Burgerdienst kan al op school
In de zeven jezuïetencolleges van ons land moeten de leerlingen een jaar lang in hun vrije tijd maatschappelijk werk doen.
Van onze redacteur
Pieter Lesaffer
ECHT verplicht is de ,,sociale stage'' van de jezuïetencolleges niet. Maar de druk op de leerlingen is groot, zodat iedereen zijn 30 uur maatschappelijk werk uitvoert. Leerlingen gaan op bezoek in een bejaardentehuis, begeleiden gehandicapten of doen huiswerkbegeleiding. Sommigen besteden daar wekelijks een uur aan, voor anderen is dat gebundeld in een halve dag per maand.
Het is een ander soort burgerdienst dan die waar de Vlaamse minister-president Yves Leterme het afgelopen weekend voor pleitte (DS 16 april). Maar de doelstelling is hetzelfde: de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren verhogen.
Het CD&V-boegbeeld vroeg zich zaterdag af of we een verplichte burgerdienst voor 18- tot 25-jarigen moeten overwegen. Daarmee zit hij op dezelfde lijn als Tertio. Het christelijk opinieblad herhaalde begin dit jaar zijn voorstel via de burgerdienst de inzet en het engagement van jongeren te stimuleren. Leterme stelt voor om ,,proeftuinen'' op te zetten. Dan kan de verplichte burgerdienst op kleine schaal uitgeprobeerd worden.
In het Nederlandse onderwijs bestaan de ,,maatschappelijke stages'' al langer. Zo'n vijfhonderd scholen bieden het aan hun leerlingen aan. Meestal is dat verplicht. Vrijwilligersorganisaties en ngo's bieden de stageplaatsen aan.
De nieuwe regering-Balkenende, die twee maanden geleden aantrad, wil deze maatschappelijke stages verplicht maken en uitbreiden naar drie maanden - nu zijn de scholen vrij om de periode te bepalen. De regering is zich nu aan het buigen over de vraag of deze drie maanden gespreid moeten worden, dan wel gebundeld in één stageperiode.
De meeste jezuïetencolleges kiezen voor hun sociale stage bewust voor de spreiding over één jaar. ,,We stellen vast dat het engagement bij de leerlingen groter is dan wanneer ze de stage in één keer afwerken'', zegt Paul Yperman, voorzitter van de Vlaamse jezuïetencolleges. Daarom ook overweegt de congregatie een ,,sociaal curriculum'' uit te bouwen. Hoe dat er precies moet uitzien, zijn de jezuïeten aan het bekijken. Het zou dan in ieder geval de bedoeling zijn dat de maatschappelijke betrokkenheid al vanaf het eerste jaar wordt opgebouwd, en dat gedurende zes jaar.
Nu organiseren zes van de zeven colleges de sociale stages in het vijfde jaar. Alleen het Sint-Jozefscollege in Turnhout heeft voor het derde jaar secundair gekozen. Volgens coördinator Fred Vanderpoorten zijn de leerlingen op die leeftijd ontvankelijker. ,,Ze zijn hun wereld nog aan het ontdekken.''
Daarom denkt Vanderpoorten dat het beter is de burgerdienst zeker voor 18 jaar te doen. ,,Bijvoorbeeld een twintigjarige heeft zijn keuzes al gemaakt, daar heb je geen impact meer op. Vijf jaar vroeger is dat wel nog mogelijk. Zo hebben wij leerlingen die na de stage hun vrijwilligerswerk hebben voortgezet. Sommigen hebben zelfs hun studiekeuze gedeeltelijk gebaseerd op de stage.''
De sociale stage van de jezuïeten is gebaseerd op de ideeën van hun stichter Ignatius. Die wilde dat de colleges sociale betrokkenheid aan hun leerlingen zouden bijbrengen. Sinds vijf jaar wordt dat principe in gestructureerde stages vertaald.
Een rondvraag in de zeven colleges leert dat er tevredenheid heerst over de sociale stages. De meerderheid van de leerlingen zou al op voorhand enthousiast zijn. En een deel van de sceptici zou in verloop van de stage bijdraaien.
Een deel van het succes is volgens Leen Vanoverbeke dat het niet verplicht is. Zij is verantwoordelijk voor de stages in het Brusselse Jan Van Ruusbroeccollege. ,,Er is een soort gepushte vrijwilligheid.
Niemand is expliciet verplicht, maar het wordt wel verwacht. Iedereen doet mee. Echt verplichten zou volgens mij het omgekeerde effect hebben. Jongeren zouden er negatiever tegenover staan.''
www.jezuieten.org