2 juni 2013 - Hervorming secundair onderwijs: leraren eisen kwaliteitsonderwijs
Geachte leden van de Vlaamse Regering
Geachte voorzitters van de regeringspartijen
De Vlaamse Regering is al enkele dagen druk aan het onderhandelen over de hervorming van het secundair onderwijs. Met deze wil COC, de grootste onderwijsvakbond van Vlaanderen, de onderhandelaars er op attent maken dat een hervorming van het secundair onderwijs maar kan lukken als er hiervoor bij de leraren een breed draagvlak bestaat. Dat veronderstelt ook dat de echte problemen aangepakt worden en dat zijn er ook wel andere dan degene die vandaag in de media aan bod komen.
Omdat COC niet betrokken wordt bij deze onderhandelingen wil COC de onderhandelaars bij middel van deze open brief enkele zaken meegeven.
Draagvlak noodzakelijk
In het Vlaams Regeerakkoord van 9 juli 2009 lezen we: ‘Het secundair onderwijs wordt vernieuwd op basis van een breed draagvlak bij alle stakeholdersgroepen. … De doelstellingen zijn: de prestaties van de moeilijk lerenden en de meest gemotiveerden op Europees topniveau brengen en het aantal niet-gekwalificeerde schoolverlaters verminderen. Het welbevinden van de leerlingen en de leerkrachten moet in de toekomstige hervorming centraal staan. …’
Gisteren verklaarde minister Smet op Radio 1 dat er ook bij de leraren een breed draagvlak bestaat voor de hervorming van het secundair onderwijs. Waar minister Smet deze overtuiging vandaan haalt, is ons een raadsel. Men kan van geen draagvlak voor een plan spreken als dat plan niet bekend is. En dat is het niet, er is hoogstens de oriëntatienota van minister Smet van enkele jaren geleden. Bij de voorstelling van die oriëntatienota stelde COC al dat de implementatie van een hervorming van het secundair onderwijs maar ten gronde bespreekbaar is van zodra er duidelijkheid bestaat over alle aspecten die mee een dergelijke hervorming moeten dragen of mogelijk maken. COC wenste dan ook snel duidelijkheid over de impact die de nieuwe structuur zal hebben op de financiering, de subsidiëring en de omkadering, op het onderwijslandschap en de scholengemeenschap en op het functioneren van het personeel. Pas dan zou COC zich ten gronde uitspreken over de vernieuwing van het secundair onderwijs. Omdat deze duidelijkheid er nog steeds niet is, kan er ook geen sprake zijn van een draagvlak. COC vraagt de onderhandelaars dus ook aandacht te hebben voor deze belendende percelen.
COC wijst er ook op dat er op dit ogenblik ook geen draagvlak voor de hervorming bestaat in de scholen en dat is dus niet alleen bij de leraren. Toen het VVKSO twee jaar geleden haar voorstellen tot hervorming van het secundair onderwijs bekend maakte en zei dat er hiervoor bij de schoolbesturen een draagvlak was, hoorden verschillende directeurs het in Keulen donderen.
Het gebrek aan draagvlak bij leraren én directeurs wijst er op dat scholen heel veel tijd moeten krijgen om zich aan te passen.
Kerntaak secundair onderwijs afbakenen
COC vraagt de kerntaak van het secundair onderwijs goed af te bakenen. Verbeterpunten van het secundair onderwijs mogen zich zeker niet focussen op de sociaal-economische
functionaliteit van het onderwijs. Hierdoor dreigt het secundair onderwijs te verschralen tot een louter functioneel instrument in dienst van de arbeidsmarkt. COC is niet blind voor de vele maatschappelijke uitdagingen, maar vindt dat het onderwijs niet kan belast worden met het oplossen van al deze problemen.
Het moet dus duidelijk zijn welke doelen het secundair onderwijs moet realiseren en voor welke andere doelen ze onmiskenbaar een voorbeeldfunctie heeft, maar waar andere actoren verantwoordelijk zijn voor de realisatie ervan. Bij de hervorming van het secundair onderwijs zijn verschillende onderwijsactoren betrokken. Een hervorming kan maar lukken wanneer alle actoren bereid zijn er gezamenlijk hun schouders onder te zetten. COC vraagt duidelijkheid over wie verantwoordelijkheid draagt voor de realisatie van welke doelen.
Start in het basisonderwijs
Fundamenteel voor de herwaardering van het technisch- en beroepsonderwijs is dat de
hervorming van het secundair onderwijs start in het basisonderwijs. In het curriculum van het basisonderwijs moet voldoende aandacht worden besteed aan technische en praktische vakken. De interesse voor deze vakken moet daar dus aangekweekt worden. Dit kan alleen maar door deze vakken te laten onderwijzen door technisch zeer onderlegde personeelsleden.
Gemeenschappelijke eerste graad
Of een gemeenschappelijke breed vormende algemene eerste graad, gevolgd door brede
studiedomeinen in de tweede graad en geprofileerde studierichtingen in de derde graad (zoals voorzien in de oriëntatienota van minister Smet), een goede structuur is om het keuzeproces bij leerlingen beter te laten aansluiten bij hun mogelijkheden en talenten, zal COC beoordelen na concrete uitwerking van de eerste graad en na kennis genomen te hebben van de voorstellen van de Vlaamse Regering betreffende het basisonderwijs. Het is immers evident dat de uitbouw van de eerste graad gestoeld moet zijn op de doorgevoerde wijzigingen in het basisonderwijs. Als de studiekeuze uitgesteld wordt tot na de eerste graad en de Vlaamse Regering opteert voor belangstellingsgebieden, stelt COC in ieder geval dat elke school in haar eerste graad alle belangstellingsgebieden moet aanbieden en dat alle leerlingen met alle belangstellingsgebieden kennis moeten maken in de eerste graad.
Fundamenteel om te weten is ook dat leerlingen en ouders nog steeds meer kiezen voor een school dan voor een studierichting. Zolang scholen in hun eerste graad andere accenten kunnen leggen, zullen de uitdagingen die nu op tafel liggen nooit kunnen aangepakt worden en heeft een hervorming geen zin.
Weghalen van de tussenschotten tussen de onderwijsvormen
Als de Vlaamse Regering overweegt om op termijn de tussenschotten tussen de
onderwijsvormen op te heffen, dan zullen er gewoon andere tussenschotten in de plaats komen: die tussen de meer abstract en de meer praktisch georiënteerde studierichtingen. Zonder mentaliteitswijziging in hoofde van de ouders, zullen kinderen starten in de meer abstracte richtingen en zullen sommigen uiteindelijk overschakelen naar minder abstracte richtingen. Het is dus nog maar de vraag of het wegwerken van deze tussenschotten dezelfde kinderen en ouders zullen doen kiezen voor meer technische opleidingen.
Differentiatie in de klas
Vandaag is in overheidskringen en bij onderwijsvernieuwers het toverwoord ‘differentiëren’. Heterogene klassen vormen geen probleem, leraren kunnen immers differentiëren. Terwijl minder sterke leerlingen extra oefeningen maken, kunnen sterke leerlingen zich verdiepen. De sterke leerlingen zullen de minder sterke wel meetrekken. Maar dat is theorie. Deze zienswijze impliceert immers dat leerlingen bereid en in staat zijn om in hoge mate zelfstandig te werken. Leraren zullen bevestigen dat de praktijk uitwijst dat dit voor heel wat pubers een onhaalbare zaak is. Wie meent dat, terwijl de leraar extra uitleg geeft aan minder sterke leerlingen, de anderen gedisciplineerd en geconcentreerd zullen doorwerken aan hun eigen taken, leeft wellicht nog in de jaren zestig en heeft dus geen benul van de huidige klaspraktijk. De cruciale vraag is hier hoe een leraar het hoogste rendement kan halen uit zijn leerlingen. De leraar in de klas kent het antwoord op deze toch wel belangrijke vraag, maar vreest dat de Vlaamse Regering uit budgettaire overwegingen dat antwoord niet wil kennen en zal kiezen voor (kosteloze) differentiatie. In dat geval waarschuwt COC de Vlaamse Regering voor het mislukken van de hervorming van het secundair onderwijs. Bij gelijkblijvende middelen heeft klasdifferentiatie trouwens zijn beperkingen en moeten er grenzen aan gesteld worden. Als dat niet het geval is, dan ontstaan er nieuwe twee- of driedelingen in het onderwijslandschap.
Watervalsysteem
Het watervalsysteem wordt dikwijls beschouwd als dé grote boosdoener voor de
ongekwalificeerde uitstroom. Vergeet men hier niet te vlug dat het meestal de ouders zijn die de mogelijkheden van hun kinderen overschatten? Of dat zij (ten onrechte weliswaar, maar omwille van andere beweegredenen zoals bijvoorbeeld prestigeoverwegingen) bewust niet kiezen voor het technisch- en beroepsonderwijs. De redenen waarom sommige leerlingen geen diploma behalen, zijn veel complexer dan het watervalsysteem op zich: de thuissituatie, het gebrek aan ondersteuning door de ouders, de gebrekkige kennis van het Nederlands, het gebrek aan inspanningen... Dat zijn ook problematieken waarvoor voldoende aandacht moet zijn. Wanneer aan deze problematieken onvoldoende aandacht wordt geschonken, zal een hervorming van het secundair onderwijs niets oplossen.
Implementatie
COC vraagt duidelijkheid over de wijze waarop de implementatie van de onderwijshervorming in het onderwijslandschap zal gebeuren. Meer concreet verwacht COC dat de Vlaamse Regering erover zal waken dat er geen verdoken mechanismen ontstaan die in de praktijk de huidige twee- of driedeling in de feiten in stand zullen houden door de selectie van belangstellingsgebieden/specialiserende studierichtingen, door te grote vrijheidsmarges voor de invulling van de differentiatiepakketten, te ruime marges voor de koppeling van eindtermen aan vakken, enz….
Leraren eisen kwaliteitsonderwijs
Leraren ondersteunen alle maatregelen die de kwaliteit van het onderwijs en de vorming van hun leerlingen ten goede komen. Maar leraren willen geen hervormingen die ertoe leiden dat diploma’s afgeleverd worden aan leerlingen die dat niet verdienen. Leraren vrezen een verdere nivellering van het onderwijs. Inderdaad, een verdere nivellering omdat deze trend tot vervlakking nu al merkbaar is. Leraren staan nu al onder zware druk wanneer een leerling voor een bepaald vak een tekort heeft. Niet de leerling heeft hier fout aan, maar de leraar. Hij moet dus remediëren en hierover communiceren met directie en leerlingenbegeleiders. Hij moet communiceren met de ouders over de evolutie van hun kind. Hij staat onder druk van de directeur omdat die vreest een leerling en zijn financiering hiervoor kwijt te geraken of gevat te worden door een juridische procedure… Het is dan ook niet verwonderlijk dat leraren meer en meer bezwijken onder die druk.
In dit verband moet de overheid de hand trouwens in eigen boezem steken. Ongekwalificeerde uitstroom heeft ook te maken met de instroom. Zoals niet iedere student bekwaam is om academisch onderwijs te volgen, is ook niet iedere leerling bekwaam om een hogeschooldiploma te behalen. Ook niet iedere leerling is bekwaam om een diploma secundair onderwijs te behalen. Als de Vlaamse Regering dat toch wil, dan vraagt dat extra investeringen om de leerlingen die dreigen uit te vallen, op te vangen. Doet ze die niet, dan zal de kwaliteit van het secundair onderwijs verder achteruit gaan. Met of zonder hervorming van het secundair onderwijs.
Jos Van Der Hoeven
Secretaris-generaal COC
Koen Van Kerkhoven
Nationaal secretaris SO
Bron: de standaard