prof. Victor Moshchalkov
“Mijn lichaam is geen zak water!”
- De straling van GSM-toestellen en GSM-masten is verraderlijk, want dit zijn onzichtbare
elektromagnetische stralen. Bovendien kent die twee bronnen: het GSM-toestel zelf, waarbij
de gebruiker de keuze heeft of hij/zij het toestel gebruikt en hoe hij/zij het gebruikt (cfr. actief
roken); en de GSM-masten, waarbij men als gebruiker geen keuze heeft (cfr. passief roken).
- De vraag is wat aanvaardbare grenswaarden zijn: in Vlaanderen ligt de norm veel hoger
dan in vele andere Europese gebieden. Het is verkeerd om de grenswaarden te berekenen
alsof het lichaam een zak water is. Het lichaam is immers een ingewikkelde biologische
structuur met vele geleidende fijne elementen (“biologische draden”

.
- Dit zijn niet-ioniserende stralingen en aldus minder gevaarlijk, maar studies tonen aan dat
blootstelling aan deze stralen de Blood-Brain-Barrier beïnvloedt. Epidemiologische studies
op dieren geven ook indicaties dat elektromagnetische stralen het lichaam beïnvloeden
(verandering in immuunsysteem, verstoring van de oriëntatiezin bij bijen, enz.). Er is
gefundeerd wetenschappelijk bewijs geleverd dat elektromagnetische straling een negatief
effect heeft op het lichaam.
- Besluit: De huidige wettelijke grenswaarden van de straling liggen veel te hoog. Er moeten
dringend maatregelen worden genomen om de straling te verminderen (combinatie van
draadloze technologie met zo veel mogelijk ondergrondse optische vezelkabels; hogere
GSM-masten met lager vermogen). De bevolking moet grondig geïnformeerd worden over
mogelijke gezondheidsproblemen. Kinderen in het bijzonder moeten beschermd worden
tegen blootstelling aan straling (geen reclame en geen GSM-masten op/in de buurt van
scholen en dichtbevolkte woonwijken).
prof. Guy Vandenbosch
“De afstand tot uw GSM-toestel is bepalend voor de intensiteit van de straling!”
- Het probleem van de GSM-straling is gedeeltelijk een maatschappelijk probleem: mensen
willen universele connectiviteit (overal bereikbaar zijn). Om het potentiële gevaar van de
straling juist in te schatten is juiste en volledige kennis van wetenschappelijke feiten nodig.
- Het GSM-netwerk is een cellulair netwerk dat als een deken over het landschap (bv. België)
ligt. Veelal verloopt het GSM-signaal van het GSM-toestel eerst naar een GSM-mast, dan
over het vaste netwerk naar een andere GSM-mast en dan naar het GSM-toestel van de
ontvanger. De straling rond een GSM-mast op grondniveau is het hoogst op een afstand van
100-200 meter (net onder een GSM-mast zit je niet in de stralingsbundel).
- Net zoals de informatie bij geluid in trillingen in de lucht zit, zit de informatie die men bij
draadloze communicatie wil overbrengen in elektromagnetische golven (straling). De
aanwezigheid van elektromagnetische straling is dus essentieel en geen neveneffect.
- Er zijn vier bepalende factoren voor de straling. De frequentie: GSM-straling heeft een zeer
hoge frequentie maar zit echter onder de ioniserende stralingsgrens en tast dus niet
rechtstreekse moleculaire verbindingen in biologische weefsels aan. Het vermogen: een
GSM heeft een maximum vermogen van 2W (1/8 van de tijd). De afstand: Dit is een cruciale
factor: Door de afstand r tussen de stralingsbron en de mens te vergroten, kan men de
stralingsintensiteit op het lichaam zeer sterk verminderen met een factor één gedeeld door r
kwadraat. De straling van het GSM-toestel is dus een veel grotere bron van straling voor het
lichaam dan de GSM-masten.
- Weetjes en tips: Houd de afstand tot uw GSM-toestel zo groot mogelijk. Houd bij het begin
van de belsequentie het GSM-toestel zo ver mogelijk weg, want op dat moment is de
intensiteit van de straling het hoogst (daarna neemt ze af); indien mogelijk: richt u naar een
GSM-mast. Telefoneer niet vanuit de wagen zonder car kit.
- Telecomsysteem: De signaalsterkte verlagen beïnvloedt de bereikbaarheid, omwille van
signalen en ruis van buitenaf die het signaal verstoren. Indien men echt overal bereikbaar wil
zijn, is een verlaging van de limiet van de signaalsterkte niet realistisch op korte termijn.
Belangrijker dan dat de limiet van de signaalsterkte van GSM-masten wordt verlaagd, is het
dat de stralingsintensiteit van het GSM-toestel zèlf verlaagd wordt, omdat deze een veel
grotere invloed heeft op het lichaam.
- Normbepaling: Operatoren moeten een bepaalde dekking verzekeren. Zonder dit debat ten
gronde gevoerd te hebben, kiest de maatschappij momenteel zelf voor grote bereikbaarheid
(waardoor ook al veel mensenlevens gered zijn).
- Invloed op het lichaam: Er zijn geen ioniserende effecten. Thermische opwarmingseffecten
van deze straling zijn verwaarloosbaar (zeer klein). De wetenschap stelt zich wel nog vragen
over de rechtstreekse biologische effecten, die tot stand komen door interactie van de
straling met de celstructuren.
- Optimaal systeem: In steden moeten méér GSM-masten worden geplaatst met minder
vermogen, die in hun totaliteit een even goede dekking bieden. Er moet worden geïnvesteerd
in infrastructuur zodat het vermogen van de GSM-straling (toestel en masten) kan worden
verlaagd. De maatschappij moet nadenken in hoeverre men overal bereikbaar wil zijn.
Persoonlijke visie: In de toekomst zal men wellicht het schadelijk effect op het lichaam op
langere termijn kunnen aantonen. Pleidooi voor het voorzorgsprincipe: verstandige inplanting
van masten; stralingsintensiteit verlagen zonder de essentiële bereikbaarheid in het gedrang
te brengen; de maatschappij grondig informeren over verantwoord gebruik.
prof. Van Gool
“ALARA: As low as reasonably achievable”
Politiek-maatschappelijke context: Indien er nog geen sluitende bewijslast is, maar wel
indicaties op schadelijke effecten, geldt in principe het voorzorgsbeginsel: de overheid moet
beschermende maatregelen nemen.
Men kan op dit moment niet oorzakelijk bewijzen dat straling ziektes veroorzaakt, maar
verschillende studies op niveau van cellen, proefdieren, vrijwilligers, case/control
combinaties en bevolkingsgroepen, en een logisch begrip tussen deze studies tonen wel aan
dat de straling bepaalde effecten heeft op het lichaam, en gecorreleerd is met bepaalde
ziektes, op grond waarvan men niet kan uitsluiten dat straling een schadelijk effect kan
induceren met als gevolg een toename in incidentie van bepaalde ziektes.
Het is moeilijk een verband te bewijzen omdat de effecten op het lichaam vaak heterogeen
zijn (dus niet altijd in dezelfde mate of op dezelfde plaats); en bij iedereen zijn er verschillen
wat betreft: detoxificatie, vermogen om te herstellen, vatbaarheid voor kanker, vermogen om
af te weren. Er is geen homogene bewijsvoering mogelijk. Bovendien bemoeilijkt het
tijdsduuraspect nog verder de bewijsvoering en hebben sommige biologische effecten en
ziekte-inducties een drempelwaarde. Daarbij komt nog dat de gevolgen soms slechts
merkbaar zijn in de volgende generatie. Tenslotte zijn sommige biologische variabelen en
ziektes op zich moeilijk te kwantificeren.
Prof. Van Gool pleit voor een strikte toepassing van het voorzorgsprincipe dat een
combinatie is van het ALARA-principe (houd de straling zo laag als redelijker wijze mogelijk
is) en prudent avoidance (vermijd waar je vermijden kan), en voor een strikte toepassing van
de duurzaamheiddoelstelling (pas de nieuwe technologie zo toe dat je deze op lange termijn
kan blijven gebruiken). Het hoort aan de ingenieurs om ALARA concreet te vertalen bij het
plaatsen van zendmasten. Het hoort echter aan de bevolking en de opvoeding van de jeugd
om ALARA en Prudent Avoidance inhoudelijk in te vullen. Ethische principes en afwegingen
zullen hier meer en meer moeten spelen.
Debat met publiek: vraag en antwoord
-Een goede correlatie tussen bepaalde verschijnselen (gsm gebruik en ziekte) betekent nog
geen oorzakelijk verband tussen het eerste en het tweede. Met andere woorden correlatie
betekent nog niet causaliteit. Epidemiologisch onderzoek kan niet de causaliteit bewijzen.
Causale verbanden kunnen enkel aangewezen worden door onderzoek waarin (fysieke,
chemische, medische, …

mechanismen blootgelegd worden.
-Een ooievaar op een nest gezien boven op een GSM zendmast in Portugal. Geen
probleem, want de stralingsintensiteit boven de zendmast is veel geringer dan deze op 100
m van de zendmast. En wie beweert dat een ooievaar een betere detector voor eventuele
schadelijke toestanden zou zijn dan mensen?
-Vele ouders wensen dat hun kinderen lokaliseerbaar zijn. De bereikbaarheid van de
kinderen beantwoordt aan een maatschappelijke nood. Het beschikken over een gsm is
bovendien een statussymbool bij leerlingen vanaf 2-3de leerjaar. Marktmechanismen en
reclame spreken de kinderen aan. De GSM bannen is niet zinvol, maar anderzijds is
overdreven gebruik bij kinderen toch wel zorgwekkend. Geen enkele volwassene die omgaat
met kinderen mag hierbij zijn/haar opvoedkundige en sturende taak ontlopen. De
verandering in gewoontes, wensen en behoeftes sinds (en door) het gebruik van GSM is ook
een ethisch belangrijke factor, waarrond bewustwording, debat en opvoedend werk nodig is.
-Ook de hoogspanningsleidingen van de elektriciteitsleveranciers veroorzaken
elektromagnetische velden zij het op veel lagere frequentie. Sommige studies koppelen dit
aan het verhoogd voorkomen van leukemie en hersentumor.
Verdere vragen en thema’s die in gesprekken meespeelden:
- Vanaf wanneer is iets maatschappelijk bewezen? Of omgekeerd: hoe lang kan men
blijven beweren dat er onvoldoende bewijzen zijn? Vaak gaat het méér om de
geloofwaardigheid van aanwijzingen, dan om harde bewijzen.
- Voorzorgsprincipe, voorzichtigheidsprincipe, ALARA, Prudent Avoidance, …:
verwante termen die zo elk hun betekenisnuances meedragen, maar die door hun
verwantschap het maatschappelijk debat soms eerder vertroebelen dan transparanter
maken.
- Ethisch belangrijk onderscheid: straling “waarvoor men zelf kiest” door de GSM (of
andere toestellen) te gebruiken vs. Straling waar we zelf geen keuze in hebben
(masten, buren, WiFi-netwerken in scholen, …

.