk electoraat dat sterk geïntegreerd is in dekatholieke kerk. Bijna vier op tien CD&V kiezers gaat nog minstens op kerkelijke feestdagen naarde kerk. Het is weinig verwonderlijk dat ze hoofdzakelijk lid zijn van de Christelijke Mutualiteit(CM) en lid (geweest) zijn van het ACV. Meer dan acht op tien CD&V kiezers is aangesloten bijde CM. In vergelijking met 2010 blijft het CD&V een eerder oud kiespubliek hebben, maar heeftde partij toch opnieuw voorbij haar kernelectoraat weten te rekruteren. Zo zien we een toenamevan randkerkelijken en is de partij niet langer oververtegenwoordigd bij de laaggeschoolden.
N-VA is op vele vlakken een doorsnede van de Vlaamse bevolking. Zoals in 2010 weet de partijook in 2014 ongeveer uit alle bevolkingsgroepen – althans wanneer gekeken wordt naar de sociaaldemografischekenmerken – in dezelfde mate kiezers aan te trekken, met hier en daar eenaccentverschil. Zo rekruteert de partij wel wat minder bij vrouwen, de laagst geschoolden enongeschoolde arbeiders. De partij trekt alle leeftijdscategorieën aan en is op het vlak vanzuilintegratie een staal van de Vlaamse bevolking. N-VA weet uit alle zuilen heel wat kiezers aan tetrekken. Het electoraat is vrijwel proportioneel vertegenwoordigd in de uiteenlopendemutualiteiten en vakbonden, ofschoon de partijkiezers iets sterker verankerd zijn in het neutraleziekenfonds en een lagere kans hebben om van de Socialistische Mutualiteit en vakbond lid te zijn.Op het vlak van vakbondslidmaatschap trekt de partij eerder kiezers aan die geen lid zijn van eenvakbond. Het is een kiespubliek dat geen uitgesproken positie inneemt, maar toch een eerderrandkerkelijk profiel heeft. De partij trekt vrijwel geen kiezers met een niet-katholieke religie aan.Daarnaast hebben de N-VA kiezers een eerder hogere beroepsstatus. Hoge kader en professionalszijn (lichtjes) oververtegenwoordigd, terwijl ongeschoolde arbeiders en mensen met een lagerschooldiploma iets minder kans maken om op de partij te stemmen. Desalniettemin is hetopvallend dat N-VA meer dan alle andere partijen uit alle lagen en gezindten van de bevolkingkiezers weet aan te trekken. Deze gegevens bevestigen wat al in 2010 duidelijk was, namelijk datN-VA er in geslaagd is om een electorale coalitie te smeden die doorheen alle structurelescheidslijnen heen snijdt. In die zin kan de partij nog steeds als een (Vlaamse) volkspartijomschreven worden.
Open VLD kent een kiespubliek dat sterk oververtegenwoordigd is bij de zelfstandigen en inmindere mate bij het hoge kader en professionals, terwijl het bij deze verkiezingen goed scoordebij de jongste kiezers van 18-34 jaar. Naar opleidingsniveau en levensbeschouwing vormt het Open VLD electoraat een relatief goede afspiegeling van de Vlaamse bevolking, ofschoon de partijminder aantrekkingskracht heeft bij de kerkse katholieken. Dat de partij minder scoort bij arbeidersblijft wel een constante. Open VLD kent beduidend meer leden van de liberale mutualiteit en hetneutraal ziekenfonds, maar minder van de andere grote mutualiteiten. Haar kiezers zijn duidelijk inmindere mate lid van de vakbonden, met uitzondering van de liberale vakbond.
sp.a kent al sinds 2007 een verminderde aantrekkingskracht bij de jongste kiezers, maar ook bij deouderen (55-65 jaar) doet de partij het in 2014 niet zo goed. De partij is wel sterkoververtegenwoordigd bij 45-54 jarigen. De partij kent een eerder laaggeschoold electoraat enrekruteert in belangrijke mate bij de (on)geschoolde arbeiders. Hoge kaders en zelfstandigen, alsookuniversitair geschoolden weet de partij maar moeizaam aan te trekken. De partij is op het vlak vanberoep en opleidingsniveau sinds 2010 niet langer een doorsnede van de gehele beroepsbevolkingzoals in 2007. Ook in 2014 zijn de vrijzinnige kiezers en de gelovigen van de in aantal kleineregodsdiensten oververtegenwoordigd. De randkerkelijke kiezer is dan weer sterkondervertegenwoordigd. De partij blijft het moeilijk hebben om kiezers met een katholieke ofchristelijke achtergrond aan zich te binden. Op het vlak van geslacht zijn de mannen lichtjesoververtegenwoordigd. Niet verwonderlijk zijn sp.a kiezers veelal lid van de socialistischemutualiteit en van de socialistische vakbond. Misschien nog opvallender is dat driekwart van desp.a kiezers lid is van een vakbond. Wel dient gezegd dat het daarbij niet uitsluitend om het ABVVgaat, aangezien dat drie op tien sp.a kiezers lid zijn van ACV.
In het geval van Vlaams Belang is het heel moeilijk betrouwbare uitspraken te doen omdat deschattingen gebaseerd zijn op een beperkt aantal kiezers. De partij kent al sinds 2007 niet langereen uitgesproken jong kiespubliek. Net als in 2010 is de partij vooral sterk vertegenwoordigd in demiddenleeftijd van 45 tot 54 jaar en scoort vooral goed bij diegenen met een diploma hogersecundair onderwijs, maar rekruteert bijna niet onder de universitair geschoolden en onder dehogere kaderfuncties. De nadruk ligt op ongeschoolde arbeiders. Heel wat van haar kiezers zeggengeen levensbeschouwing te hebben, alhoewel nogal wat kiezers niettemin randkatholiek zijn. Onderde kerkelijke en kerkse katholieken rekruteert de partij dan weer heel wat minder. Op het vlak vanlidmaatschap van de mutualiteit is het huidige VB electoraat sterk oververtegenwoordigd bij deSocialistische Mutualiteit en is ook de sterke oververtegenwoordiging van ABVV en ACLVB ledenopvallend. Treffend is dat ook bijna alle VB kiezers lid (geweest) zijn van een vakbond. Slechts éénop acht VB kiezers zegt geen lid (geweest) te zijn van een vakbond.
Groen is opnieuw een jongerenpartij. De groenen zijn opvallend goed vertegenwoordigd bij 18-44jarigen. Boven de 65 jaar kent de partij echter nog steeds heel weinig kiezers. Dit laatste is eenconstante doorheen de tijd. Daarnaast gaat het om een zeer hoog geschoold electoraat vanhoofdzakelijk hogere kaders en bedienden. Niet minder dan zes op tien Groen kiezers heeft eenuniversitair of hogeschool diploma. Laaggeschoolden en arbeiders vinden we daarentegen heel watminder terug. Qua levensovertuiging valt de sterke oververtegenwoordiging van vrijzinnigen envan kiezers die stellen geen levensbeschouwing te bezitten op. Bij de katholieke gelovigen is Groen 13relatief sterk ondervertegenwoordigd. Groen heeft terug een zeer uitgesproken vrouwelijkelectoraat. Ten slotte zijn Groen kiezers eerder geen lid van een vakbond.
Ongeldig/blanco/niet-gaan-stemmen. Uit het overzicht van de stemverdeling blijkt dat decategorie van kiezers die blanco of ongeldig stemmen dan wel helemaal niet gaan stemmen eigenlijkhet derde grootste electoraat is in Vlaanderen. Omdat deze groep toeneemt, is het relevant ook dekenmerken van deze groep onder de loep te nemen. Het zijn vooral 65-plussers, laaggeschoolden,ongeschoolde arbeiders, kiezers uit de socialistische zuil en liberale vakbond en mensen met eenandere religieuze achtergrond die sterk oververtegenwoordigd zijn in deze categorie. Uit deze cijfersblijkt dat het democratische deficit heel sterk verbonden is met sociale stratificatie, aangezien hetvooral de lagere sociale posities zijn die niet langer (willen) gaan stemmen.