Benjamin
Legacy Member
Erg onvolwassen en nog kortzichtiger.dee zei:
Ik heb niet gesproken over de periode voor de 2de wereldoorlog maar ook toen waren er mensen die studeerden, zij het vaak enkel de oudste.Kleuteronderwijs dan toch. Voor de 2de wereld oorlog kwamen er niet veel verder dan het secundair. Dat stopte toen zelfs bij 16 jaar.
Het niveau van het onderwijs is ook in België gedaald door de massalisering van het onderwijs. Op de Vlaamse scholen is dat de laatste 10 jaar goed te merken volgens de leraren die ik ken en zelfs sommige leerlingen (een van de betere in mijn jaar) hebben hier tegen mij al over geklaagd.
Ter illustratie hier een voorbeeld van het niveau uit de jaren 30 voor de lerarenopleiding (basisschool) en 40 en 50 voor de HBS (wat hier het ASO is) mechanica:
Natuurkunde toen en nu | Beter Onderwijs Nederland
"Toen: HBS eindexamen Mechanica 1940.
Een rechthoek ABCD ligt in een hellend vlak, dat een hoek α met het horizontale vlak maakt. De zijden BC en AD zijn horizontaal; B ligt verticaal gemeten h meter hoger dan A. Van B uit wordt een massapunt in de richting BC weggeschoten met een beginsnelheid van v(0) m/sec. Er is geen wrijving. De versnelling van de zwaartekracht is g m/sec². Als het massapunt na t sec juist het punt D bereikt, vraagt men BC en t in de gegevens uit te drukken.
Nu: VWO eindexamen NT 2009.
De beweging tijdens de start van de Ariane-5-raket wordt onderzocht aan de
hand van een video-opname. Van de eerste honderd seconde is een (v,t)-grafiek
gemaakt en weergegeven in figuur 1. Figuur 1 staat ook op de uitwerkbijlage.
(volgt grafiek op kwart pagina; BW)
De totale massa van de Ariane-5-raket bij de start is 7,14·10^5 kg.
Bepaal aan de hand van de figuur op de uitwerkbijlage de stuwkracht Fstuw die
de Ariane-5-raket ondervindt op t = 0 s.
Toen: HBS eindexamen Natuurkunde 1957.
Men heeft een condensator, waarvan men de capaciteit kan veranderen door twee evenwijdige, halfcirkelvormige platen ten opzichte van elkaar te draaien (draaicondensator). De tussenstof is lucht. De capaciteit van de draaicondensator met geheel ingedraaide platen (180°) bedraagt 480 pF; bij geheel uitgedraaide platen (0°) is de capaciteit 30 pF. De capaciteit neemt lineair toe met de draaiingshoek.
a) Terwijl de condensator geheel is ingedraaid, schakelt men deze parallel met een onbekende capaciteit. De ene plaat van de condensator wordt door middel van een batterij tot 1000 V opgeladen, waarna de verbinding met de batterij verbroken wordt. De andere plaat is voortdurend geaard. Vervolgens zet men de condensator op 60°. De potentiaal is dan 2000 V. Bereken de onbekende capaciteit.
b) Thans wordt de geheel ingedraaide condensator, in plaats van met bovengenoemde onbekende capaciteit, parallel geschakeld met een plaatcondensator. Deze plaatcondensator heeft cirkelvormige platen. De straal van de cirkel is 9 cm; de afstand van de platen 0,25 cm. Het diëlectricum is lucht. Men laadt de ene plaat van de draaicondensator door middel van een batterij weer op tot 1000 V. De andere plaat blijft geaard. De verbinding met de batterij wordt nu verbroken en men brengt vervolgens een ander diëlectricum tussen de platen van de plaatcondensator. Om daarna weer een potentiaal van 1000 V te krijgen moet men de draaicondensator op 72° zetten. Bereken de diëlectrische constante van het diëlectricum.
Nu: VWO eindexamen NT 2009. (Let vooral eens op vraag a!; BW)
Een condensator wordt gebruikt om lading op te slaan, die later weer
beschikbaar moet zijn. In de praktijk blijkt de condensator echter niet volledig
geïsoleerd te zijn. Na verloop van tijd lekt er altijd wel wat lading weg.
Gerard wil een automatisch systeem ontwerpen, dat de condensator weer
oplaadt als er te veel lading weggelekt is.
Allereerst bouwt Gerard de schakeling die in figuur 1 staat.
(volgt schakelschema in figuur; BW)
Figuur 1 staat ook op de uitwerkbijlage.
Het lekken van de condensator wordt gesimuleerd door de
weerstand R. Door schakelaar S te sluiten, wordt de condensator
weer opgeladen.
Gerard gebruikt een condensator C met een capaciteit van
50 mF, een weerstand R van 1,5 k en een spanningsbron B
die een spanning van 5,0 V levert.
Om de grootte van de ontlaadstroom te meten,
wil Gerard een mA-meter in de schakeling opnemen.
a) Teken in de figuur op de uitwerkbijlage de mA-meter
op de juiste plaats.
De gebruikte ideale mA-meter heeft zes bereiken:
0,30 mA, 0,50 mA, 1,0 mA, 3,0 mA, 5,0 mA en 10 mA.
b) Ga met een berekening na op welk bereik de mA-meter moet staan om zo nauwkeurig mogelijk de ontlaadstroom te meten direct nadat de schakelaar
geopend is.
De spanning over de condensator C is een maat voor de hoeveelheid lading op
de condensator. De condensator kan worden beschouwd als een ladingssensor.
c) Teken in de figuur op de uitwerkbijlage de ijkgrafiek van deze ladingssensor voor spanningen van 0 tot 5,0 V.
Voor de spanning van de condensator tijdens het ontlaadproces geldt:
U(t) =U(0)e-t/RC (-t/RC is hier de exponent, superscript is onmogelijk; BW)
Gerard berekent de tijd waarin de spanning daalt van 5,0 V naar 3,0 V.
d) Bereken die tijd.
Het opladen van de condensator gaat een stuk sneller dan het ontladen.
Voor de tijd die het duurt om een condensator van 3,0 V naar 5,0 V op te laden
geldt: t = 6RC waarin R de weerstand van de oplaadkring is.
De koperdraden in de oplaadkring hebben een totale lengte van 65 cm.
e) Bereken de minimale dikte (diameter) van de draden, waarbij de oplaadtijd kleiner is dan 1 ms.
Naschrift bij de laatste vijf vragen:
Over a hebben we het maar niet eens.
Vraag b is dit jaar door een groot contingent leerlingen gegokt: men gebruikte U=I·R met de voor de hand liggende gegevens. Motivatie werd niet gevraagd, dus gokken was goed.
Vraag c vergde enige intelligentie maar geen kennis van de condensator. De benodigde formule C=Q/U kon in het BINAS-boekje worden opgezocht en de grafiek was daarmee een simpele rechte lijn.
Vraag d bestaat alleen maar uit het invullen van een bij de vraag gegeven formule.
Vraag e is de enige serieuze vraag. Hierbij moet je kunnen werken met soortelijke weerstand. Dit levert 4 punten op, nadat je met de flutvragen a t/m d daarvoor al tien punten hebt kunnen binnenhalen"
Probeer deze vragen maar eens op te lossen.

Tuurlijk, in alle Westerse landen zijn de mnesen hetzelfde.dee zei:Is dat een eigenschap van Belgen? Dat is zo in heel de wereld op een aantal uitzonderingen na. Mss Japan?

Ooit van cultuur gehoord?

, maar het is een generatie die er nu niet meer toe doet, en eigenlijk ook niet meer meekan. 
