In de Amerikaanse staat New Mexico hebben enkele documentairemakers een bijzondere ‘archeologische vondst’ gedaan: een paar honderd videospelletjes.
In 1983 ging het niet zo goed met Atari, de producent van videospelletjes. De industrie verkeerde in zwaar weer en het videospel E.T. The extra terrestial, snel-snel uitgebracht in het zog van de populaire film, flopte. Het debacle was zo groot dat Atari zich genoodzaakt zag duizenden spelletjes en consoles te dumpen. Letterlijk zelfs: de goederen werden gewoon weggekieperd in de woestijn van New Mexico.
Een onwaarschijnlijk verhaal dat een enkele documentairemakers ertoe aanzette om de waarheid - hoeveel spullen werden er nu precies begraven? En door wie? En waar? - boven te spitten. En daar lijken ze aardig in geslaagd: dit weekend ontdekten ze in de woestijn, een goede 300 km ten zuidoosten van Albuquerque een groot aantal van de bewuste spelletjes op een stort.
Hoeveel spelletjes er precies liggen, moet nog uitgemaakt worden. Ook de waarde van de vondst staat nog niet vast. In de jaren 80 kostte een spelletje 29,99 dollar, maar op sites als Ebay betaal je er tegenwoordig veel minder voor. Het is dan ook maar de vraag of er verzamelaars gek genoeg zijn meer neer te tellen voor deze archeologische artefacten.