Volg de onderstaande video om te zien hoe je onze site als web-app op je startscherm installeert.
Opmerking: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in sommige browsers.

Ze zijn nog eens incompetent ook zeker? Wat zij doen kan jij ook?Blanco zei:Dacht ik het niet...
Ze mogen dan ook nog eens meerdere beroepen uitoefenen en ze bepalen hun eigen lonen.

Time^- zei:Ze zijn nog eens incompetent ook zeker? Wat zij doen kan jij ook?![]()


DA_MadAce zei:En ministers werken hard he.![]()

Time^- zei:Het enige wat wij zien zijn persconferenties en tv- & radio-optredens, lijkt me logisch dat hun echte competenties zelden voor het grote publiek te zien zijn.
Moesten al die 'zakkenvullers'-zagers het werkschema van een minister zien zouden ze wel anders piepen.
Maar zagen op de overheid is te leuk. ^^ Niet dat deze overheid geen kritiek verdient, maar het leven van een toppoliticus wordt hier toch wel ferm onderschat.
Wolf2000me zei:Sociale zekerheid wordt betaald met belastingen. Of die belastingen nu voorkomen in sociale lasten, bedrijfsvoorheffing of BTW maakt niet uit. Belastingen zijn belastingen.
volgens mij verwar jij sociale zekerheid met sociale lasten. Sociale zekerheid is het overkoepelende begrip, en de lasten de inkomsten van dit begrip.
De doorsnee Amerikaan verdient ook minder dan wij en ze hebben dan nog eens veel minder verlof. Als er dan een gehospitaliseerd moet worden kost het nog eens stukken van mensen. Letterlijk.
Moesten ze het zo goed hebben in Amerika dan denk ik niet dat velen 2 of 3 jobs zouden hebben.
Dieleman_F zei:En 20% leeft onder de armoedegrens, en die 30% moet je ook met een korrel zout nemen, zelf gezinnen die met twee werken hebben niet altijd zo breed. Het geld zit daar nog meer dan hier bij de rijken. (als ik mij niet vergis bezit 5% van de mensen 70% van de rijkdom ofzo)
Armoede in EU groter dan in US. De gemiddelde amerikaan is 36 % rijker dan de gemiddelde europeaan (EU15, dus niet met de nieuwe lidstaten). Dit komt uit een Zweeds rapport dat zegt:
"Dankzij het veel hogere BBP zijn er in de US minder armen dan in de EU. In Zweden heeft 40 % een inkomen lager dan 25000 dollar/jaar, in de US minder dan 30 %. Het is dus beter arm te zijn in een rijk land dan in een arm land. Belgie zit op hetzelfde niveau als Alabama de op 5 na armste staat in de US .Verscheidene redenen worden aangehaald :de hoge belastingsdruk maakt het minder interessant om te werken, het herverdelingsbeleid en de grote overheidssector. Er wordt ook aangehaald dat in Zweden (met zijn zeer hoge belastingen en uitgebreide SZ) er meer thuis en in het zwart gewerkt wordt dan in het normale arbeidscircuit. Het BBP per inwoner is voor Belgie net iets boven het EU15 gemiddelde, maar wel 70 % minder dan dat van de US." tijd
Amerika heeft geen sociale voorzieningen
--------------------------------------------------------------------------------
Ons oordeel: onzin
Een verzorgingsstaat zoals wij die in Nederland kennen, heeft Amerika niet. Dat is maar goed ook, anders liepen er in de Verenigde Staten 17 miljoen WAO’ers rond. Dat wil echter niet zeggen dat in Amerika sociale voorzieningen helemaal ontbreken, zoals veel Europeanen denken. Ze zijn er wel degelijk, in grote verscheidenheid, maar anders dan bij ons en anders geregeld. Ze zijn een mooie weergave van het verschil in visie op de samenleving tussen Amerika en Europa [hk] al lijken ze naar elkaar toe te kruipen.
Om te beginnen zijn de totale Amerikaanse uitgaven aan sociale voorzieningen niet zoveel lager dan die in Europa. De politicoloog Jacob Hacker becijferde dat Amerika er 25 procent van het bruto nationaal product (bnp) aan uitgeeft, een land als Zweden 28 procent. Het grote verschil is dat in Amerika ruim eenderde deel via de private sector loopt, terwijl dat in Europese landen minder dan tien procent is. Die Amerikaanse private sector is ondertussen wel sterk gereguleerd en zwaar gesubsidieerd, vooral met belastingvoordelen. Hacker noemt het stelsel dan ook liever een ‘verzorgingsregime’ dan een ‘verzorgingsstaat’.
Waar komt dat verschil vandaan? Is het een gevolg van de keuze voor een ultraliberaal marktgericht systeem of van het mislukken van brede overheidsprogramma’s? Geen van beide. Het antwoord is veel eenvoudiger. Het verschil is een natuurlijk gevolg van de verschillende samenlevingen. Amerika is simpelweg een ander land, met andere normen, andere prioriteiten en een andere geschiedenis. Maar ook de omvang, de federale staatsvorm en vooral de heterogeniteit van een immigrantensamenleving hebben in Amerika tot een andere ontwikkeling geleid. Het zou raar zijn als dat niet zo was. Sociale programma’s zijn te complex, te groot en de Amerikaanse samenleving is te decentraal georganiseerd om landelijke voorzieningen effectief te maken. Daarvan zijn er dan ook niet veel. Wel zie je flinke verschillen tussen de staten en de verschillende bedrijfstakken. In traditionele arbeidersstaten als Michigan, Illinois en Indiana zijn werkloosheidsverzekeringen beter geregeld dan in Arizona. Vooral in de auto-industrie. Californië, met zijn progressieve traditie, kent een uitgebreid systeem van workman’s compensation , vergelijkbaar met onze WAO. Texas houdt niet van sociale voorzieningen en heeft dus vrijwel niets geregeld. Dat kan, staten mogen daar zelf voor kiezen.
Gigantische onderwijsprogramma
Vóór de Tweede Wereldoorlog gaf Amerika met 6,3 procent van het bruto nationaal product meer uit aan werkloosheidsvoorzieningen en werkverschaffing dan de Europese landen met de hoogste uitgaven: Groot-Brittannië (5,5 procent) en Duitsland (5,6 procent). Na de oorlog kwamen Europese samenlevingen tot een soort herinrichting die in de Verenigde Staten niet nodig was. Daar liep al van alles. In Europa heerste na 1945 een ander idee over de gezamenlijke lasten, over het gelijkheidsideaal en over de rol van de overheid. Amerika had geen vernielde infrastructuur, geen massale armoede en honger. Zo groeiden de verschillen. Amerika ging gewoon door met zijn terughoudende benadering, zijn mengeling van private en publieke zorg, terwijl Europa andere keuzes maakte.
Zowel bij de ziektekostenverzekeringen als bij de pensioenvoorzieningen (overal ter wereld de grootste programma’s) deed Amerika het vanaf het begin al anders. In de jaren dertig was privé verzekeren voor ziektekosten al zo wijd verbreid dat een grootscheepse omvorming tot een landelijk systeem te ingrijpend werd. Niet alleen was landelijke dekking duur, je moest dan ook al die privé-verzekerden overhalen eraan mee te doen. Bovendien creëerde het stelsel zijn eigen machtige belangen, verwachtingen en instellingen die geen verandering wilden. Praktisch als ze waren, beperkten de New Dealers van president Roosevelt zich tot Social Security, de Amerikaanse AOW.
Dat wil niet zeggen dat de oorlog helemaal geen gevolgen had voor de Verenigde Staten, maar ze waren anders. Neem de GI Bill, die bepaalde dat iedere oorlogsveteraan op kosten van de overheid een opleiding kon volgen. De wet was bedoeld om de miljoenen terugkerende soldaten op te vangen, maar kwam in feite neer om een gigantisch onderwijsprogramma waarvan acht miljoen Amerikanen gebruik maakten. Het effect was adembenemend revolutionair . In één klap vaagde de GI Bill het idee weg dat onderwijs een zaak was van de elite. Scholen en universiteiten werden uitgebreid met gevolgen die nog decennia waren te merken. Veteranen kregen hulp bij het kopen van huizen en het starten van bedrijven. Typisch Amerikaans: de overheid speelde een aanzienlijke rol maar niet door grote blijvende programma’s op te zetten.
De verschillen tussen publieke en private voorzieningen hebben grote gevolgen. Private voorzieningen zijn minder gemakkelijk te sturen en daardoor kan de overheid niet altijd voorkomen dat de verzekeraars zwakke groepen discrimineren. Aan de andere kant hebben ze de neiging klein te beginnen en dan flink te groeien. Vaak zijn ze gedepolitiseerd en zijn de uitkomsten moeilijk te controleren. Heel belangrijk is dat ze minder omstreden zijn bij conservatieve politici. De voorzieningen komen immers direct ten goede aan privé-personen die ervoor betaald hebben. Bovendien betalen die personen ook nog eens aan privé-instellingen: dat beperkt de grip van de overheid. In het Amerikaanse denken is dat goed.
Aantal en de omvang van de Amerikaanse federale programma’s moeten overigens niet onderschat worden. Een greep uit het pakket: AFDC ( Aid for Families with Developing Children), de uitkering voor gezinnen met kinderen; Supplementary Security Income voor arme invaliden en bejaarden; Food Stamps die armen bij supermarkten als cash kunnen gebruiken en Medicaid, de ziektenkostenverzekering voor armen. Medicare is er voor alle bejaarden. Er zijn kleinere programma’s zoals Women, Infants and Children (WIC), dat voedings- en voedselhulp geeft voor kinderen onder de zes en voor zwangere vrouwen; Head Start helpt peuters met een leerachterstand; Housing Assistance is in feite huursubsidie; School Lunch subsidieert het middageten op scholen; School Breakfast doet dat voor ontbijten; Emergency Assistance helpt in acute gevallen na natuurrampen of andere noodsituaties.
Amerika’s grootste anti-armoedeprogramma is onopvallend: het Earned Income Tax Credit (EITC), ingevoerd in 1975 en sindsdien enorm gegroeid. Het is een typisch Amerikaans programma in de zin dat het belastinggeld en werkgeversbijdragen terug laat stromen naar mensen met een laag inkomen (beneden de 28.000 dollar). Maar het is meer dan dat, je krijgt zelfs geld terug als je helemaal geen inkomstenbelasting schuldig bent. Grof gezegd: het is extra cash voor mensen die werken. Als je dat subsidie of uitkering zou noemen, zou het direct worden afgeschoten; noem het tax credit en het blijft. Dat het alleen beschikbaar is voor werkende gezinnen, maakt het programma aantrekkelijk voor Democraten én Republikeinen. Inmiddels gaat er per jaar 27 miljard dollar mee heen, meer dan andere armoedeprogramma’s samen.
Dieleman_F zei:Inderdaad wel veel, maar we krijgen er ook veel voor terug. Mispak je niet, in amerika is het niet allemaal zo prachtig omdat ze misschien een hoger netto loon hebben.
) waar dat arbeidscontracten in worden gebundeld zodat de rva kan zijn of ge ingeschreven aant werkt zijt of niet, dus in een centrale databaseDieleman_F zei:Inderdaad wel veel, maar we krijgen er ook veel voor terug. Mispak je niet, in amerika is het niet allemaal zo prachtig omdat ze misschien een hoger netto loon hebben.
Dieleman_F zei:En als je naar de dokter gaat kost je gigantisch veel geld, geldcijfers zeggen niet alles. En met de gemiddelde ... ben je ook niet veel, omdat het hier over de laagste groepen gaat.
Alhoewel ik niet ga ontkennen dat amerika economisch sterker staat, ik ben gewoon blij dat we hier de belgische economie en maatschappij hebben en niet de amerikaanse manier van werken...
Wolf2000me zei:In Amerika is op dit moment de grootste belastingsverhoging in tijden aangekondigd. Veel meer Amerikanen dan Europeanen hebben overigens een tweede of zelfs derde job om rond te komen. Nochtans hebben zij zo goed als geen enkel sociaal vangnet en zijn ze overgeleverd aan hun werkgever.
Vanaf de moment dat je met pensioen gaat, jaja nog lang, zal je wel begrijpen waarom wij ook veel belastingen betalen. Of stel dat je ziek of invalide wordt. Het is in geen geval toegewenst, maar shit happens.
Belg blijft te duur
De Belg werkt 1550 uur per jaar. Dat is niet genoeg om te concurreren met het Oosten. Aziaten kloppen immers meer uren voor minder geld en zijn bovendien steeds beter opgeleid. Ook ten opzichte van het Westen verliezen we terrein. De lonen in de VS stijgen dan wel sneller dan hier, maar een Amerikaanse werknemer zorgt dan ook voor negen keer meer winst. Dat staat te lezen in een studie van PricewaterhouseCoopers naar het belang van human capital bij 15.000 bedrijven.
Meer uren presteren en de kosten drukken, lijken de meest eenvoudige, maar ook minst populaire maatregelen om onze economie sterk te houden. Dat de Belg duur is, is geen nieuws. We kosten onze bazen gemiddeld 238.000 euro per jaar. Het Europese gemiddelde ligt op 162.000 euro en een Centraal- of Oost- Europese werkkracht kost niet meer dan 55.000 euro op jaarbasis. Tot nu toe was de verdediging daarvoor dat we voor dat geld wel veel kwaliteit leveren. Dat klopt, maar op welk been gaan we staan als steeds meer activiteiten, ook diegene die om gespecialiseerde kennis vragen, naar het buitenland verhuizen? Als je een product elders goedkoper en beter kan produceren, dan zal je dat vroeg of laat namelijk ook doen. Een blik op de telecom- en de dienstensector maakt veel duidelijk. In die sectoren zijn de uitgaven voor outsourcing tussen 2001 en 2004 respectievelijk bijna verdubbeld en verachtvoudigd. Bovendien ontstaat bij bedrijven de gewoonte om niet zozeer meer activiteiten uit te besteden of te verplaatsen, maar wel andere activiteiten. Concreet gaat het om activiteiten met veel toegevoegde waarde waar hoogopgeleide werknemers voor nodig zijn.
Waar is het hoofdkwartier
Al blijven lagere loonkosten de belangrijkste reden om activiteiten te verplaatsen, in de toekomst zal de combinatie van lage lonen en goed opgeleide werknemers, nu vaak nog een vrees, een nog belangrijkere troef worden. Voor de Belgische economie komt daar het slechte nieuws bij dat de beslissingen om tot offshoring of outsourcing van activiteiten die hier plaatsvinden over te gaan, meestal niet eens hier meer worden genomen. Dit om de eenvoudige reden dat er zich nog maar weinig hoofdkwartieren in België bevinden. Verstandig omspringen met het menselijke kapitaal is volgens PwC daarom van levensbelang voor de concurrentiepositie van onze bedrijven in het huidige economische landschap. Opkomende markten zoals Oost- en Centraal-Europa, India en China groeien immers veel sneller dan de Westerse economieën. Bovendien is de tijd dat die markten, nu ook zij over beter opgeleide werknemers beschikken, ons enkel en alleen met lagere loonkosten beconcurreren, duidelijk voorbij.
Niet op schema
Organisaties moeten zich dus de vraag stellen welke talenten ze vandaag en morgen nodig hebben, hoe ze die kunnen ontwikkelen, welke mensen ze daarvoor moeten trainen en opleiden en wat daar de beste manier voor is. Volgens de PwC-studie zitten we ook hier niet echt op schema. De Belg krijgt tot dertig percent minder training en opleiding van zijn werkgever dan zijn Europese collega’s. Tussen 2001 en 2004 is het gemiddelde aantal jaarlijkse uren training per werknemer in heel Europa trouwens gedaald van 27 tot 19,7. In een tijd waarin de noodzaak van innovatie en talentmanagement ruimschoots bewezen is, is dat een plaatje dat niet helemaal klopt. Belgische werknemers krijgen gemiddeld niet meer dan 16,5 uur opleiding per jaar. Een pak minder dan de inwoners van Scandinavië (29,7 uur), de Nederlanders (26,5 uur) en zelfs de Spanjaarden (24 uur). Een Belgisch bedrijf investeert gemiddeld 570 euro per werknemer in opleiding. Het Europese gemiddelde ligt op 704 euro. Een uur opleiding kost in België bovendien een kwart meer.
Kloof met Amerika
Minder bekend, maar minstens zo belangrijk, is dat ook de kloof met de Verenigde Staten groeit. De productiviteit van de Belg, 247.000 euro omzet op jaarbasis, ligt niet alleen lager dan die van een Amerikaan - onze collega’s in de VS genereren een jaarlijkse omzet van 260.000 euro - Amerikanen kosten hun bedrijf ook minder: 181.000 euro per jaar, de Belg dus 238.000 euro per jaar. Bovendien bezorgt een werknemer in de Verenigde Staten zijn baas negen keer zoveel winst als een Belg. Kijken we niet verder dan de oceaan breed is, steken we, wat productiviteit betreft, wel met kop en schouders uit boven de gemiddelde West-Europeaan, die goed is voor 170.000 euro, en Centraal- en Oost-Europa, waar een werknemer 59.000 euro omzet per jaar genereert.
Geen garantie
Een belangrijke reden waarom Amerikanen productiever zijn en meer winst genereren dan Belgen is dat ze meer uren werken, namelijk ongeveer 1619 per jaar. Dat is iets meer dan de 1550 uren die de Belg elk jaar klopt. Koplopers zijn de Zuid-Koreanen. Zij werken 2392 uur per jaar. Simpelweg meer uren presteren, is echter niet de beste oplossing om onze concurrentiepositie op te krikken. Langer werken is immers geen garantie voor betere prestaties. Investeren in opleiding is dat volgens deze studie wel. Als Belgische ondernemingen hun slagkracht willen behouden of versterken, zullen ze in de toekomst meer rekening moeten houden met het belang van menselijk kapitaal, meer gebruik moeten maken van het talent van hun personeel en meer moeten investeren in training en opleiding om innovatiever en productiever te worden.
http://www.jobat.be/nl/info/redactie/belg_te_duur.aspx
Onze belgische economie en maatschappij zal moeten inleveren, de VS lijkt me dan nog meer de gulden middenweg. Zeker als ge weet dat de rsz hier de loonkost de hoogte injaagt. Op langere termijn kan onze sociale zekerheid net een van onze zwaktes worden. Het is altijd wel iets.Alhoewel ik niet ga ontkennen dat amerika economisch sterker staat, ik ben gewoon blij dat we hier de belgische economie en maatschappij hebben en niet de amerikaanse manier van werken...