Of omdat ze de geschiedenisboeken goed kennen.
http://www.securitesociale.fgov.be/docs/nl/publicaties/btsz/2008/btsz_04_2008_nl.pdf
Initieel werd voorgesteld dat iedere loontrekkende met kinderen recht zou hebben op een maandelijkse bijslag per kind. Dit bedrag zou toenemen per bijkomend kind (18). Minister Heyman stelde de algemene invoering van de kinderbijslag voor als antwoord op twee aan elkaar gerelateerde kwalen: de ellendige leefomstandigheden van de werkende klasse en de denataliteit. Men vond dat het loon van een arbeider te laag was om een gezin van meer dan één of twee kinderen te kunnen onderhouden (19). Als gevolg van het schrijnende gebrek aan middelen liep de gezondheid en de moraliteit van de kinderen gevaar.
De huisvrouw moet opnieuw in staat gesteld worden “om hare voor de maatschappij en de Natie zoo voordelige zending op waardige wijze te vervullen”, en zo “heilige wet der kindervoortbrengst” te eerbiedigen.
In dit opzicht was een algemene kinderbijslag – volgens de minister – een praktische manier om het gezinsinkomen aan te vullen. Dit lag in de lijn van de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891, waarin de paus opriep om de ‘matigen en eerlijke arbeider’ een loon uit te keren dat hem toeliet in zijn levensonderhoud te voorzien.
Naast armoede was de denataliteit een prangende kwaal. Denataliteit werd gezien als een bedreiging voor de natie, aangezien het geboortecijfer op korte tijd sterk gedaald was. De kinderbijslag diende grote gezinnen te ondersteunen en zo het dalende bevolkingscijfer op te vangen (20).
(komt uit de memorie van toelichting van de eerste grote wetgeving errond)