TSJERNOBYL
Woensdag 19.04.2000 06.00 u. (Kiev time) TSJERNOBYL
Na vier dagen opgetrokken te hebben met de Oekraïense ouders van de kinderen die tijdens de zomer in België te gast waren was het eindelijk zover. Alle documenten waren in orde om door alle controles te geraken en de kerncentrale van Tsjernobyl te bezoeken. Het volledige programma bestond uit een bezoek aan de spookstad Pripyat, kerncentrale, Tsjernobyl – stad en Horodiche (dorp waar ongeveer 50 mensen terug zijn gaan wonen de eerste dagen na de ramp).
06.00 u. (05.00 u. Belgische tijd) Woensdagochtend. We werden gewekt voor het ontbijt. 3 uren slaap moesten dan maar voldoende zijn, dat hadden we ons tenslotte zelf aangedaan. Stipt 06.30 u. stonden de twee minibusjes klaar om de tocht aan te vatten. Meerijden bleek al een avontuur (lees « risico ») op zich. Zij hadden beide al ettelijke Tsjernobyl’s meegemaakt. Er was ook maar nipt genoeg getankt om 300 km. te rijden ! Aangezien we toch aangepaste kledij gingen krijgen (smoke broek en smoke vest van het leger) hadden we zo weinig mogelijk bagage meegedaan. Gewapend met het fototoestel en de meegekregen geigerteller zijn we, in trainingbroek en sweater, met goede moed vertrokken. Enkele minuten later zaten we al midden in een fikse regenbui. Mijn regenjas lag nog in Hombeek. De ruitenwissers bleken stuk te zijn. Het volgende half uur bleven we door Kiev - stad (700 km²groot) rijden, de geigerteller bleef rustig op 3 – 4 microrem/u. Op de middenberm van de autosnelweg die ons buiten Kiev bracht stonden koeien te grazen. Op het derde rijvak kwam een fietser, als spookrijder, ons tegemoet. In ons minibusje zorgde dit voor algemene hilariteit. De eerste moppen doken op zodat er direct een gemoedelijke, plezante sfeer inzat. Enkele kilometers verder versmalde de weg tot een smalle asfaltweg, één vak heen, één vak terug. De bomen langs de kant waren tot op 2 meter hoogte wit geschilderd om ‘s nachts duidelijk zichtbaar te zijn. In deze bosrijke omgeving rijden we door kleine dorpjes, goed verscholen tussen de bomen. Kippen en varkens lopen vrij rond. Dichte loofbossen en naaldbossen in een prachtig heidelandschap wisselen elkaar af met, af en toe, het geglinster van een klein meertje. Geglinster ja, want ondertussen was de zon volop van de partij. De geigerteller laat af en toe iets van zich horen en blijft staan op 8 – 10 microren/u.
08.00 u. Eerste sanitaire stop, even voor het bord dat aangeeft dat we het district Tsjernobyl binnenrijden. Wij zitten nu op 14 – 16 microrem/u. Onze gids, die in het eerste minibusje zit, geeft onze chauffeur onder zijn voeten. Hij parkeerde zijn busje wat ongelukkig zodat we in het gras moesten uitstappen. Dit bleek onverstandig te zijn want éénmaal onze geigerteller in het gras gelegd knetterde deze lustig tot 80 – 90 microrem/u. Wij moesten dan ook zoveel mogelijk op de stenen blijven. De natuur is hier echter adembenemend mooi. Prachtige, groene bossen nodigen uit tot wandelen. Zij zijn echter voor minstens 1.000 jaar verloren en omgedoopt tot de 30 km. « exclusion zone ».
08.20 u. Na enkele minuten rijden komen we aan de controlepost van deze 30 km. zone. Een militair komt de documenten ophalen en opent, na controle, de slagboom. Voorzien van een indrukwekkend aantal stempels bergen wij onze toegansbewijzen veilig op. Iemand merkt op dat alle communicatie via gsm is uitgevallen. Sommige mensen verzekeren mij dat ze hier nooit meer willen (zullen) komen. Wij rijden nu rechtstreeks naar de volgende controlepost op 10 km. van de centrale. Hier en daar zien we in het landschap met gras begroeide heuveltjes. Dit zijn de eerste getuigen van radioactieve besmetting. Na de explosie werden de huizen in deze regio afgewassen met water en zeep. Dit bleek natuurlijk « wish ful thinking » te zijn. De radioactiviteit bleef na deze reinigingsprocedure onveranderd zodat er gekozen werd voor plan B. Duizenden huizen werden in brand gestoken en achteraf bedolven door grond. Vandaar deze heuvels. Deze oplossing zorgde, tesamen met de enorme brand in de kernreactor (de reactorkern lag open en bloot !), voor een immense (radioactieve) luchtvervuiling die over de ganse wereld werd geregistreerd.
09.00 u. Wij rijden een militaire basis binnen even buiten de stad Tsjernobyl. Uitendelijk stoppen wij aan een controlepost waar onze documenten terug afgegeven worden. Wij worden binnen uitgenodigd om ons te verfrissen en iets te drinken. Onze geigerteller staat op 20 – 24 microrem/u. Wij ontmoeten onze nieuwe gids die ons vertelt dat er voor onze groep (20 mensen) onvoldoende beschermkledij aanwezig is. Van de gemoedelijke sfeer van twee uur geleden blijft al iets minder over. Sommige mensen beginnen zich af te vragen of het wel zo’n goed idee was mee te komen. Onze Tsjernobyl gids gaat ons voor naar een licht blauw ex-legerbusje, bouwjaar +/- 1930 (optimistische schatting). Alle voertuigen die hier rondrijden mogen de « exclusion – zone » niet meer uit. Eénmaal op weg ontdekken we dat dit voertuig enkele technische mankementen heeft : zo ontbreken alle ontkoppelingsfaciliteiten en moet men verder zonder vering. De gids vertelt dat er momenteel 5.000 mensen werken in deze 30 km. zone. Zij zijn allemaal gelogeerd in Tsjernobyl en werken in de centrale of aan bouwwerken in deze zone. Onbegrijpelijk, maar er worden nog wegen aangelegd, er worden pijpleidingen aangelegd en er zijn serieuze grondwerken aan de gang. Niemand kan ons vertellen waarom. De mensen in de centrale werken één week en verblijven dan één week buiten de zone (=meestal Kiev). Zij die in de 30 km. zone werken doen dit gedurende twee weken om dan ook evenveel tijd buiten de zone door te brengen. Ondertussen zijn we gestopt aan het monument ter herdenking aan de 30.000 doden onder de mensen die na de ramp de centrale moesten opruimen. Volgens de gids, werkzaam aan het Ministerie van Tsjernobyl, zou het totaal dodenaantal van de ramp al oplopen tot 125.000 mensen. Vanaf nu gaat het richting sarcofaag. Anatoly maakt zich klaar om in Tsjernobyl het graf van zijn moeder en grootouders te onderhouden. Vorig jaar heeft hij, ook op bezoek met onze vzw, dit graf teruggevonden. Het kerkhof is volledig overwoekerd en alleen de toegangspoort is nog te zien tussen de bomen. De geigerteller laat zich nu uitdrukkelijker horen en geeft 60 – 80 microrem/u. aan. Wij passeren op 500 meter de sarcofaag en onze teller loopt op tot 120 microrem/u. Eigenaardig genoeg zakt hij terug tot 80 microrem. Anatoly toont mij in de verte een klein monument. Hij zegt dat op die plaats de radioactieve straling het grootst is. Hoe korter we erbij komen hoe uitdrukkelijker het geknetter van de teller wordt. De waarde stijgt nu tot 300, 500 microrem. De teller kan niet meer volgen, zijn alarm gaat af. De geigerteller neemt een andere eenheid aan. We zitten nu op 1,4 millirem of 1.400 microrem/u. Zo zijn er drie plaatsen waar een gedenkpaal staat. Dit zijn de drie richtingen welke de explosie gevolgd heeft. Er wordt uiteraard niet gestopt en de geigerteller zakt terug tot +/- 200 microrem/u. Algemene stilte in de bus. Midden in een bos stopt de bus en Anatoly verlaat ons om de graven van zijn familie op te knappen. Op mijn vraag of ik hem kan helpen antwoordde hij « nee ». Eén, het is hier bijzonder ongezond en ten tweede, bezoek de kerncentrale, zoveel mogelijk dorpen en mensen en vertel het verder aan iedereen die horen wil was zijn antwoord. Wanneer de laatste kernreactor zal gesloten worden (december 2000) zal voor de ganse wereld het probleem Tsjernobyl opgelost zijn. Alleen voor de mensen uit de regio (+/- 3.500.000) zal het nog 1.000 jaar duren ! Anatoly zien verdwijnen in dat bos, voorzien van wat schildersmateriaal en een fles water, maakt op ons behoorlijk wat indruk. Later op de dag zullen we hem terug gaan oppikken. Wij draaien terug en rijden door een bos van zwartgeblakerde bomen, niet van vuur maar wel van de straling die toen is vrij gekomen. Het bos is herleid tot een spookbos. Zwarte bomen, hier en daar toch een groen blaadje en voor de rest niets dan stilte. Absolute stilte, geen vogel te zien of te horen, geen stemmen van mensen, geen vlinders. Niets meer ! Wij rijden terug voorbij de gedenkpaal, hetzelfde scenario om uiteindelijk aan de voorkant van de sarcofaag te komen. Wij stappen uit om in een klein informatielokaal te komen. Daar krijgen we een film voorgeschoteld die elke verbeelding tart. Op de beelden zijn ook steeds witte stippen te zien, kleine bliksems als het ware. Dat werd veroorzaakt door de straling tijdens het opnemen van de film. Aan de hand van een maquette wordt uitgelegd wat er is gebeurd in april 1986. Het stralingsniveau in dat lokaal wordt konstant geregistreerd en blijft steeds rond de 150 microrem/u. Foto’s aan de wanden laten ons opnieuw stil worden. Het zijn foto’s genomen tijdens de eerste uren na de ramp om de situatie in beeld te brengen voor de opgetrommelde geleerden. Er werd gberuik gemaakt van robots maar deze vielen uit door de enorme straling. Mensen werden ingepakt met lood en moesten deze taak overnemen. Eén foto valt op. Een man hurkt neer om iets op te rapen en juist als zijn collega de foto maakt is er een electrische ontlading tussen de grond en de helm van de man. Op deze foto is op dat moment het skelet van deze man te zien alsof het één grote rontgenfoto is. Zij die willen kunnen buiten op het « terras » foto’s maken van de sarcofaag. De straling bedraagt terug 1.483 microrem/u. De geigerteller knettert nu ononderbroken. De temperatuur van de grond aan de buitenkant van de sarcofaag, evenals de loden platen van de sarcofaag bedraagt konstant 70°C. En die alomtegenwoordige stilte. Zeker als Belg zijn we dat niet meer gewoon. Nochtans wordt deze stilte als zeer enerverend ervaren. Onheilspellend is een beter woord. Wij gaan terug naar onze legerbus en gaan op weg naar Pripyat. 7 km verder worden onze papieren nogmaals gevraagd en door de slagboom rijden we Pripyat binnen.
10.30 u. Pripyat city. 26 April 1986 in volle voorbereiding voor de 1 Mei viering, de Russische nationale feestdag. Meer dan 50.000 inwoners zijn bezig met dagelijkse beslomeringen als luidsprekers verkondigen dat er iets mis is in de kerncentrale. De centrale is op moment al meer dan 12 uur geexplodeerd en volop aan het branden. Pas na twee etmalen worden de eerste bewoners van Pripyat geëvacueerd. Regeringsambtenaren, burgemeester, enz. krijgen een voorkeursbehandeling. …
Onze bus wordt geparkeerd op een parking van een toenmalig restaurant. Absolute stilte als we uitstappen. Die stilte valt iedereen opnieuw op. Stralingsniveau rond de 80 microrem/u. Er zijn nochtans streken in Pripyat die veel erger besmet zijn. Zij worden door onze gids vermeden. Als gezonde mens mag je ongeveer 8 uur per dag rond lopen in Pripyat om uw jaarlijkse stralingsdosis te bereiken. Wij bezoeken het appartement van onze medewerker in Kiev(zij zorgt dat de kinderen in België geraken), wij bezoeken een kinderkribbe, een schoolklasje en een wandeling terug tot aan de legerbus. Het ruime appartement ligt twee hoog. Vorig jaar heeft ze ook haar appartement bezocht met onze vzw en ook dit jaar valt het bezoek haar zeer zwaar. De verf van het plafond is « weggesmolten » door de straling. De verf hangt in lange krullen naar beneden zoals vliegenvangers. Op de grond ligt nog de fopspeen van haar zoon. Wij mogen nergens aankomen omdat alles onder een dikke laag stof ligt. Het ongezonde zit hem in het stof dat gemakkelijk in de kleren kruipt en ingeademd wordt. Je weet dat er iets is maar je ziet niets, je ruikt niets, en bovenal je hoort niets. Toch weet je dat je in een op z’n minst ongezonde situatie zit. De stemming onder de groep wordt nog stiller en iedereen begint ook afzonderlijk rond te stappen. Iedereen tracht deze dag op zijn eigen mannier te verwerken. In de kinderkribbe vinden we de kleine bedjes terug alsook het speelgoed. Alles her en der achtergelaten tijdens hun vlucht. Hier was het probleem dat vele mensen gescheiden werden en ettelijke maanden met vreemde mensen een appartement moesten delen. In de school die we bezochten kwamen we in een klas waar, op dat moment, een les wiskunde aan de gang was. Op de muur hangt de klasfoto met de bengels van het schooljaar 1985-1986. Op de gang liggen nog honderden gasmaskers die door de paniek tijdens de vlucht vergeten zijn. Zij hebben hun dienst niet kunnen bewijzen. Mutsen, jassen en sjaaltjes zijn blijven hangen, de knuffels her en der verspreid op de vloer. Terug buiten bereiken we via een korte wandeling door Pripyat onze legerbus. Er wordt nu bijna niet meer gepraat.
12.20 u. We rijden Pripyat uit na een korte controle. We rijden terug door een prachtig natuurgebied. De bomen en struiken zijn volop groen. Onze bus stopt en na enkele minuten komt Anatoly uit het bos. Glimlachend en blij omdat hij gelukt is in zijn opzet. Het kan terug een hele tijd duren vooraleer hij deze kans nog krijgt. Hij vraagt direct naar onze indrukken van de voorbije uren, maar niemand kan eigenlijk iets zinnigs antwoorden. Wij bevinden ons nog in de verwerkingsfaze. Wij hobbelen verder zonder te praten.
13.00 u. Wij worden terug verwacht in de refter van de militaire basis waar onze twee minibusjes geparkeerd staan. Er is voor ons een diner klaar gemaakt. Anatoly laat enkele flessen wodka aanrukken om de emoties door te spoelen. Tijdens onze maaltijd komen er vier mensen bij ons zitten. Groot is onze verwondering wanneer we nederlands horen praten. Een studente en haar prof, tesamen met enkele andere buitenlandse studenten zijn hier een onderzoek gestart om via aanplantingen de bodem terug te verbeteren. Volgens haar is de oorzaak van de ramp te wijten aan de drang om kernreactor nummer 4 zo vlug mogelijk op te starten om het Russische « star wars » programma te vervolledigen. Van op afstand hebben we het enorme radarkomplex tussen de bomen gezien. Fotograferen is natuurlijk nog verboden. Het opstarten van dit radarsysteem was voldoende om gans Tsjernobyl (19.000 mensen) zonder stroom te zetten.
14.00 u. De zon schijnt ondertussen volop met temperaturen boven 25 °C. Wij zitten terug in onze eigen minibusjes en rijden naar Horodiche. Er zijn dozen met kleren, schoenen en huisraad aanwezig om aan deze mensen te geven. Zij konden niet leven in Kiev-stad zodat ze verkozen hun laatste jaren van hun leven door te brengen op de grond waar ze heel hun leven hadden gewoond. Er heersen nochtans Middeleeuwse toestanden. Huisjes van hout en leem zonder verwarming. Een oud vrouwtje komt naar onze minibus en neemt twee paar mannenschoenen mee. Een oude man had hetzelfde idee. Een kletterende ruzie was het gevolg tot de burgemeester tussenbeide kwam. Hij regelt de zaak in der minne. Onze voltallige groep wordt uitgenodigd ten huize van die oude vrouw. Zij wil haar laatste melk, eten en fruit verdelen aan onze mensen. De gids vertelt ons dat het zeer onbeleefd is geen gebruik te maken van haar gastvrijheid maar begrijpt de situatie. Hij geeft toe zelf ook niets te eten of te drinken. Zij telen alles in grond op +/-10 km van de centrale. In de putten die gemaakt zijn om de huizen onder grond te bedelven zit ondertussen wat vis of de vis wordt gevangen in de passerende rivier Pripyet (zij voorziet de centrale van koelwater). Deze volledig uitgebakken vis blijft de rest van de week in de pan staan om uit te drogen. Dit is de enige mogelijkheid de vis een aantal dagen te bewaren. Het toilet staat buiten, achteraan in haar tuin, tussen de kippen en varkens. Wij vragen ons af wat dit in de winter moet zijn. Zij bedankt ons nogmaals voor de schoenen na zich nog eens te verzekeren dat we niets willen eten of drinken. Wij beseffen dat we het, als westerling, hier niet langer uithouden dan een week. Hoog in een boom doet een ooievaar ons uitgeleide. Na enkele minuten gereden te hebben stoppen we in een ander klein dorpje. De naam is onmogelijk te ontcijferen maar de mensen zijn even blij met de voorraad goederen. Het geknetter van de geigerteller begint serieus op de zenuwen te werken. Wij bedelven hem onder sweaters en jassen. Wij spreken af ergens te stoppen om nog een koffie te maken (met meegebracht water). Wanneer we doorrijden naar Kiev komen we een oude man tegen. Te voet. Hij krijgt een lift terug naar Tsjernobyl. Op vraag van onze gids vertelt hij dat hij deze wandeling elke dag maakt. ‘s Morgens van Tsjernobyl naar familie in Horodice, ‘s avonds terug om te slapen en proberen te vergeten ( 2 x 12 km ! ! !). Met deze extra 12 km. heeft onze chauffeur duidelijk geen rekening gehouden. Hij vreest dan ook brandstofproblemen vooraleer in Kiev te geraken. Elke bergaf, zelfs het kleinste heuveltje, laat hij de minibus in vrijloop naar beneden rijden. Wij komen terug aan de 30 km controlepost. Iedereen moet uit de minibusjes en wordt gecontroleerd op radioactieve besmetting. Schoenen, nagels en haar worden via een soort oude « James Bond » machine gecontroleerd. Geen enkel probleem, we mogen onze weg verder zetten richting Kiev. Ondertussen is de duisternis ingevallen en wanneer we om 21.00 u. aankomen in het hotel is het volslagen donker. Wij verdwijnen ieder meer dan een half uur onder de douche. De meeste mensen krijgen ongeruste telefoontjes van de Oekraïense gezinnen (onze terugkomst was voorzien rond 18.00 u. ! !) maar een politiecontrole onderweg zorgde voor wat oponthoud. Het was weeral 3 uur voor iedereen in bed lag. Nochtans was van de uitgelaten sfeer van de voorbije dagen niets terug te vinden, iedereen was behoorlijk onder de indruk. Wij, en de rest van de wereld mogen alle reddingswerkers bijzonder dankbaar zijn om de opruimingswerkzaamheden te vervolledigen. De gevolgen van deze kernramp waren hoogstwaarschijnlijk veel erger en uitgebreider dan tot nu toe algemeen werd aangenomen in de internationale pers.