deredactie.be - OPINIE » Blog Archive » De revolte van de burgerlijke maatschappij
De allochtonisering is een algemeen Europees verschijnsel. De groei van de Belgische bevolking is bijna uitsluitend te danken aan de procreativiteit van de vreemdelingen. Dit fenomeen is onomkeerbaar. De OESO-landen hebben vorig jaar 4 miljoen vreemdelingen opgenomen, die zij overigens in grote mate nodig hebben om de vergrijzingkosten en de pensioenlasten van de autochtonen gefinancierd te krijgen.
Het zogenaamde Vlaamse volk wordt steeds meer een multiculturele bevolking, die leeft en werkt op een gegeven territorium maar steeds meer een nomadisch bestaan leidt. De professionele mobiliteit is vaak grensoverschrijdend, zeker voor de universitairen en zakenlui. Daarop ent zich een veel algemener geestelijke en intellectuele mobiliteit die op een revolutionaire wijze wordt bevorderd door de alomtegenwoordigheid van de huidige en toekomstige informatie- en communicatietechnologiën. De wereld is ons dorp geworden. België en Vlaanderen zijn hiervan in de beste hypothese een kleine woonwijk, laat staan een moestuin. Europa, met zijn 500 miljoen inwoners, is over 20 jaar nog goed voor vijf % van de wereldbevolking. En er zal één halve Vlaming rondlopen op duizend aardlingen (1/2 per duizend).
Een moeilijke opdracht
Als onze kinderen en kleinkinderen niet leren samenwerken en samenleven met mensen van andere culturen, andere beschavingen, die andere talen spreken, zullen zij maatschappelijk worden uitgerangeerd. De grote maatschappelijke opgave is de algemene multiculturaliteit om te zetten in echte interculturaliteit door een evenwicht te vinden tussen enerzijds voldoende integratie maar anderzijds het behoud van voldoende identiteit. Een moeilijke opdracht die ook vaak mislukt. Vooral als de nationalistische trom wordt geroffeld, op het deuntje ‘eigenlijk zijn we beter dan al die anderen, die we bovendien niet nodig hebben’.
Volk wordt inmiddels bevolking en het oprichten van elke staatsgrens is een hinderpaal op de weg van de interculturaliteit. Daarbij rijst een heel complexe maar onontkoombare vraag: behoort de grond aan de mensen (ius personae) of horen de mensen bij de grond (ius soli)? Wat betekent zogenaamde Vlaamse grond in een grondig multiculturele samenleving? Deze vraag kan niet worden ontweken. Mutatis mutandis geldt die vraag ook voor Europa en rijst meteen het probleem van de definitie van wat Europa is en of Europa nog verder uitsluitend in geografische termen kan worden bepaald.
De Staat, soevereine constructie, in grote mate uitgedacht door de Verlichting en gebaseerd op de Trias van Montesquieu, dit wil zeggen op de scheiding van de drie machten, brokkelt steeds meer af, intern en extern. De meeste problemen zijn grensoverschrijdend.
Europa
In de Europese Unie wordt het monetair beleid volledig bepaald door de Europese Centrale Bank. Het begrotingsbeleid van de lidstaten (en van hun deelstaten), de kern van de soevereiniteit, wordt steeds meer onderworpen aan de voorwaarden opgelegd door de Europese overheid. Het onderwijs, zeker op het niveau van de universiteiten, is volledig geharmoniseerd in het raam van het Bologna-akkoord. Het Europese defensiebeleid is in feite een NAVO-beleid en het buitenlands beleid hebben de lidstaten in zeer grote mate toevertrouwd aan Lady Ashton.
70 % van de zogenaamde Belgische wetten resulteren uit Europese beslissingen. Dit alles is echter nog onvoldoende, wil Europa stand houden in een globale wereld. De waarheid luidt dat de Europese greep op de nationale soevereiniteit en dus a fortiori op de autonomie van de lid- en deelstaten, nog onvoldoende is. De recente economische crisis, het wankelen van de Europese monetaire unie, de regulering van de financiële markten, de vereisten van het klimaatbeleid en de energiebevoorrading, de strijd tegen de criminaliteit, het terrorisme en allerlei vormen van fraude, de cyberbeveiliging, enz. maken in de toekomst nog meer soevereiniteitsoverdracht noodzakelijk.
Politieke verantwoordelijken in alle Europese landen en dus ook in België zouden er goed aan doen aan de kiezers uit te leggen dat ze geen nood hebben aan meer autonomie, meer zelfstandigheid en meer onafhankelijkheid maar net aan het tegenovergestelde: namelijk minder onafhankelijkheid, minder soevereiniteit, minder autonomie, althans indien men het Europese welvaarts- en beschavingsmodel veilig wil stellen.
Pleidooien voor meer ‘deelstatelijke autonomie’ klinken natuurlijk sympathiek, zoals de uitspraak: ‘wat we zelf doen, doen we beter’. Een stelling waarvan de juistheid evenwel nooit wetenschappelijk werd bewezen. Tot in een recent verleden werd door nationalistische theoretici de stelling verdedigd dat kleine onafhankelijke staten het veel beter doen dan grotere staatkundige constructies. Dan werd wel eens verwezen naar IJsland en Ierland. Deze landen zijn inmiddels bankroet gegaan. Indien we noodzakelijkerwijze beter doen wat we zelf doen, hadden we nooit moeten beginnen aan de Europese samenwerking en integratie.
Sterke paragraaf.
