Italiaanse generaal Mini neemt onafhankelijkheid Kosovo op de korrel
De Italiaanse generaal Fabio Mini, ex-bevelhebber van de NAVO-troepen in Kosovo, heeft de op stapel staande onafhankelijkheidsverklaring van de Zuid-Servische provincie scherp op de korrel genomen. Die onafhankelijkheid (op bijna alle vlakken onder internationaal toezicht) komt vooral de "clans" ten goede, niet de bevolking, zei de generaal in een interview met de krant Corriere della Sera.
Clans
De onafhankelijkheid dient vooral degenen die de touwtjes nu al in handen hebben, aldus Mini. Dat zijn huidig premier Hashim 'the snake' Thaçi "die zaakjes doet met de oliemaatschappijen", diens voorganger Ramush Haradinaj, die momenteel terecht staat op het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag en tegen wie de procureur 25 jaar cel heeft geëist, ex-premier Agim Ceku "die generalissimo wil worden" en zakenman Behgjet Pacolli "die nieuwe ruimte nodig heeft om het geld van zijn imperium te investeren".
Wapensmokkel
Mini stond aan het hoofd van de KFOR in 2002 en 2003. Huidig premier Thaci stond rond de eeuwwisseling, als net afgezwaaid bevelhebber van de rebellenbeweging UCK, aan het hoofd van de beruchte Drenica-groep, die zowat 15 procent van alle misdaadactiviteiten in Kosovo op haar rekening had. "Drenica" was gespecialiseerd in wapensmokkel, het verkopen van gestolen auto's, sigarettensmokkel en mensenhandel/prostitutie.
Haast
"Waar de clans nood aan hebben (...) is een plaats in Europa waar nieuwe banken kunnen geopend worden", aldus nog Mini. "Een vrijhaven voor geld dat uit het oosten komt. Monte-Carlo, Cyprus, Madeira zullen op hun tellen moeten letten. Ik begrijp de haast van de Kosovaren om onafhankelijk te worden", zei de Italiaan. "Maar die van de internationale gemeenschap begrijp ik niet." Mini noemt erkenning van de Albanees-Kosovaarse onafhankelijkheid een fatale vergissing.