Archief - De grote OFF-TOPIC thread

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

128MB

Legacy Member
Engelsman kritiek na ongeval met spookrijder in Halen
Een man uit het Engelse Bedford ligt met levensgevaarlijke verwondingen in het Hasseltse Salvatorziekenhuis na een verkeersongeval met een spookrijder op de E314 in Halen. Het ongeval gebeurde zaterdag rond 3.45 uur in de richting van Nederland. De spookrijder reed richting Diest aan de verkeerde kant. Daarbij botste hij op een tegenligger.
Lees meer »
Cynthia Reekmans meter happening Twinsporten
Miss Belgian Beauty 2005 Cynthia Reekmans uit Donk heeft het meterschap aanvaard van Twinsport...
16/07
2 dagen éénrichting naar Donk
In het centrum van Donk (Herkde- Stad) geldt zaterdag 14 en zondag 15 juli in de namiddag verkeer in één richting.
12/07

24 uur
17/07: Op de Staatsbaan zijn gisteren rond 14 uur twee auto’s gebotst. Daarbij vielen twee lichtgewonden: Hedwig Vandevelde (43) uit H...
17/07
175 euro per gemeenteraad
De gemeenteraadsleden van Halen verdienen dit jaar per zitting 175 euro. De gemeenteraad heeft dat tarief goedgekeurd. Het gaat om ...
12/07
Geen zomerregeling in recyclageparken van Halen en Herk
In de recyclageparken van Halen en Herk-de-Stad, beide in beheer door de Afvalmaatschappij Limburg, blijven gedurende de vakantie de ...
12/07
Politie houdt preventieve zomerpatrouilles
De politie van de zone West- Limburg (Halen/Herk-de-Stad/ Lummen) organiseert in juli en augustus zomerpatrouilles.
12/07
Huwelijken op 07/07/07 in Halen
7 juli 2007 of 07/07/07 is een magische datum. Honderden verliefden hebben elkaar op deze dag het...
11/07
Vloot als bezoekerscentrum Schulensbroek
De nieuwe leiding van de Opdrachthoudende Vereniging Schulensmeer wil het natuureducatieve centrum ‘t Vloot aan het meer uitbouwen tot...
10/07
Broers uur gekneld na botsing tegen muur militair kerkhof
Aan de Liniestraat in Halen is in de nacht van zaterdag op zondag een auto tegen de muur van h...
09/07
Halenaren bezoeken Duitse zusterstad
Vanuit Halen reist vandaag een delegatie naar Pasewalk, de Duitse zusterstad van Halen. Pasewalk ligt in de voormalige DDR.
06/07
Sporthal Halen 3 weken dicht
Sporthal De Koekoek in Halencentrum is vanaf maandag 9 juli gesloten tot dinsdag 31 juli. Op 2 juli ging sporthal De Kambergen in d...
06/07
Hoofdweg naar Geetbets wordt zondag afgesloten
De Ertsenrijkstraat in Halen – de belangrijkste verbinding tussen Halen en Geetbets – wordt zondag 8 juli van 19 tot 21 uur voor alle...
06/07
Pastorie weg voor nieuwbouw
De stad Halen staat op het punt de pastorie van Halencentrum te verkopen. Die moet plaats maken voor een nieuwbouwproject van 74 woonee...
04/07
Vader vergrijpt zich aan gehandicapte dochter
Een inwoner van Halen (40) is door de Hasseltse rechtbank tot een voorwaardelijke celstraf van twee jaar veroordeeld. Hij had zich in 2...
02/07

kristof.niesen

Legacy Member
Alles begint in 1810 wanneer Jean-Pierre en Jean-Frédéric Peugeot een fabriek in Sous-Cratets beginnen waar staal wordt geproduceerd en bewerkt. Tot 1885 kent de Société Peugeot Frères Aînés een grote ontwikkeling en maakt een naam als fabrikant van allerlei gereedschappen op diverse Europese markten, maar ook in Amerika, Turkije en Egypte.

In 1885 maakt Peugeot zijn entree op de vervoermiddelenmarkt: Armand Peugeot neemt dan het initiatief rijwielen te gaan bouwen. Vier jaar later wordt een driewieler met een Serpolet stoommachine op de wereldtentoonstelling van Parijs gepresenteerd. Deze driewieler is geschikt voor het vervoer van twee personen.

De eerste Peugeot auto wordt in 1890 gebouwd. Hij heeft vier wielen, een carrosserie van Peugeot en een Daimler motor. In 1891 komt de productie van Peugeot auto's op gang en het aantal modellen wordt uitgebreid. Armand Peugeot krijgt niet de steun van zijn familie en moet zelf het autoavontuur bekostigen. Pas in 1916 zullen de beide Peugeot firma's weer bij elkaar komen. In 1892 begint de lange geschiedenis van het merk in de autosport. In 1892 wint Peugeot ex-aequo met Panhard de toen zeer bekende race Parijs - Rouen, terwijl in 1913 de Grand-Prix van Amerika, die gereden wordt over 500 miles in Indianapolis Motor Speedway door Jules Goux met een Peugeot L 76 wordt gewonnen.

In 1910 komt de Société Anonyme des Automobiles Peugeot tot stand en in 1911 wordt de nieuwe fabriek van Sochaux bij Montbéliard gebouwd. Deze fabriek bestaat nog steeds en wordt als de bakermat van Peugeot beschouwd wat de autoproductie betreft.

Na de Tweede Wereldoorlog maakt het bedrijf snel naam met de bouw van luxe personenauto's zoals de 203, 403, 404 en 504. Dit is ook de periode waarin Peugeot actief meedoet in de rallysport. Met name in safari-rally's weet Peugeot goed te scoren.

Daardoor weten de laatste twee modellen uit te groeien tot bekende modellen uit de Automobielhistorie. Na de 504 heeft Peugeot zich met modellen als de 604, 305, 505 steeds verder ontwikkeld. De grote aanzet tot commercieel succes blijkt echter niet de luxe Franse limousine, maar de 205. De 205 was Peugeots laatste strohalm, qua financiën zat de autofabrikant behoorlijk aan de grond. Deze compacte auto wordt in 1983 geïntroduceerd en blijkt een succesnummer te zijn, de slagzin van de 205 is niet voor niets 205, een sterk nummer geworden. Het succes van dit type heeft ervoor gezorgd dat Peugeot zich nog verder is gaan richten op de groeiende markt voor compacte auto's. Er kan rustig gesteld worden dat de 205 het begin is van Peugeots zegetocht. De Peugeot 405 (1987 - 1996) is in 1988 auto van het jaar geworden én goed verkocht. Opvolger 406 is ook een goed gewaardeerde auto. De 205 is uiteindelijk geproduceerd tot 1998 (!). De opvolger van de 205, de 206, is sinds enige jaren de best verkochte auto van Nederland. Tevens is het de best verkochte auto van Europa. De Peugeot 307 is in 2002 aan de haal gegaan met de auto van het jaar-titel, deze auto is ook een verkooptopper gebleken.

Peugeot produceert momenteel nog steeds pepermolens. Dit is nog een overblijfsel uit de beginperiode van Peugeot toen zij allerlei producten op de markt hadden. De Peugeot-pepermolens staan hoog aangeschreven
:scream:

Private_BE

Legacy Member
Benito Amilcare Andrea Mussolini (Dovia di Predappio bij Forlì in de Emilia-Romagna,

29 juli 1883 - Giulino di Mezzegra bij Dongo aan het Comomeer, 28 april 1945) was een Italiaans fascistisch dictator van 1922 tot 1943. Hij creëerde een antidemocratisch, fascistisch regime, gebruikmakend van propaganda. Door volledige controle over de media nam hij de bestaande democratische regering over. (Lees verder)

kristof.niesen

Legacy Member
blackdragon1990 zei:
Ah The Killers :music: Da's nog eens muziek ^^

@kristof: heb ooit voor de lol nog eens een spreekbeurt over hardcore gehouden :p


LOL:rofl:

ontopic::unsure: das hier lachn:lol:

128MB

Legacy Member
elenet
Van Wikipedia
Ga naar: navigatie, zoek
Telenet Group Holding
Beurs Euronext: Tnet
Oprichting 1996
Locatie Mechelen, België
Sleutelfiguren Duco Sickinghe, Gedelegeerd bestuurder en CEO
Producten Telecommunicatie, mobiele telefonie, internet, digitale televisie
Website Telenet

Telenet is een aanbieder van zowel analoge als digitale televisie, internet en telefonie in Vlaanderen. Het bedrijf is gevestigd in Mechelen.

Telenet werd in september 1996 opgericht als een telefoonoperator met de bedoeling om op een later ogenblik ook internetdiensten aan te bieden. De initiatiefnemers waren de gemengde intercommunales, de GIMV, een Amerikaanse holding en enkele financiële instellingen.

In juli 1997 voltooide Telenet de bouw van haar glasvezelnetwerk in Vlaanderen, pas in januari 1998 kon het bedrijf ook daadwerkelijk van start gaan met het aanbieden van internet- en telefoondiensten. In 2002 nam Telenet de activiteiten kabeltelevisie en het netwerk van de gemengde intercommunales over.

December 2003 was een maand die gekenmerkt werd door drie strategisch belangrijke aankopen, Codenet, Sinfilo en (Canal +). Codenet, een aanbieder van breedband internet, data en spraakdiensten zou fungeren als de brug naar professionele klanten en werd omgetoverd tot Telenet Solutions. Met Canal + gebruikt Telenet het eigen netwerk én het netwerk van derden. Via deze aankoop kon Telenet alle kabelabonnees in Vlaanderen zowel sportwedstrijden, films als andere gespecialiseerde inhoud aanbieden, naast het beschikbare analoge basispakket. Deze dienst van Telenet werd Prime. In oktober 2003 kocht Telenet vrijwel alle activa en passiva van het Vlaamse bedrijf Sinfilo dat actief was op het terrein van de hotspots. Daardoor beschikt Telenet over geïnstalleerde en operationele WiFi hotspots in heel België.
Inhoud
[verbergen]

* 1 Kabelnetwerk
* 2 Tijdlijn
o 2.1 1996
o 2.2 1997
o 2.3 1998
o 2.4 2001
o 2.5 2002
o 2.6 2003
o 2.7 2004
o 2.8 2005
o 2.9 2006
o 2.10 2007
* 3 Aandeelhoudersstructuur op 26 maart 2007
* 4 Zie ook
* 5 Externe link

[bewerk] Kabelnetwerk

Het HFC-breedbandkabelnetwerk (hybrid fiber coxial) dat Telenet gebruikt bestaat uit een glasvezelbackbone met aansluitnetverbindingen bestaande uit een coaxkabel met een minimumcapaciteit van 450MHz. Dankzij het Partner Netwerk heeft Telenet toegang tot 40Mhz downstreamcapaciteit en 10Mhz upstreamactiviteit. Door het Telenet Netwerk of Partner Netwerk zijn de middelen via dewelke de diensten de klant bereiken dezelfde. Het netwerkactiva bevat ongeveer 11.500 kilometer glasvezelbackbone, 6.000 kilometer in eigendom, 3.500 kilometer in erfpacht en 2.000 kilometer dankzij de overeenkomsten met de zuivere intercommunales. De glasvezelbackbone is aangesloten met ongeveer 67.000 kilometer coaxaansluitnetten, waarvan 47.000 kilometer in het Telenet Netwerk en de rest in het Partner Netwerk.

Naast het HFC-netwerk biedt Telenet, via Telenet Solutions, diensten aan aan professionele klanten dat heel België en delen van Luxemburg bestrijkt. Het netwerk omvat de elektronische uitrusting die vereist is om punt-tot-punttransmissies te ontvangen en voort te brengen, alsook de glasvezel die de elektronische uitrusting verbindt. Er is ook de nodige uitrusting om spraak-, data- en internetdiensten te leveren via digital subscriber line (DSL). DSL gebruikt men om een professionele klant te bedienen via het Belgacom telefonie-netwerk.

[bewerk] Tijdlijn

[bewerk] 1996

* (september) Telenet wordt opgericht.

[bewerk] 1997

* (augustus) Telenet lanceert breedbandinternetdiensten voor een beperkt aantal klanten in de regio's Mechelen en Hoboken.

[bewerk] 1998

* (januari) Het aanbod wordt uitgebreid naar particuliere telefoniediensten. Hiermee is Telenet de tweede aanbieder van vaste telefonie voor huishoudelijke klanten. Dit is enkel mogelijk omdat de wetgeving het vroegere Belgacom monopolie heeft opgeheven.

[bewerk] 2001

* De Nederlander Duco Sickinghe komt aan het roer van het bedrijf staan.

[bewerk] 2002

* (augustus) Telenet verwerft 1,6 miljoen analoge kabeltelevisiediensten. Het bedrijf start met de levering van kabeltelevisiediensten na de overname van de activiteiten van de gemengde intercommunales.
* (december) Het aantal internet- en telefonieabonnees overschrijdt de kaap van 500.000, waaronder een 200.000-tal internetklanten.

[bewerk] 2003

* (december) Telenet neemt Codenet over, een Belgische aanbieder van professionele telecomdiensten. Meteen legt Telenet de basis van het huidige Telenet Solutions.
* In dezelfde maand neemt het bedrijf de Vlaamse activiteiten van betaaltelevisiezender Canal+ over, de intrede van Telenet in de betaaltelevisiemarkt.

[bewerk] 2004

* (oktober) Telenet beschikt over een gedifferentieerd internetaanbod: ComfortNet, ExpressNet en ExpressNet Plus. Het aantal breedbandinternetklanten overschrijdt de kaap van 500.000.

[bewerk] 2005

* (maart) Telenet telt 1 miljoen internet-, telefonie- en betaaltelevisieklanten.
* (september) Telenet lanceert digitale televisie (Telenet Digital tv), de interactieve digitale televisie (iDTV) en Prime, de opvolger van Canal+.
* (oktober) Telenet wordt beursgenoteerd op Euronext Brussels.

[bewerk] 2006

* (januari) 100.000 digiboxen verkocht. 1.000.000 internet- en telefonieklanten.
* (februari) Telenet neemt activiteiten Hypertrust over.
* (juni) 1.600.000 tv-klanten
* (juli) Lancering Telenet Mobile ; hiervoor wordt er samengewerkt met Mobistar.
* (oktober) 700.000 breedbandklanten
* (november) Telenet neemt UPC Belgium over en heeft daarmee voor het eerst klanten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
* In 2006 heeft Telenet voor het eerst in zijn geschiedenis winst geboekt : 5,5 miljoen euro. De omzet was 813 miljoen euro, een stijging met 11 procent. In die cijfers is de verkoop van Phone Plus meegerekend, waarop 3 miljoen verlies werd gemaakt.

[bewerk] 2007

* (februari) Telenet Digital tv telt 250.000 klanten.
* (maart) Telenet viert 800.000ste breedband internetklant. Totaal aantal klanten : 2,884 miljoen.
* (juni) 300.000 klanten Telenet Digital tv

[bewerk] Aandeelhoudersstructuur op 26 maart 2007

Totaal aantal aandelen: 113.309.366

* 32,05% Liberty Global Consortium (Amerikaans)
* 10,71% Gemengde intercommunales
* 7,90% Financieel consortium
* 5,15% Cyrte fund I
* 4,78% GIMV
* 3,67% Interkabel Vlaanderen
* 3,13% Fortis Investment Management
* 3,10% Centaurus Capital
* 1,92% Personeel
* 27,58% Publiek

[bewerk] Zie ook

* Digitale televisie
* Kabeltelevisie
* Interkabel Vlaanderen

[bewerk] Externe link

* Telenet

Poepoei

Legacy Member
In Sint-Truiden zijn anonieme politiepatrouilles op pad om wildplassers te betrappen. Bij een nachtelijke controle zijn vorig weekend 14 illegale wildplassers tegen de lamp gelopen. Het probleem situeert zich rond de Onze-Lieve Vrouwkerk en de Grote Markt. Cafégangers die zich 's nachts aan een plasje wagen, vliegen onverbiddelijk op de bon.


Liefst 6 en een half miljoen bijen zullen dit weekend in de Limburgse heidegebieden losgelaten worden. Vanaf eind juli staat de struikheide volop in bloei. Een signaal voor de Limburgse imkers om er hun bijenkasten te plaatsen. Ook aan de wandelaars werd gedacht. De kasten moeten minstens op 20 meter van de wandelpaden staan.


Burgemeester van Borgloon Eric Awouters dreigt een Sikhtempel in hoepertingen te sluiten. Uit een verslag van de brandweer van Sint-Truiden blijkt dat de brandveiligheid in het gebouw niet in orde is. In de Sikhtempel verzamelen elke zondag zo'n 200 Sikhs. De eigenaar van de Sikhtempel krijgt nog tot eind Augustus om de nodige maatregelen te nemen. Indien dat niet gebeurt zal de Burgemeester de tempel administratief sluiten.

Private_BE

Legacy Member
Neushoorns (Rhinocerotidae) zijn familie van grote zoogdieren, die voorkomen in Afrika en Azië en worden gekarakteriseerd door de hoorn (een of twee, naar gelang de soort) op zijn kop.

Er zijn nog vijf soorten neushoorns, waarvan de meeste in meerdere of mindere mate bedreigd worden in hun voortbestaan. De hoorn is namelijk in China zeer gewild als medicijn met potentieversterkende eigenschappen. Ook in Jemen maakt men graag mesheften uit het materiaal. De hoorn bestaat uit keratine net als onze nagels en haren en is dus niet van been. (Zie ook ivoor)

De volgende soorten bestaan nog steeds (daarnaast zijn er nog meer dan 200 fossiele soorten bekend):

Ceratotherium
Ceratotherium simum - Witte neushoorn of breedlipneushoorn
Dicerorhinus
Dicerorhinus sumatrensis - Sumatraanse neushoorn
Diceros
Diceros bicornis - Zwarte neushoorn of puntlipneushoorn
Rhinoceros
Rhinoceros unicornis - Indische neushoorn
Rhinoceros sondaicus - Javaanse neushoorn

128MB

Legacy Member
Belgacom
Van Wikipedia
Ga naar: navigatie, zoek
Belgacom nv
Beurs Euronext: Belga
Oprichting 1930
Locatie Brussel, België
Sleutelfiguren Didier Bellens, Gedelegeerd Bestuurder en CEO - Theo Dilissen, Voorzitter van de Raad van Bestuur
Producten Telecommunicatie, mobiele telefonie, internet, digitale televisie
Website Belgacom

De Belgacom Groep, bestaande uit Belgacom nv en haar filialen, is het belangrijkste telecommunicatiebedrijf in België.
Inhoud
[verbergen]

* 1 Structuur
o 1.1 Vastelijndiensten (FLS)
o 1.2 Mobielecommunicatiediensten (MCS)
o 1.3 Internationale carrierdiensten (ICS)
* 2 Geschiedenis
o 2.1 Het begin van de telefonie in België
o 2.2 Na WOI: overgang naar een autonoom overheidsbedrijf
o 2.3 De integratie van de RTT in het industriële beleid van de staat
o 2.4 Van spitsbedrijf tot crisis: de RTT na de oorlog
o 2.5 De jaren ’90: de Belgacom-wet en de evolutie van de sector onder de invloed van Europa
o 2.6 2005: Belgacom TV en openbaar aankoopbod op Telindus
o 2.7 2006: Aanloop naar convergentie
* 3 Structuur van het aandeelhouderschap
* 4 Kerncijfers
* 5 Externe links

[bewerk] Structuur

De Groep richt zich op drie grote activiteitensectoren:

* de vastelijndiensten (FLS);
* de mobielecommunicatiediensten (MCS);
* de internationale carrierdiensten (ICS).


[bewerk] Vastelijndiensten (FLS)
Openbare telefooncel
Openbare telefooncel

Deze activiteiten worden voornamelijk uitgeoefend door Belgacom nv. De vastelijndiensten omvatten een volledig gamma spraakdiensten, datatransmissiediensten en internetdiensten over de vaste lijn, aan residentiële en professionele klanten.

Belgacom nv is de belangrijkste leverancier van connectiviteitsdiensten in België, met een gamma diensten voor particulieren en bedrijven.

In mei 2005 heeft Belgacom nv haar intrede gedaan in de wereld van de televisie met de lancering van Belgacom TV, het eerste digitale televisieaanbod in België. Dankzij deze lancering is de Belgacom Groep een volwaardige quadruple-play operator geworden (vaste telefonie, mobiele telefonie, internet en televisie).

[bewerk] Mobielecommunicatiediensten (MCS)

Deze activiteiten worden uitgeoefend door het filiaal Belgacom Mobile, beter bekend onder de naam Proximus. Proximus is voor 75% eigendom van de Belgacom Groep. De resterende 25% is in handen van Vodafone, een van de grootste mobiele operatoren ter wereld. Sinds eind augsutus 2006 is Proximus voor 100% eigendom van Belgacom.

Proximus biedt een uitgebreid gamma mobielecommunicatiediensten aan, voor residentiële en professionele klanten in België.

In 2005 was Proximus de eerste mobiele operator in België die UMTS-diensten (3G) voor het grote publiek op de markt bracht.

[bewerk] Internationale carrierdiensten (ICS)

Binnen de Belgacom Groep worden deze activiteiten uitgeoefend door het filiaal Belgacom International Carrier Services, een bedrijf dat voor 72% eigendom is van de Belgacom Groep en voor 28% van Swisscom Fixnet.

De onderneming levert capaciteits- en connectiviteitsdiensten voor spraak en data aan telecomoperatoren in de hele wereld.

BICS is vandaag op wereldvlak de achtste operator qua spraakverkeersvolume, en wereldleider op het vlak van signallingdiensten voor mobiele operatoren.

[bewerk] Geschiedenis

[bewerk] Het begin van de telefonie in België

In 1879 installeren de Belgische telegraafdiensten een telefoonlijn in het parlement en in datzelfde jaar dienen verscheidene privéondernemers een aanvraag in voor de exploitatie van telefoonnetwerken in verschillende Belgische steden.

Doordat er de eerste jaren van de exploitatie geen wetgeving bestaat, is de kans op een succesvolle ontwikkeling van een telefoonnetwerk eerder klein. Daardoor is de Belgische overheid verplicht een wetgevend kader op te stellen dat de exploitatie van de telefonie in België reglementeert.

Vanaf 1896 komt de sector van de telefonie volledig in handen van een overheidsbedrijf.

In 1913 is een groot deel van België bereikbaar via de telefoon. Het aantal abonnees blijft beperkt, maar het merendeel van de stations, post- en telegraafkantoren is uitgerust met openbare telefooncellen.

[bewerk] Na WOI: overgang naar een autonoom overheidsbedrijf

Tijdens de Eerste Wereldoorlog komt een abrupt einde aan de telecommunicatie in België.

Een van de redenen voor die stopzetting is te vinden in de financiële afhankelijkheid van het overheidsbedrijf. Door de schade en de gedeeltelijke ontmanteling van de netwerken tijdens de oorlog heeft het Bestuur van Telegrafie en Telefonie kolossale investeringen nodig.

Op 19 juli 1930 wordt de Regie voor Telegraaf en Telefoon (RTT) opgericht. Het overheidsbedrijf krijgt een grotere autonomie: het is niet langer afhankelijk van de jaarlijkse budgetten van de staat en heeft de bevoegdheid om een eigen bestuur te voeren.

[bewerk] De integratie van de RTT in het industriële beleid van de staat

Met de oprichting van de RTT worden enorme sommen geïnvesteerd in het Belgische telefoonnet. Een steeds groter deel van de bevolking, uit verschillende sociale klassen, heeft voortaan toegang tot de telefonie.

Parallel hiermee zien we een ander verschijnsel opduiken, dat al snel een zware last voor de onderneming betekent. In het kader van de economische crisis van de jaren ’30 gebruikt de staat de RTT in zijn industrieel en werkgelegenheidsbeleid. De staat probeert de hoge werkloosheidsgraad in de sector te counteren door een volledige automatisering van het Belgische telefoonnet forceren.

Hierdoor wordt de autonomie van de RTT sterk beknot. De wet van 1930 had immers duidelijk bepaald dat de onderneming op onafhankelijke wijze een investeringsprogramma mocht concipiëren en toepassen. Door zijn werkgelegenheidsbeleid op te leggen, druist de staat dus regelrecht in tegen het eerste principe van de wet. Hierdoor ontstaat na de oorlog al snel een structureel probleem bij de RTT.

[bewerk] Van spitsbedrijf tot crisis: de RTT na de oorlog

Vlak na de Tweede Wereldoorlog wordt de RTT geconfronteerd met aanzienlijke schade en een gedeeltelijke ontmanteling van de netwerken. Om de sector snel weer te doen opleven, beslist de overheid financieel tussen te komen.

In deze periode neemt de vraag naar telecommunicatiediensten in sneltempo toe. Het aantal abonnees groeit enorm: van ongeveer 350 000 in 1946 tot 522 000 in 1951 en 1 049 000 in 1965. Deze groei van het klantenbestand heeft een hoog investeringsritme tot gevolg. Daardoor bevindt de RTT zich aan het einde van de jaren ’60 aan de top van de technologische en sociale ontwikkelingen.

Maar dit expansiebeleid heeft ook een schaduwkant. Vanaf het einde van de jaren ’60 beginnen de schulden zich op te stapelen. De economische crisis die de wereld vanaf 1973 in zijn greep houdt, helpt de zaken niet vooruit. De financiële gezondheid van de onderneming gaat steeds verder achteruit. Vanaf het midden van de jaren ’70 is de RTT dan ook genoodzaakt belangrijke saneringsprogramma’s door te voeren.

In de loop van de jaren ’80 groeit de overtuiging dat de telecommunicatiesector een van de belangrijkste ontwikkelingspolen van het einde van de 20e eeuw zal worden. En dus begint de directie van de RTT vanaf 1981 met een grondige herstructurering, om bepaalde structurele problemen van de onderneming weg te werken.

Parallel daarmee doet een andere partner zijn intrede in 1987. De Europese Commissie komt op de proppen met zijn Groenboek voor de telecommunicatie, dat de liberalisering van de markt als centraal thema heeft.

[bewerk] De jaren ’90: de Belgacom-wet en de evolutie van de sector onder de invloed van Europa

Het Groenboek van 1987 zorgt in België voor de fundamenten van de wet van 21 maart 1991. Deze wet creëert een nieuwe type overheidsbedrijf met een grotere autonomie. De Belgische telecommunicatiesector wordt dus gereorganiseerd en Belgacom, een autonoom overheidsbedrijf, wordt opgericht.

De wet van 21 maart 1991 heeft als doel een gunstige omgeving te creëren voor de ontwikkeling van de telecommunicatiemarkt in België. Voortaan worden de prerogatieven van de onderneming en de overheid gedefinieerd in een beheerscontract om te garanderen dat een bepaald aantal overheidsdiensten van algemeen nut worden aangeboden en dat er voldoende autonomie is, veel meer dan in de wet van 1930 was voorzien.

Vanaf 1994 worden de Europese convergentieprocessen versneld doorgevoerd. De Europese Commissie verklaart in een nieuw Groenboek dat de exploitatie van de netwerken en de telefonie eveneens moeten worden opengesteld voor de concurrentie. 1994 is ook het jaar waarin Belgacom Proximus opricht, het eerste mobiele netwerk in België. Deze activiteit wordt samen met het oude analoge Mob2-systeem op 1 juli 1994 overgedragen naar een filiaal, Belgacom Mobile, waarvan het aandeelhouderschap er als volgt uitziet: 75% Belgacom – 25% Air Touch, en vervolgens Vodafone in 1999.

Tegelijkertijd bereidt Belgacom zich voor om de concurrentie het hoofd te bieden, door partnerships aan te gaan met Ameritech, Tele Danmark en Singapore Telecom. Diverse Belgische financiële instellingen reageren onmiddellijk en sluiten zich ook aan bij het consortium, dat ADSB gedoopt wordt. De Belgische staat houdt 50,1% van de aandelen in handen en blijft dus hoofdaandeelhouder.

In 2001 wordt het BeST-plan ingevoerd. Dit plan beoogt de herstructurering van onderneming door de onderverdeling in vier “business units”. Belgacom ontdoet zich ook van bepaalde activiteiten, zoals Belgacom France, Ben, beveiliging en de Franse activiteiten van Infosources.

Het menselijke aspect van het BeST-plan volgt in de loop van 2002. De onderneming telt in die tijd te veel personeelsleden, en het plan streeft dan ook verschillende doelstellingen na: een groot deel van het personeel krijgt een aanbod van stopzetting van de activiteiten, deeltijds werk en reconversie.

In een markt die steeds meer wordt opengegooid en waarin de concurrentie steeds agressiever wordt, beslist Belgacom in 2003 een gok te wagen op de toekomst en haar imago radicaal te veranderen. Een nieuw logo, nieuwe kleuren en de duidelijke wil om dichter bij de klanten te staan… op die basis werkt de ex-RTT nu verder.

Deze radicale veranderingen in de filosofie van de onderneming zijn alvast een voorbode van de beursgang van de operator. Inderdaad, op 22 maart 2004 staat Belgacom voor het eerst genoteerd op de Euronext-markt. De Belgische staat blijft hoofdaandeelhouder met 50% + 1 aandeel, terwijl het ADSB-consortium al zijn aandelen van de hand doet.

Dankzij deze beursgang kan de Belgische gevestigde operator belangrijke middelen vrijmaken om zijn ambities te financieren. Het uur van de breedband is immers aangebroken en de financiering van het Broadway-project (in het hele Belgische territorium optische vezel leggen) vergt grote investeringen.

2004 is ook het jaar waarin de historische operator de eerste test met betrekking tot digitale televisie uitvoert, met de bedoeling nieuwe bronnen van inkomsten aan te boren in een markt waar de concurrentie steeds heviger wordt.

[bewerk] 2005: Belgacom TV en openbaar aankoopbod op Telindus

Het jaar 2005 wordt gekenmerkt door twee belangrijke gebeurtenissen voor Belgacom: de lancering van Belgacom TV en het openbaar aankoopbod op Telindus.

De lancering van digitale televisie in België doet zich voor het eerst opmerken in de loop van 2004, wanneer Belgacom de eerste tests met betrekking tot digitale televisie uitvoert in enkele honderden gezinnen.

In mei 2005 verrast de Belgische operator de markt met de aankoop van de uitzendrechten van het Belgische professionele voetbal (eerste en tweede klasse) voor de drie volgende seizoenen, via haar filiaal Skynet iMotion Activities.

Deze actie is de voorbode van de nakende lancering van Belgacom TV, die plaatsvindt in juni 2005. Het aanbod van digitale televisie via ADSL is het eerste dergelijke aanbod in België. Het maakt van Belgacom een quadruple-play operator, met een aanbod van vaste en mobiele telefonie, snelle internettoegang en nu ook televisie. Hierdoor kan de Belgische onderneming nieuwe bronnen van inkomsten aanboren, nu de winstmarges uit haar historische activiteiten steeds kleiner worden.

2005 is ook het jaar van het openbare aankoopbod op Telindus, een koploper in de sector van de netwerkintegratie. Het eerste bod, dat door de directie van Telindus als vijandig wordt beschouwd, vindt plaats in september 2005. Het is meteen het begin van een beurssaga die bijna vier maanden zal duren. De spanningen tussen de twee bedrijven lopen op en de verschillende partijen in het dossier bestoken elkaar via de pers.

Na een tegenbod door France Telecom drijft Belgacom haar bod op en haalt uiteindelijk toch haar slag thuis. Eind december wordt een voorwaardelijk akkoord gesloten over een partnership.

[bewerk] 2006: Aanloop naar convergentie

2006 was een jaar dat vooral werd gekenmerkt door de overname van de 25% van Proximus, die tot dan toe in handen van Vodafone was. Deze transactie heeft Belgacom de kans gegeven zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de convergentie. Op de markt lijkt zich immers een trend af te tekenen naar het gegroepeerd aanbieden van diensten. De telecomdienstverleners in België spelen steeds meer in op de behoeften van de gebruikers met oplossingen gaande van afzonderlijk op de markt gebrachte diensten tot gegroepeerde en complete quadrupleplayaanbiedingen.

Op het vlak van televisie is Belgacom blijven werken aan haar digitale aanbod. Eind 2006 kon de onderneming bogen op bijna 140 000 Belgacom TV-klanten, hetzij 40 000 meer dan het door de directie vooropgestelde cijfer. De dekkingsgraad van digitale televisie steeg in dezelfde periode tot 79,5% van de bevolking.

Een andere belangrijke stap was de afronding van de overname van Telindus, dat inmiddels de bedrijfstak voor IT-diensten van de Groep is geworden. Het bedrijf veranderde in juni 2006 ook van naam en staat voortaan bekend als Telindus/Belgacom ICT.

Te noteren valt dat Belgacom in 2006 voor het eerst kwartaalresultaten publiceerde.

[bewerk] Structuur van het aandeelhouderschap

Situatie op 31 december 2006:

* Belgische staat: 50% + 1 aandeel
* Belgacom eigen aandelen: 7,7%
* Free-Float: 42,3%

[bewerk] Kerncijfers

* Totale opbrengsten voor niet-terugkerende elementen: 6.100 (in miljoen EUR)
* Nettowinst: 973 (in miljoen EUR)

[bewerk] Externe links

* Belgacom

Stancke

Legacy Member
Neonazisme is nationaal-socialisme van na de Tweede Wereldoorlog. Het is een ideologie die ervan uitgaat dat het indo-europese ras of in engere zin, het blanke ras van mensen, het arische ras, superieur is aan alle andere rassen. Ook gaat de ideologie ervan uit dat het jodendom uit is op wereldheerschappij en de uiteindelijke vernietiging van het blanke ras, daarom worden de Joden als de grootste vijand gezien door (neo-)nazi's. Nazisme is na de Tweede Wereldoorlog verboden in Duitsland en veel andere landen. Maar kleine groepen neonazi's bestaan nog steeds, over de hele wereld. Een voorbeeld hiervan is de NSDAP/AO. Naast neonazi's bestaat er een gerelateerde groep die het bestaan van de Holocaust en andere historische feiten uit het nazisme ontkennen, en over nazi-Duitsland en wat er gedurende die jaren gebeurde uitsluitend positieve geschiedenis schrijven (zie Holocaustontkenning).

Er zijn ook veel neonazistische muziekgroepen, waarvan Skrewdriver veruit de bekendste is.

Onder neonazi's worden een aantal "code's" gebruikt, waarvan 88 en 1488 de bekendste zijn. In de meeste gevallen staan de getallen voor de corresponderende letter van het alfabet.

De diverse code's en hun betekenis:
14 (14 words) staat voor de uit 14 woorden bestaande Engelstalige leus 'We Must Secure the Existence of our People and a Future for White Children'. Het is een citaat van de Amerikaanse nazi David Lane, die wegens moord in de gevangenis zit.
18 (AH) staat voor Adolf Hitler.
28 (BH) staat voor Blood & Honour, een door Ian Stuart Donaldson opgerichte internationale beweging die veel concerten voor extreem-rechtse bands organiseert en tevens muziek verkoopt.
88 (HH) staat voor Heil Hitler, er worden ook variaties als 44x2 of 87+1 gebruikt.
192 (AIB) staat voor Adolf Is Back.
C18 staat voor Combat 18, de gewapende tak van Blood and Honour. De Britse leider van C18 zit in de gevangenis omdat hij een ander lid van C18 zou hebben doodgestoken.
2YT4U staat voor Too White For You (Te Blank Voor Jou).
84 (HD) staat voor Heil Deutschland, zie ook Combat 84, een bekende britse Neo-Nazi skinhead muziekgroep.

Neonazistische bands

* Ad Hominem
* Absurd
* Aggressive Force
* Aryan
* Aryan Terrorism
* Astrofaes
* Avalon
* Bagadou Stourm
* Blood and Honour
* Blue Eyed Devils
* Bound for Glory
* Brigada NS
* Brigade M
* Brutal Attack
* Bunker 84
* Celtic Warrior
* Combat 84
* Cross
* Division 250
* Division Germania
* DJ Adolf
* Fanisk
* Final Solution
* Grand Belial's Key
* Graveland
* Grom
* Hall Malev
* Honor
* Hall Malev
* Infernum
* Iron Youth
* Klan
* Konkwista 88
* Kulo
* Landser
* Legion 88
* Lion's Pride
* Loits
* London Branch
* Lunikoff
* Max Resist
* Midtown Bootboys
* Mistreat
* Molot
* The Nation
* Nokturnal Mortum
* Nordic Thunder
* Nouvelle Croisade
* Prussian Blue
* P. W. A.
* Racewar
* Razors edge
* Skrewdriver
* Skullhead
* Sniper
* Spearhead
* Standrecht
* Storkraft
* Sturm 18
* Viking
* vaginal jesus
* Voice of Britain
* White American Youth
* Whitelaw

Fascisme (Italiaans: fascismo) was een politieke stroming die aan de macht was in het Italië van 1922–1943, onder leiderschap van Benito Mussolini, die zich Duce (Latijn: dux = veldheer) liet noemen. Hedentendage heeft het de betekenis gekregen van een regeringssysteem dat op die van Mussolini lijkt, m.a.w. dat de natie boven het individu stelt, met als uitvloeisel een in zo'n systeem legitiem gebruik van geweld, moderne propagandatechnieken en censuur om politieke tegenstand de kop in te drukken en daarmee het bestaan van het systeem te waarborgen. Vaak worden in een dergelijk systeem de economie en de sociale maatschappij verregaand van bovenaf gecontroleerd en gereglementeerd, waarbij nationalisme (en in het bijzonder etnisch nationalisme), wordt omhelsd. De term 'fascisme' is afkomstig van het Latijnse fascio, dat 'bundel' kan betekenen in de zin van een politieke groepering. Ook is er verwantschap met de Latijnse term fasces, het Oud-Romeinse symbool van autoriteit (een bundel staven met een bijlkop). Ambtsdragers in het oude Rome kregen een aantal dragers toegewezen naar gelang hun ambtelijke status. Fascisten maakten hiernaar een verwijzing, omdat ze de Romeinse cultuur verheerlijkten.
Het begrip 'fascisme' is niet eenduidig te definiëren. Het is een dermate complex en gevarieerd verschijnsel, dat het moeilijk in een beknopte omschrijving is weer te geven. Toch zijn er wel een aantal basiskenmerken van te geven, die het fascisme omschrijven en afbakenen in relatie tot andere politieke stromingen. Deze zijn:

1. Het fascisme is de tegenstander van zowel de traditioneel linkse als rechtse politieke partijen.
2. Het fascisme minacht contemporaine conservatieve instellingen.
3. Het fascisme vereert machtsvertoon en het gebruik van geweld, in zoverre dat is gericht op de omverwerping van de bestaande maatschappelijke orde.
4. Het fascisme kent een autoritaire structuur met aan het hoofd daarvan een leider aan wie charismatische eigenschappen worden toegeschreven.
5. Het fascisme streeft naar de instelling van een politieke dictatuur.
6. Het fascisme streeft naar de volledige controle over het maatschappelijk leven en de sociale en culturele organisaties.
7. Het fascisme is extreem nationalistisch.
8. Het fascisme pleit voor een continue strijd om de eigen natie te kunnen doen overleven temidden van andere staten.
9. Het fascisme berust in hoofdzaak op de maatschappelijke middenklasse.
10. Het fascisme streeft naar sociale eenheid en de opheffing van alle bestaande klassen- en belangentegenstellingen.


In de 19e eeuw was het nationalisme opgekomen, onder meer onder invloed van de Franse Revolutie en de verbetering van de communicatiemogelijkheden. Rond 1900 kwamen in Europa de eerste bewegingen op die een uitlaatklep wilden bieden voor onvrede, maar niet socialistisch waren, eerder nationalistisch. Zij werden nog niet fascistisch genoemd, maar meestal iets als 'nationaal-syndicalistisch'. Ze zouden waarschijnlijk door de geschiedenis vergeten zijn geraakt als de Eerste Wereldoorlog niet was uitgebroken. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen miljoenen veteranen terug van het front. Zij konden in de gewone maatschappij vaak niet meer aarden, en raakten meestal ook werkloos. Grenzen waren opnieuw getrokken, waardoor miljoenen ineens als minderheid in een ander land kwamen te wonen. Veel Italianen vonden bovendien dat Italië voor de honderdduizenden doden en de torenhoge oorlogsschuld te weinig had teruggekregen. Daarnaast had de oorlog een economische crisis tot gevolg. Velen zochten hun heil in communisme of propageerden (uit angst hiervoor) een autoritair nationalistisch regime dat de problemen kon oplossen.

In maart 1919 vormde Benito Mussolini in Milaan de Fasci di Combattimento. Deze beweging was samengesteld uit knokploegen van veteranen, en beweerde de orde te willen herstellen en Italië te geven waar het recht op had. In 1919 bezette Gabriele D'Annunzio de stad Rijeka en vormde daar de eerste fascistische samenleving, het Italiaans Regentschap Carnaro genaamd. De stad werd corporatistisch georganiseerd, het leidersprincipe werd ingevoerd en Italianen die tegenstribbelden werden verplicht wonderolie te drinken (Slovenen en Kroaten werden verdreven of gedood). De Fasci di Combattimento werd uiteindelijk een politieke partij die in 1922 een staatsgreep pleegde. Mussolini kon nu heel Italië naar D'Annunzio's voorbeeld omvormen tot een fascistische staat.

Het regime kwam soms in een kwaad daglicht te staan (zie de moord op Matteotti), maar veel Europeanen zagen heil in sterke autoritaire staten. In de jaren 1920-1923 was Europa in chaos gedompeld. Er was behoefte aan orde en tucht en dit boden de fascisten. 'Indien mogelijk met liefde, indien nodig met geweld', aldus Mussolini. Bovendien zag men in het fascisme een bescherming tegen het communisme. En het werkte in Italië: de treinen reden op tijd, de stakers gingen aan het werk en de studenten aan hun studie. In grote delen van Europa werden autoritaire op fascisme lijkende regimes geïnstalleerd. In de jaren '30 won het fascisme nog meer aan kracht door de crisis en door het maatschappelijk tij dat van de losse jaren '20 naar autoriteit was teruggekeerd. Italië kreeg in internationale zaken een belangrijke stem in het kapittel. In 1933 kwam bovendien de NSDAP in Duitsland aan de macht. En de Japanse militairen dachten over veel zaken precies hetzelfde als de fascisten. In de escalatie van de spanning riep Stalin de communisten op tot samenwerking met andere groepen om het fascisme een halt toe te roepen.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam het fascisme in een ideologisch isolement terecht. Fascistische groeperingen raakten overal ter wereld in diskrediet. Mussolini werd in 1943 afgezet en in 1945 vermoord. De oorlogsmisdaden van de Duitse nationaal-socialisten en de Japanse overheid, met wie de Italiaanse fascisten zich hadden verbonden, zorgden voor een definitieve bezoedeling van het Italiaanse fascisme.
In rationele zin verkondigde het fascisme de staat als het kernstuk van zijn doctrine. Voor de fascistische ideologen was de staat geen verzameling van individuen, maar een zelfstandig organisme van hogere orde, een macht, die alle vormen van zedelijk en verstandelijk leven van de mens samenvat en in zich verenigt. Deze staat is totalitair in de zin, dat hij de wil en het verstand van ieder individu omvat. In deze staatsconceptie bezitten alle individuen en groepen wel een eigen functie, maar afzonderlijk geen levensvatbaarheid. Hun bestaan krijgt slechts zin en waarde door de staat, zodat Mussolini kon verklaren 'alles in de staat, niets tegen de staat, niets buiten de staat'. De fascistische staat is ook absoluut van aard, omdat hij als autonome persoonlijkheid met eigen waarde en eigen doel elk individueel bestaan en alle particuliere belangen aan zich ondergeschikt maakt en de normen van zijn gedrag in zichzelf vindt. Daarom kan de staat zijn gezag ook niet ontlenen aan de individuen (b.v. als gevolg van verkiezingen), maar slechts aan zichzelf. Het gezag is het onaantastbaar bezit van de staat. De staat is in deze zin de eenheid van geest en wil van het volk, die niet gevormd wordt door de gezamenlijke individuen of een meerderheid van hen, maar door de elite. Dat verklaart waarom in het fascisme een grote betekenis wordt toegekend aan de hiërarchie. Het fascisme vervangt de rechtsstaat - immers slechts 'de speelbal der individuen' - door de machtsstaat. Het gezag wordt niet gevormd van onderop, maar van bovenaf opgelegd. Slechts de elite is in staat inzicht in de superieure doeleinden van de staat te verwerven. Aldus werd de fascistische staat volgens streng hiërarchische beginselen ingericht, waarbij alle leiding uitging van de ultieme leider, die als dictator alle verantwoordelijkheid en macht droeg. Deze leider werd geassisteerd door de door hem gekozen ondergeschikten. Uiteraard werd daartoe ook de scheiding der machten - de trias politica - verworpen en een complete suprematie gegeven aan de uitvoerende macht. In overeenstemming met deze ideologie werden ten slotte ook de politieke partijen ontbonden en de fascistische partijstaat ingevoerd. Aangezien de individuen slechts bestonden in staatsverband, werden ook alle persoonlijke vrijheden - zoals het recht van meningsuiting en van vergadering - opgeheven. De totalitaire staat van het fascisme kon zich uiteraard niet tevreden stellen met slechts het geven van leiding in politieke aangelegenheden. Daarom werd ook de gehele beroepsbevolking georganiseerd in zogenaamde corporaties. Dit corporatisme beoogde de tegenstellingen der verschillende klassen weg te nemen en te verzoenen. In tegenspraak met de traditionele opvatting over corporaties als lichamen met zelfstandige rechts- en handelingsbevoegdheid, waren de fascistische corporaties echter zuivere staatsorganen zonder rechtspersoonlijkheid. Voorts betekende het begrip corporatieve staat in fascistische zin niet, dat de staat in handen kwam van de corporaties, maar dat de corporaties instrumenten werden in handen van de staat. Volgens de fascistische opvattingen diende het volk zich niet in te laten met de politiek, doch slechts met de eigen beroepsuitoefening. De politieke bemoeienis was het privilege van de elite. De gewone burgers vormden zo het productieleger, dat zorg moest dragen voor een zo hoog mogelijke nationale productie, die als één grote onderneming werd georganiseerd en ingelijfd bij de staat. Slechts de staat was bij machte alle economische en sociale tegenstellingen te overwinnen en de eenheid van alle corporaties te verwezenlijken. Daarom dienden alle corporaties ondergeschikt te zijn aan de staat.
De fascistische ideologie was overigens niet uitsluitend rationeel van karakter. Als reactie op de rationalistische en positivistische levensbeschouwing van de 18e en 19e eeuw en in overeenstemming met zijn vitalistische oorsprong werd de fascistische leer ook in sterke mate gekenmerkt door irrationele elementen. Ondanks alle verstandelijke constructies, die later aan zijn ideologie ten grondslag werden gelegd, bleef het fascisme in eerste instantie gedreven worden door irrationele motieven. Het stelde de intuïtieve schouwing van het geheel tegenover de logische analyse, avontuur en gevaar tegenover veiligheid, de wilde worsteling tegenover de 'gezapige' vrede, de daad tegenover de redenering, de held tegenover de denker, de macht en het geweld tegenover het recht en ten slotte de mythe tegenover de wetenschap. Het fascisme pretendeerde dan ook niet slechts een politieke beweging te zijn, maar ook een spirituele revolutie. Voor de fascist was de wereld niet de materiële wereld, die aan de oppervlakte verschijnt. Tegenover de stelsels van het materialisme en het positivisme plaatste het de geest op de voorgrond. Daarom diende het leven van de fascist niet gericht te zijn op het egoïstische en momentane genoegen, maar moest hij zich belast weten met een zending van plicht, offer en ontbering, teneinde aldus een leven te veroveren, dat hem waardig was. Zo noemde Mussolini het fascisme een religieuze conceptie, die de mens beschouwt in zijn betrekking tot een hogere wet, een objectieve wil, die boven het individu uitstijgt en het opvoedt tot de waardigheid van lid van een geestelijke gemeenschap. Daarom werd het fascisme ook verkondigd als een geloof. Slechts een geloof kon - aldus Mussolini * inspireren tot de verhevenheid van denken en handelen, die sommigen van zijn adepten hadden bereikt. De onbewijsbare dogma's van het fascisme konden weliswaar beredeneerd worden, maar slechts de gelovige overgave zou de inspiratie kunnen verschaffen om de fascistische doelstellingen te bereiken. In dit verband speelde ook 'de mythe' een voorname rol. Zij was een poëtisch verhaal, dat niet op het verstand, maar op het gevoel en de verbeelding gericht was en geen redelijk antwoord wenste te geven op de laatste vragen. Zo werd de mythe gepropageerd als een pseudo-godsdienst, die de fascistische denkbeelden en praktijken de wijding moest geven van een nieuwe heilsleer. Als zodanig deden de mythe van de staat en de leider in brede kringen opgeld, waarbij de duce als halfgod in de rol van verlosser kon poseren.

Hieronder volgt een aantal algemene nadere ideologische trekken van fascisme, hoewel dit per land kan verschillen. Zo bevat fascisme in veel gevallen racisme, maar niet altijd. Ook onder andere het leidersprincipe, sociaal-darwinisme en de houding jegens religie en de persoonlijke vrijheden kunnen verschillen. Bepaalde elementen kunnen ook in andere ideologieën voorkomen en niet alle ideologieën die onderstaande principes nastreven noemen of noemden zichzelf fascistisch.
Het fascisme gaat uit van collectivisme. De groep, collectief of natie gaat altijd boven het belang van het individu. Lager geplaatsten hebben kritiekloos te gehoorzamen aan hun superieuren. Orde, tucht en gehoorzaamheid staan voorop. Superieuren hebben hierdoor een onbeperkte bevoegdheid, maar zijn zelf onvoorwaardelijke gehoorzaamheid verschuldigd aan de leiders die weer boven hen staan. Wanneer een leider zwak of corrupt was, zou een sterkere of rechtschapener leider hem mogen afzetten en vervangen, zoals een roedel wolven of leeuwen ook zwakkere mannetjes liet afstoten door sterkere. Op deze wijze werd het gebrek aan controle gecompenseerd. Uiteraard paste een democratische besluitvorming niet in dit model: dit was alleen maar "vertragend geleuter" volgens de meeste fascisten. Fascistische landen en organisaties zijn meestal piramidaal gestructureerd met één sterke man aan het hoofd. Vaak kennen leiders van fascistische dictaturen zichzelf de titel 'leider' toe. Zo noemde Benito Mussolini zich il Duce, Adolf Hitler der Führer, Francisco Franco el Caudillo, Ante Pavelic poglavnik en Ion Antonescu Condoctor.
Fascisme was vaak sterk nationalistisch getint. Er werd sterke nadruk gelegd op nationale symbolen, geschiedenis en tradities. De natie stond immers boven het individu, en als de natie erop vooruitging, gingen ook alle individuen erop vooruit. Daarnaast werd de eigen cultuur als superieur aan andere verheerlijkt. In veel gevallen bevatte fascisme ook racistische elementen. Dit leidt tot xenofobie, en in sommige gevallen tot pogroms, massavervolgingen, deportaties en agressie jegens buurlanden.

Veel fascisten stellen bovendien dat hun land een slachtoffer is van vijandige groeperingen, die het land in een deplorabele staat hebben gebracht. Fascisten houden dergelijke groepen verantwoordelijk voor alles wat er mis is in het land, en zijn dus van mening dat ze koste wat kost onschadelijk gemaakt moeten worden. Vaak voorkomende zondebokken zijn Joden, ******, zigeuners, vrijmetselaars, communisten, homoseksuelen, gehandicapten, pacifisten en Jehova's getuigen.

Fascistische dictaturen kennen vaak een zeer ver doorgedreven vorm van populisme. Het is voor fascistische leiders niet alleen voldoende dat een volk gehoorzaamt, het moet zich ook nog eens voor honderd procent inzetten voor de 'goede zaak'. Het concept van de totale oorlog past dan ook goed bij het fascisme, de gehele samenleving zet zich in voor hetzelfde doel. Behalve als ondersteuning van de macht dient het volk voor fascisten vaak ook als legitimering voor de macht: het hele volk zet zich in voor het fascisme, dus dat betekent dat we goed bezig zijn.

Op economisch gebied pleitten vele fascisten voor corporatisme, alsmede een door de Staat geleide economie waarin vooral het belang van de kleine boeren, de nationale (Italiaanse enz.) arbeider en de lokale middenstand vooropgesteld werden. Vaak bemoeide de overheid zich intensief met de economie en het bedrijfsleven. De klassenstrijd van Marx werd verworpen; men verwierp de bloedige klassenstrijd en trachtte daarentegen zowel communisme als kapitalisme te bestrijden door middels de Staat klassensamenwerking en planmatige economische structuur in te voeren. Mussolini zelf was in zijn vroegste periode een tijdlang marxist, waarvan hij zich distantieerde. Mussolini's beleid verwees echter naar verschillende pre-marxiaanse socialistische beleidsmodellen met betrekking tot de economie. Volgens Friedrich Hayek was het fascisme niet alleen uitgesproken anti-liberaal, en anti-kapitalistisch, maar vooral zeer collectivistisch van aard.
Voor vrijheid van meningsuiting, privacy en een aantal andere vrijheden was meestal geen plaats. Censuur en willekeurig optreden van de overheid zijn niet slechts aan de orde van de dag, maar werden gewoon acceptabel gevonden. Godsdienst was in veel gevallen een uitzondering: veel katholieke fascisten presenteerden zich als vrome gelovigen en beschermers van de christelijke waarden tegen losbandigheid en communisme. Bovendien was het geloof vaak onderdeel van de nationale identiteit. Zolang de Kerk zich niet met politiek inliet werden geestelijken en gelovigen met rust gelaten. De Kerk steunde het bewind vaak uit angst voor het "goddeloze communisme".

Het nationaal-socialisme (nazisme) wordt vaak als een vorm van fascisme gezien. Hitler heeft veel van de fascistische economische ideeën en principes overgenomen, maar verschilde op verschillende punten ook sterk van het Italiaanse, originele fascisme. Veelal worden nationaal-socialisme en fascisme derhalve van elkaar onderscheiden vanwege het feit dat nationaal-socialisme zich veel meer richt op etniciteit en rassenstrijd dan het originele fascisme. Men zou nationaal-socialisme dan kunnen zien als een combinatie van fascisme en racisme, met daarnaast aanvankelijk een sterker pre-Marxiaans socialistisch element. In het Italiaanse fascisme bestond (tot het einde van de jaren '30) overigens geen specifieke afkeer van Joden op raciale gronden. In de beginjaren van het Italiaanse fascisme waren er zelfs enkele Joden, waaronder Magherita Sarfatti, een maîtresse van Mussolini, fascistisch. Dit gold aanvankelijk ook voor de vroege Nederlandse NSB, die aanvankelijk ook een aantal Joodse leden telde, maar uiteindelijk onder invloed van Meinoud Rost van Tonningen en de NSDAP ook antisemitisch werd.

Fascisme (extreem-rechts) en communisme (extreem links) worden als de uiteinden van het politieke spectrum gezien. De communistische ideologie houdt een radicalisering in van de klassenstrijd, de fascistische ideologie kent daarentegen de klassencollaboratie (Sergio Panunzio), het samenwerken van proletariaat en bourgeoisie. Beiden kennen dan ook een gezamenlijke traditie van wederzijdse haat. Fascistische vergaderingen werden verstoord door communisten en vice versa. Aanhangers van beide partijen bestreden elkaar op alle mogelijke manieren. Kreeg een van hen regeringsmacht, dan aarzelde deze niet te proberen om de andere groep uit te roeien (Rode en Witte Terreur).

Toch waren in deze haatverhouding een paar uitzonderingen. In 1939 werd na het ineenstorten van de Spaanse en Franse socialistische volksfronten het Molotov-Ribbentroppact gesloten door Duitsland en de Sovjetunie. Bovendien hebben beide groepen ook meer met elkaar gemeen dan ze zelf durven te bekennen: als extremen van het politieke spectrum schuwen ze geweld en repressie niet. Sociaal-darwinisme komt ook voor in het idee dat dit het natuurlijke recht van het proletariaat zou zijn om de heersende klasse te vernietigen, hoewel volgens het sociaal-darwinisme in feite de bourgeoisie gezien werd als dominant en dus meer geschikt om te overleven. De staat bemoeit zich ook in een totalitair communistisch systeem uitgebreid met de economie en individuele vrijheden. Soms kan ook iets voorkomen dat op het leidersprincipe lijkt, terwijl populisme en persoonsverheerlijking in veel communistische systemen ook niet van de lucht waren, evenmin als antisemitisme en racisme: Joden werden als kapitalisten gezien en konden, evenals "zwarten" (scheldnaam voor bewoners uit het zuiden van de USSR), maar moeilijk carrière maken in de Sovjetunie. Stalin zelf heeft meer dan eens te kennen gegeven dat hij een hekel had aan Joden.

Veel stalinistische leiders propageerden het nationalistische "socialisme in één land" (Georghe-Dej), of racisme. Omgekeerd bestond ook binnen de NSDAP een stroming die socialistische denkbeelden aanhing. Hiervan waren de gebroeders Strasser en Roehm de bekendste vertegenwoordigers; na de Nacht van de Lange Messen was hun rol in het nazisme echter uitgespeeld.

Door deze paradox is zelfs het denkbeeld ontstaan dat fascisme of nationaal-socialisme en communisme zouden kunnen fuseren. Hieruit is het nationaal-bolsjewisme in de jaren '90 in Rusland ontstaan, een politieke ideologie die zowel nazi- als communistische elementen vertoont, en waarvan het logo en de vlag gelijkenissen vertonen met zowel die van het Derde Rijk als die van de Sovjetunie: een hamer en sikkel op een witte cirkel met een rode achtergrond. Weliswaar is het idee ouder dan de jaren '90, maar de Russische nationaal-communisten zijn de eersten die dit via een zelfstandige politieke partij onder die naam uitdragen. De aanhang omvat vooral jongeren en extreem-linkse en -rechtse randfiguren en bezit geen enkele politieke macht.

De ontstaansgeschiedenis en basis van het communisme en fascisme zijn fundamenteel verschillend geweest. Het communisme had zijn oorsprong in de arbeidersbeweging, een traditie waar het fascisme (ondanks de naam van sommige fascistische partijen) weinig mee te maken had. Het feit dat beide stromingen grote aantallen slachtoffers hebben gemaakt betekent niet dat ze gelijkaardig zijn. Robert O. Paxton en Primo Levi hebben er bijvoorbeeld op gewezen dat, hoewel ze beide regimes zonder meer misdadig en weerzinwekkend noemen, de redenen waarom fascisme en stalinisme hun vijanden doodden fundamenteel verschillend zijn. De slachtoffers van het stalinisme werden vermoord als 'klassevijanden', een eigenschap die, hoewel in de praktijk vaak willekeurig gebruikt, in principe veranderbaar is. Doelwitten van het fascisme behoorden echter al vanaf hun geboorte tot een 'verkeerde' groep met geen enkele mogelijkheid dat te veranderen. Ook beargumenteert Paxton dat de moordpartijen onder het stalinisme van bovenaf zijn georchestreerd, terwijl het in het fascisme niet ongebruikelijk was dat gewone burgers zodanig werden opgehitst dat ze het recht in eigen hand namen en uit eigen beweging tegenstanders vermoordden.

Daarnaast zijn er ook communisten die van mening zijn dat vergelijkingen tussen het fascisme en communisme alleen worden gemaakt om - in het kader van de Koude Oorlog - die laatste stroming in diskrediet te brengen.

Vaak worden autoritair conservatieve regimes ook fascistisch genoemd, met name door hun tegenstanders. Voorbeelden van zulke regimes zijn het Portugal van Antonio Salazar, het Argentinië van Juan Peron, het Roemenië van Ion Antonescu, Vichy-Frankrijk en het Chili van Augusto Pinochet. Veel politicologen maken echter een onderscheid tussen autoritair conservatisme en fascisme. Een belangrijk kenmerk van conservatisme is dat conservatieven de situatie vaak zoveel mogelijk bij het oude laten, terwijl fascisten in zeker zin 'revolutionair' zijn, en ze de samenleving overhoop willen gooien. Verder willen fascisten de macht zoveel mogelijk centraliseren (bij staat, leider of partij), terwijl conservatieven belang hechten aan maatschappelijke organisaties (bijv. kerken) met een onafhankelijke positie.

Op het snijvlak van fascisme en autoritair conservatisme bevinden zich het klerikaal fascisme en het falangisme. Een belangrijke vertegenwoordiger van het klerikaal fascisme is de Oostenrijker Engelbert Dollfuss, die een conservatieve dictatuur vestigde, maar veel elementen overnam van het fascistische Italië. Francisco Franco was de belangrijkste vertegenwoordiger van het falangisme. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog leunde Franco sterk tegen het fascisme, en ontving hij steun van het fascistische Italië en Duitsland. Na de oorlog drong hij de macht van de Falange Española echter sterk terug, en begon zijn regime meer aan autoritair conservatieve dictatuur te worden, waarin ook het traditionalistisch Carlisme aan invloed won. Hierover bestaan verschillende interpretaties. Volgens vele auteurs is Franco nooit echt een fascist geweest, en leunde hij slechts maar op Hitler en Mussolini (en rechtse Ierse en Amerikaanse vrijwilligers) om de Spaanse Burgeroorlog te kunnen winnen van de republikeinen. Volgens anderen - vooral de geëngageerde marxistische historici - was hij wel degelijk een fascist, maar deed hij zich na de oorlog voor als een autoritair conservatief om niet hetzelfde lot te ondergaan als Mussolini en Hitler. Vast staat dat Franco nooit heeft toegestaan dat in Spanje het systeem anti-semitisch werd; vele joden vluchtten tijdens de oorlog uit Duits-bezette gebieden naar Franco's Spanje.

Gelijktijdig met de opkomst van het fascisme in Europa kwamen in Latijns-Amerika verschillende regimes op die in ieder geval sterk populistisch waren en ook fascistische trekken vertoonden. Juan Perón in Argentinië bijvoorbeeld, cultiveerde een sterke persoonlijkheidscultus en liet zich El Conductor ("de bestuurder") noemen, een benaming die vegelijkbaar is met Il Duce voor Mussolini. Perón schakelde socialistische en communistische organisaties uit en toonde tijdens de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk sympathie voor de as-mogendheden. Getúlio Vargas' Brazilië kende een gelijkwaardig regime. In 1937 voerde hij zijn Estado Novo in, gebruikmakend van een vermeende communistische samenzwering, en zocht hij toenadering tot Nazi-Duitsland, wat onder andere leidde tot de uitlevering van een aantal politieke vluchtelingen aan Duitsland. Zowel Perón als Vargas richtte de economie van hun land grotendeels corporatistisch in, en braken de macht van de oligarchie. Vergelijkbare leiders waren Carlos Ibáñez del Campo, die in Chili de traditionele liberalen en conservatieven opzij schoof en de macht greep met behulp van Perón en Chileense fascisten, dr. Arnulfo Arias, de Sturmbahnführer Mittelamerikas, in Panama en Maximiliano Hernández Martínez, die een boerenopstand aangreep om in El Salvador de macht over te nemen en een nationalistisch en racistisch regime in te voeren.

Desalniettemin vertoonden al deze regimes ook grote verschillen met het Europese fascisme. In geen enkele van de hierboven genoemde landen (met uitzondering van El Salvador) heeft bijvoorbeeld een grootscheepse vervolging van tegenstanders plaatsgevonden, laat staan een genocide. Verder hadden

Private_BE

Legacy Member
کرگدن
از ویکی*پدیا، دانشنامهٔ آزاد.
پرش به: ناوبری, جستجو
کرگدن
تصویر:Black rhinoceros-large.jpg

کرگدن سیاه، Diceros bicornis
طبقه*بندی علمی
فرمانرو: جانوران

شاخه: طنابداران

رده: پستانداران

راسته: فردسمان

خانواده: کرگدن*ها
گری، 1821

کَرگَدَن حیوانی است پستاندار از راسته فردسُمان (Perissodactyla) از خانواده کرگدن*ها (Rhinocerotidae).

کرگدن*ها با وجود گیاهخوار بودن حیوانات خطرناکی هستند. در هندوستان و نپال تعداد سالانه حملات و آسیب*رسانی کرگدن*ها به انسان بیش از ببرها و یوزپلنگ*ها است.


[ویرایش] خانواده
کرگدن*ها

غول شاخدار (Ceratotherium)
کرگدن سفید (C. simum)
دوشاخ*بینی (Dicerorhinus)
کرگدن سوماترایی (D. sumatrensis)
دوشاخ (Diceros)
کرگدن سیاه (D. bicornis)
بینی*شاخ (Rhinoceros)
کرگدن هندی (R. unicornis)
کرگدن جاوه*ای (R. sondaicus)
تهی*دندان (Coelodonta)
کرگدن پشمالو (C. antiquitatis) (منقرض)
غول صفحه (Elasmotherium)
تک*شاخ غول*پیکر (E. sibiricum) (منقرض)

128MB

Legacy Member
Pornoster
Van Wikipedia
Ga naar: navigatie, zoek

Een pornoster is een man of een vrouw die optreedt in pornofilms en daarbij behoorlijke bekendheid heeft verkregen.

Geschiedenis

De eerste pornoster waarvan de naam bekend is, was Linda Lovelace, die haar kunsten vertoonde in de film Deep Throat uit 1972. Het succes van deze film, die honderden miljoenen dollars opbracht, zorgde ervoor dat er vele andere pornofilms en pornosterren verschenen, waaronder Marilyn Chambers (Behind the Green Door), Gloria Leonard (The Opening of Misty Beethoven), Georgina Spelvin (The Devil in Miss Jones), Jeremy Cohen (Speed Demon of Porn), en Bambi Woods (Debbie does Dallas). Dit werd gevolgd door een overvloed aan films medio-jaren '80. Legendarische sterren uit deze tijd waren John Holmes, Seka, Ginger Lynn Allen, Annette Haven, Veronica Hart en Hyapatia Lee.

De pogingen in de jaren '70 om pornografie in de V.S. te verbannen door pornosterren voor prostitutie te vervolgen mislukten, aangezien de rechtbanken een onderscheid maakten tussen iemand die aan een seksuele verhouding voor geld deelnam, en de handeling van het afbeelden van een seksuele verhouding als uitvoering voor geld.
Jenna Jameson
Jenna Jameson

Vanaf de jaren '70 konden steeds meer mensen zich een videorecorder veroorloven, zodat zij pornofilms in de privacy van hun eigen huis konden bekijken. Dit leidde tot een nieuwe markt die niet kon worden genegeerd. Als resultaat hiervan zijn er honderden pornofilmbedrijven die jaarlijks tienduizenden videotitels vrijgeven. Dientengevolge zijn er duizenden mensen die als pornoster werken.

Aangezien de belangrijkste markt voor pornografie op een heteroseksueel mannelijk publiek is gericht, is er veel vraag naar knappe vrouwelijke pornosterren.

Jenna Jameson en Briana Banks behoren tot de bekendste pornosterren van de afgelopen jaren.

[bewerk] Pornosterren en SOA's

Omdat pornosterren vaak met veel mensen seks hebben en vaak geen condooms gebruikt worden, zijn pornosterren bijzonder kwetsbaar voor aids en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's).

In de jaren '80 leidde een uitbarsting van aids tot een aantal sterfgevallen van pornosterren, waarvan de dood van Trinity Loren een van de meest spraakmakende was. Dit leidde tot de verwezenlijking van de Adult Industry Medical Health Care Foundation (een initiatief van pornoster Nina Hartley), die hielp een systeem in de pornoindustrie van de V.S. op te zetten waarbij de pornosterren om de 30 dagen op HIV worden getest. Al het seksueel contact wordt geregistreerd. Dit resulteerde in minder HIV-besmettingen, en daarom ook minder aidsgevallen onder pornosterren. Men heeft gerapporteerd dat er niet één enkele HIV-test positief is geweest van 2000 tot 2004.

In 2004 testte een mannelijke pornoster, Darren James, positief voor HIV, en er is momenteel een vergaand onderzoek gaande naar andere potentieel besmette pornosterren om zo een nieuwe HIV-uitbarsting te verhinderen. Eén andere pornoster, Lara Roxx, werd ook positief getest voor HIV.

[bewerk] Morele bezwaren

Niet iedereen is gediend van het fenomeen van de pornoster. Met name religieus ingestelde personen (maar niet alleen zij) hebben hier dikwijls bezwaar tegen. In de heilige geschriften van bijvoorbeeld jodendom, christendom en islam - respectievelijk de Tenach, de Bijbel en de Koran - wordt een verschijnsel als porno en alles wat daarmee samenhangt onder de noemer van hoererij en seksuele onreinheid sterk afgekeurd.

[bewerk] Zie ook

* Pornoacteur, voor de mannelijke pornosterren
* Pornoactrice, voor de vrouwelijke pornosterren

Stancke

Legacy Member
De Chinese talen zijn zogenaamde tonale talen, waarbij de verandering van de toon van een woord de betekenis van dat woord geheel kan veranderen. Deze tonen worden in het pīnyīn aangegeven met een diakritisch teken op de klinkers; de 5e toon echter krijgt geen diakritisch teken.

* ā, ē, ī, ō, ū de macron geeft de 1e toon aan.
* á, é, í, ó, ú het accent aigu geeft de 2e toon aan.
* ǎ, ě, ǐ, ǒ, ǔ de háček of caron geeft de 3e toon aan.
* à, è, ì, ò, ù het accent grave geeft de 4e toon aan.

De tonen worden ook vaak aangegeven met cijfers, daar het typen van een diakritisch teken soms nogal tijdrovend is. Het cijfer komt dan overeen met de toon.

Er worden binnen het Mandarijn vijf tonen onderscheiden:

1. De eerste is een lange, hoge toon. Te herkennen, in het pinyin, aan de macron (ā, ē, ī, ō, ū) of aan het cijfer 1.
2. De tweede toon begint op normale toonhoogte en stijgt tot de hoogte van de eerste toon. Te herkennen, in het pinyin, aan het accent aigu (á, é, í, ó, ú) of aan het cijfer 2.
3. De derde toon is een lage toon die eerst daalt waarna hij stijgt tot de beginhoogte van de tweede toon. Te herkennen, in het pinyin, aan de háček of caron (ǎ, ě, ǐ, ǒ, ǔ) of aan het cijfer 3.
4. De vierde toon is een korte, scherp dalende toon, die start op het niveau van de eerste toon en eindigt ergens rond het diepste punt van de tweede toon. Te herkennen, in het pinyin, aan het accent grave (à, è, ì, ò, ù) of aan het cijfer 4.
5. De vijfde toon is een neutrale toon zonder specifiek patroon. De toonhoogte wordt beïnvloed door de tonen van de voorgaande en de volgende toon. Sprekers van het Mandarijn verwijzen naar deze toon als de nultoon. Deze wordt in het pinyin niet met een diakritish teken of cijfer aangeduid.

NB: Sommigen tellen deze vijfde toon niet mee en zeggen dat het Mandarijn maar vier tonen telt.

Deze tonen kunnen ertoe leiden dat één lettergreep (in dit voorbeeld "ma") vijf verschillende betekenissen kan hebben al naargelang de toon waarop hij uitgesproken wordt. Hieruit mag men niet afleiden dat één toon ook maar één betekenis kan hebben, wel integendeel. Zo heeft ma3 (zie hieronder) naast de betekenis "paard" nog minstens 7 andere courante betekenissen. Vanzelfsprekend krijg je voor elke betekenis wel een ander karakter. Zo betekent bijvoorbeeld ma1 niet alleen "moeder", maar ook "vegen", "schemering", "aanspreektitel voor een oudere dame" enz. Chinezen maken uit de toonhoogte EN uit de context op over welke "ma" het precies gaat.

* ma1 betekent moeder
* ma2 betekent hennep
* ma3 betekent paard
* ma4 betekent uitschelden
* ma5 aan het einde van een zin functioneert als een vraagpartikel.

De verschillen in toonhoogte laten de spreker toe de (niet geheel grammaticaal correcte) zin "ma1ma ma4 ma3 de5 ma2 ma5?" oftewel "Is moeder de hennep van het paard aan het uitschelden?" te bouwen. (Māma mà mǎ de má ma? 妈妈骂马的麻吗?)

Mandarijn is met zijn vier tonen een van de eenvoudigere Chinese talen. Sommige dialecten, zoals Yue (Kantonees) en Minnanyu, kennen 6 of nog meer tonen.

Poepoei

Legacy Member
Dinosauriërs (de laatste benaming is de correcte vertaling van Dinosauria, de wetenschappelijke Latijnse naam van de groep) vormen een belangrijke diergroep uit het Mesozoïcum. Deze groep, die dominant werd op het eind van het Trias en tijdens het Jura en Krijt de heersende groep landdieren vormde, bevat vermoedelijk de grootste landdieren die ooit geleefd hebben.

Traditioneel werden zij als een orde (of een aantal orden) binnen de klasse van de reptielen gezien, tegenwoordig worden ze soms als een afzonderlijke klasse beschouwd, maar meestal als een rangloze groep die meestal ook de vogels omvat, binnen de grotere groep der reptielen. Dinosauriërs worden gedefinieerd als alle afstammelingen van de laatste gemeenschappelijke voorouder van Iguanodon en Megalosaurus. Juist deze twee genera valt de eer te beurt, niet alleen als exemplaren van de Saurischia en de Ornithischia (zie verderop), maar ook omdat zij de twee als eerste beschreven dinosauriërs zijn.
Inhoud
[verbergen]

* 1 Geschiedenis
* 2 Uitsterven
* 3 Ontdekkingsgeschiedenis
* 4 Zie ook
* 5 Externe link

[bewerk] Geschiedenis

Tijdens het Trias, 250 tot 210 miljoen jaar geleden, vormden alle continenten te zamen het oercontinent Pangaea. Uit reptielen van de groep der Archosauria (waartoe tegenwoordig alleen nog de krokodillen en de vogels behoren) ontstonden de eerste dinosauriërs. De meer oorspronkelijke voorouders waren kleine jagers die zich op vier poten voortbewogen. De poten stonden recht onder het lichaam in plaats van ernaast, zoals bij vroegere reptielen. Later ontstonden roofdieren die op twee poten rondrenden, de eerste Dinosauromorpha. Een latere deelgroep daarvan waren de dinosauriërs.

De dinosauriërs splitsen zich al vroeg (op z'n laatst midden-Trias) in twee takken, de Saurischia en de Ornithischia. De Saurischia leefden van het Trias tot het Krijt. Zij leefden alle op het land. De groep bestond uit twee onderverdelingen: de Theropoden - die waren overwegend vleeseters - en de Sauropodomorpha, planteneters, waaronder de bekende reuzenvormen met lange nekken. Als groep zijn de Saurischia te herkennen aan (en genoemd naar) de driestralige organisatie van het bekken, waarin het schaambeen naar voren is gericht: de "hagedis-heup". Dit is overigens een oorspronkelijke eigenschap van alle reptielen, een zogenaamde "plesiomorfie", die dus niet direct gebruikt kan worden om de groep Saurischia af te palen. De Ornithischia leefden vanaf het Boven-Trias tot het Boven-Krijt. Het waren op het land levende, plantenetende reptielen. Zij bezitten een afgeleide vierstralige organisatie van het bekken, waarin het schaambeen een naar voren gericht uitsteeksel bezit, maar verder naar achter gericht is: de "vogel-heup". Zo'n nieuwe eigenschap, een zogenaamde "apomorfie", kan wél gebruikt worden om een groep te onderscheiden. Overigens is het ondanks de naamgeving zo dat de vogels vrijwel zeker tot de Saurischia behoren.

De splitsing van Sauropodomorpha en Theropoden viel waarschijnlijk in het late Trias. Tijdens de Jura, 210 tot 140 miljoen jaar geleden, begon Pangaea uit elkaar te vallen. Via landtongen konden dieren eerst nog wel van de ene naar de andere plaats trekken. Tijdens het Krijt, 140 tot 65 miljoen jaar geleden, waren alle continenten uit elkaar gevallen. Zuid-Amerika kwam geïsoleerd te liggen, zodat daar hele nieuwe, opmerkelijke soorten ontstonden, zoals b.v. Giganotosaurus, een theropode die nog iets groter was dan de beruchte Tyrannosaurus uit Noord-Amerika en de Argentinosaurus, een gigantische sauropode. Hetzelfde deed zich voor in Afrika en India (toen nog een apart continent). Natuurlijk lijken deze nieuwe vondsten alleen dáárom vreemd omdat we toevallig de soorten uit Noord-Amerika eerder hebben leren kennen.

[bewerk] Uitsterven

Het staat vast dat de dinosauriërs - en diverse andere groepen, meest bekend zijn de ammonieten, de pterosauriërs en zeereptielen zoals de plesiosauriërs - vrij abrupt van de aardbodem verdwenen en wel tijdens de overgangsperiode van het Krijt (140 tot 65 miljoen jaar geleden) en het Tertiair (65 tot 2 miljoen jaar).

De meest gangbare theorie is dat 65 miljoen jaar geleden een grote meteoriet insloeg bij Mexico (de inslagkrater is de zgn. Chicxulubkrater). Hierdoor ontstond een enorme stofwolk die het klimaat ernstig ontregelde. Het zonlicht werd jarenlang tegengehouden waardoor het ijskoud werd en de meeste levende wezens uitstierven. Het is mogelijk dat de vernietigende kracht van de meteoriet onderschat wordt en dat deze het klimaat nog drastischer ontregelde dan al eerder gedacht, mogelijk doordat de meteoriet een aardkorstverschuiving teweeg bracht.

Het bestaan van de meteorietinslag zelf is algemeen aanvaard. Het bewijs hiervoor zou o.a. de wereldwijde aanwezigheid zijn van een laagje iridium op de Krijt-Tertiairgrens. Iridium is een zeldzaam element op aarde, maar komt in de rest van ons zonnestelsel veel voor. Ook zijn er vondsten van geschokt kwarts en mogelijke andere ejecta, en ook overblijfselen van zeer grote tsunamis in een grote cirkel rond Chicxulub. Toch zijn niet alle paleontologen het er over eens dat dit ook de (enige) oorzaak van het uitsterven van de dinosauriërs was.

Andere wetenschappers zijn van mening dat de grote uitsterving - of in ieder geval het begin hiervan - kort vóór de inslag al had plaatsgevonden. Zij geven bijvoorbeeld een klimaatverandering, bijvoorbeeld als gevolg van de sterk toegenomen vulkanische activiteit als meest waarschijnlijke oorzaak aan. Of het ontstaan van ziekte op grote schaal doordat grote groepen organismen die miljoenen jaren van elkaar gescheiden geweest waren en geen weerstand tegen elkaars ziektekiemen hadden opgebouwd elkaar tegen kwamen toen de continenten waarop zij leefden samenkwamen. Volgens nog een andere theorie was een omkering van het aardmagnetisch veld oftewel ompoling, na het langdurige uitblijven van dit proces, de voornaamste oorzaak. In het meest waarschijnlijke scenario spelen meerdere van deze mogelijkheden een rol: de meteorietinslag kon bijvoorbeeld juist zo vernietigend zijn omdat het ecosysteem in de voorgaande paar miljoen jaar al ontwricht en verzwakt was door iets anders.

Wat de oorzaak van het uitsterven ook precies was, vele kleinere dieren zoals insecten, amfibieën en zoogdieren (en een deel van de vogels) overleefden de ramp wel, waardoor zij de ruimte kregen om zich verder te ontwikkelen. Verreweg de meeste paleontologen nemen sinds het midden van de jaren negentig aan dat vogels dinosauriërs zijn, in de zin dat zij afstammen van een groep dinosauriërs die theropoden wordt genoemd. Als dat inderdaad waar is, zijn de dinosauriërs eigenlijk helemaal niet uitgestorven; er zijn tegenwoordig ongeveer tweemaal zoveel soorten vogels als zoogdieren.

[bewerk] Ontdekkingsgeschiedenis
Iguanodon, zoals voorgesteld door Samuel Goodrich, 1859
Iguanodon, zoals voorgesteld door Samuel Goodrich, 1859
Iguanodon, hedendaagse voorstelling
Iguanodon, hedendaagse voorstelling

De eerste dinosauriërs werden ontdekt in de jaren '20 van de 19e eeuw, in Engeland. Het waren Iguanodon, waarvan in 1822 een tand werd ontdekt, maar die pas in 1825 werd beschreven door Mantell, en Megalosaurus, ontdekt in 1824 (beschreven door Buckland). In 1841 werd het de anatoom Richard Owen duidelijk dat het hier een aparte diergroep betrof, die hij in 1842 de Dinosauria doopte, naar het Griekse "deinos", hier in de betekenis van "geducht" en "sauros": letterlijk "hagedis", maar hier in de betekenis van "reptiel".

Rond 1880 werd in de Verenigde Staten verwoed naar skeletten van dinosauriërs gezocht. Twee rivaliserende wetenschappers, Edward Drinker Cope en Othniel Charles Marsh, probeerden elk zoveel mogelijk dinosauriërs te verkrijgen, te benoemen en te beschrijven. Maar ook elders in de wereld werden dinosauriërs gevonden. Zeer bekend is de vondst van een aantal complete Iguanodon-skeletten in een kolenmijn in het Belgische Bernissart in 1878. Deze zijn nu te bewonderen in het natuurhistorisch museum van Brussel. In 1887 gebruikte Harry Govier Seely de structuur van het bekken om de dinosauriërs in Saurischia en de Ornithischia onder te verdelen.

Terwijl ze in het begin van de twintigste eeuw nog in het middelpunt van de belangstelling stonden, ebde de professionele interesse in het midden van die eeuw snel weg. Dinosauriërs werden nu als grote, logge, onderontwikkelde en in ieder geval koudbloedige wezens gezien. Pas in de jaren '60 kwam daarin verandering, door de vondst van Deinonychus. De Amerikaanse paleontoloog Robert Bakker verkondigde in 1972 de theorie dat dinosauriërs warmbloedig waren, en zeker vrij actieve wezens; dat laatste wordt nu tamelijk algemeen aanvaard. Zijn toenmalige medewerker, de paleontoloog en beeldend kunstenaar Gregory S. Paul gaf ze een bij die theorie passend nieuw uiterlijk dat door latere tekenaars meestal overgenomen werd. Ook de meteoortheorie uit 1979 voor het einde van de dinosauriërs, de ontdekking door de (toen nog) amateurpaleontoloog Jack Horner van Maiasaura, die klaarblijkelijk broedzorg kende, en Spielbergs film Jurassic Park uit 1993 brachten de dinosauriërs opnieuw in de belangstelling, en beïnvloedden de ideeën die over ze leefden sterk.

kristof.niesen

Legacy Member
RIHANNA Shut up and drive

In het begin wou ze de mensen laten dansen met het clubgerichtte "Pon de replay" en wist ze een grote zomerhit te scoren met "If its lovin' that you want", dat zelfs twee maanden op de eerste plek van de hitlijst was blijven staan. De opvolger deed het net niet zo goed op Place2be, maar was ook een superhit. "SOS" haalde de top 3 van Belgie en Nederland, de moeilijkste muzieklanden in Europa. De opvolger daarvan ging over vreemdgaan, maar was direct geliefd bij alle jongeren: "Unfaitfull". Daarna scoorde ze haar eerste flop. In Amerika geen top 100 positie, een extreem lage positie in Belgie en in Nederland zelfs geen spoor in de charts. Toen het wat stiller werd was er al op youtube een filmpje verschenen van "Umbrella" (niet echte videoclip), een ander soort muziek Dan dat we gewend waren.. Haar derde album "Good girl gone bad" moet het bewijs leveren dat ze een volwassener iemand is geworden, En staat dus vol met dit soort muziek.

De opvolger is volgens mij veel beter dan "Umbrella" en heeft ook een mooiere lyrics. "Shut up and drive" staat momenteel ook al bijna een maand in de place2be hitlijst. Hopelijk wordt het ook een grote hit in Europa en wordt het geen grote flop als haar "We ride" en "Break it off".

Beluister hier de opvolger van "Umbrella" in de charts.

BrAiNpAiN

Legacy Member
Private_BE zei:
کرگدن
از ویکی*پدیا، دانشنامهٔ آزاد.
پرش به: ناوبری, جستجو
کرگدن
تصویر:Black rhinoceros-large.jpg

کرگدن سیاه، Diceros bicornis
طبقه*بندی علمی
فرمانرو: جانوران

شاخه: طنابداران

رده: پستانداران

راسته: فردسمان

خانواده: کرگدن*ها
گری، 1821

کَرگَدَن حیوانی است پستاندار از راسته فردسُمان (Perissodactyla) از خانواده کرگدن*ها (Rhinocerotidae).

کرگدن*ها با وجود گیاهخوار بودن حیوانات خطرناکی هستند. در هندوستان و نپال تعداد سالانه حملات و آسیب*رسانی کرگدن*ها به انسان بیش از ببرها و یوزپلنگ*ها است.


[ویرایش] خانواده
کرگدن*ها

غول شاخدار (Ceratotherium)
کرگدن سفید (C. simum)
دوشاخ*بینی (Dicerorhinus)
کرگدن سوماترایی (D. sumatrensis)
دوشاخ (Diceros)
کرگدن سیاه (D. bicornis)
بینی*شاخ (Rhinoceros)
کرگدن هندی (R. unicornis)
کرگدن جاوه*ای (R. sondaicus)
تهی*دندان (Coelodonta)
کرگدن پشمالو (C. antiquitatis) (منقرض)
غول صفحه (Elasmotherium)
تک*شاخ غول*پیکر (E. sibiricum) (منقرض)

daar versta ik dus geen zak van...

128MB

Legacy Member
Vagina
Van Wikipedia
Ga naar: navigatie, zoek
1.Eileider, 2.Blaas, 3.Schaambeen, 4.G-plek, 5.Clitoris, 6.Urinebuis, 7.Vagina, 8.Eierstok, 9.Dikke darm, 10.Baarmoeder, 11.Fornix uteri, 12.Baarmoederhals, 13.Endeldarm, 14.Anus
1.Eileider, 2.Blaas, 3.Schaambeen, 4.G-plek, 5.Clitoris, 6.Urinebuis, 7.Vagina, 8.Eierstok, 9.Dikke darm, 10.Baarmoeder, 11.Fornix uteri, 12.Baarmoederhals, 13.Endeldarm, 14.Anus

De vagina of schede of kut is de benaming voor het inwendige deel van het geslachtsorgaan dat bij vrouwelijke dieren (waaronder de mens) de baarmoeder met de buitenkant van het lichaam verbindt. Het uitwendige deel wordt vulva genoemd.

De vagina is geschikt om de penis in te brengen bij de geslachtsgemeenschap of coïtus. Als daar een zwangerschap uit voorkomt, is de vagina een deel van het geboortekanaal bij de bevalling.

Vagina is een Latijns woord dat onder andere de schede van een zwaard betekent.
Inhoud
[verbergen]

* 1 Anatomie van de menselijke vagina
* 2 Seksualiteit en de menselijke vagina
* 3 Onderzoek en de Vagina
* 4 Vagina tijdens de bevalling
* 5 De vagina en cultuur

[bewerk] Anatomie van de menselijke vagina
A. vaginale opening B. clitoris
A. vaginale opening B. clitoris

De vagina is een acht tot tien centimeter lange elastische buisvormige structuur, omgeven door spieren. In ontspannen toestand is de vagina gesloten en liggen de voor- en achterwand tegen elkaar aan waardoor het in dwarse doorsnede een H-vormige spleet vormt. Bovenin de vagina bevindt zich het schedegewelf (fornix) die de baarmoederhals (cervix) omgeeft. Onderaan wordt de vagina begrensd door de hymenaalring, kleine resten van het maagdenvlies (hymen). De vagina is bedekt met een glycogeenrijk meerlagig niet-verhoornd plaveiselepitheel. Hierdoor is de binnenkant van de vagina gewoonlijk roze, zoals alle slijmvliezen bij zoogdieren. De spierlaag is dun aanwezig. Tussen de vaginaspierlaag en omgevende organen, zoals de blaas met plasbuis (urethra) en de endeldarm (rectum), is bindweefsel aanwezig (het paracolpium) met bloedvaten, zenuwen en bekkenbodemspieren. Tussen het rectum en de vagina wordt dit het septum rectovaginale genoemd. Als een vrouw rechtop staat, is de vaginale buis in een achterwaarts omhoogstaande positie gericht en vormt een hoek van iets meer dan 90 graden met de baarmoeder (uterus).

In de vagina is afscheiding aanwezig, de zogenaamde vaginale afscheiding (fluor vaginalis). De afscheiding bestaat uit slijm geproduceerd door de baarmoedermond (cervix), afgestoten epitheel van de vagina. Deze cellen in de vagina bevatten glycogeen (zie boven). Dit wordt omgezet in melkzuur (lactaat) door de Lactobacillus. Deze bacterie hoort hier thuis en zorgt ervoor dat door middel van lactaatproductie de zuurgraad van de vagina voldoende laag (dat wil zeggen enigszins zuur) blijft. Deze zuurgraad zorgt er, samen met de slijmproductie uit de baarmoedermond voor, dat er geen bacteriën die infecties in de baarmoeder en de buikholte kunnen veroorzaken, de vagina binnen kunnen dringen. De afscheiding is normaliter reukloos en geeft geen klachten. Daarom heet hij ook wel fluor albus (witte afscheiding, niet te verwarren met witte vloed). De hoeveelheid is afhankelijk van de menstruatiecyclus; halverwege de cyclus, rond de eisprong (ovulatie), neemt de afscheiding toe, daarna weer af. Afscheiding kan ook toenemen bij seksuele opwinding. Door verhoogde bloedtoevoer ontstaat congestie van bloed en daardoor komt vocht door de wand van de vagina (transudatie). Verder wordt afscheiding geproduceerd door verhoogde afgifte door de klieren van Bartholin (zie vulva) bij de vaginaopening.

[bewerk] Seksualiteit en de menselijke vagina

Bij vrouwen die geen geslachtsgemeenschap hebben gehad wordt de vagina omrand door het maagdenvlies (hymen). 'Vlies' is hierbij echter een verkeerde benaming. Het maagdenvlies is niet gesloten; er zit een opening in waardoor er bloed tijdens de menstruatie naar buiten kan. Als het hymen te groot is voor penetratie van de vagina zal het maagdenvlies inscheuren, waarbij bloed kan vrijkomen, en wat pijnlijk kan zijn. Dit inscheuren kan ook gebeuren door sport of gebruik van tampons.

Sommige vrouwen hebben een zeer gevoelige erogene zone binnen hun vagina, genaamd de G-plek of G-spot, waarmee zij een orgasme kunnen bereiken. Voor de meeste vrouwen is echter stimulering van de clitoris nodig om tot een orgasme te komen. Dit stimuleren kan met een vinger (vingeren). Dat kan de vrouw zelf doen. Een partner kan de clitoris likken met de tong (cunnilingus of beffen). Om het verspreiden van geslachtsziekten te voorkomen bestaan voor de laatste variant zogenaamde beflapjes, gemaakt van latex en voorzien van een aangename reuk. Een andere manier van stimulatie van de clitoris is met behulp van een vibrator.

Zoals voor alle woorden die met seksualiteit te maken hebben zijn er in de taal vele alternatieve woorden voor vagina.

[bewerk] Onderzoek en de Vagina

Vaginaal toucher is onderzoek van de inwendige geslachtsorganen waarbij met één of twee vingers in de schede, met de andere hand op de buikwand, op de tast de grootte en ligging van de baarmoeder met de baarmoederhals worden gevoeld. Soms is het mogelijk ook iets van de eierstokken te voelen en als het onderzoek pijnlijk is kan worden bepaald waar die pijn dan zit. Met behulp van het speculum kan een arts de binnenkant van de vagina en buitenkant van de baarmoedermond inspecteren. Daarbij kan er ook een uitstrijkje van de baarmoedermond, en/of kweken van de vagina gemaakt worden.

[bewerk] Vagina tijdens de bevalling

Tijdens een bevalling wordt de vagina opgerekt (tot wel tien centimeter in diameter), zodat de baby er doorheen kan. Dit oprekken gebeurt door het hoofdje van de baby zelf. Na de bevalling herstelt de vagina zich tot de oorspronkelijke omvang. Als de bevalling snel gaat kan de vaginawand inscheuren doordat het niet de tijd krijgt op te rekken. Soms breidt zo'n scheur uit naar de kringspier van de anus ((sub-)totaalruptuur). Om ernstig inscheuren te voorkomen zal men in dat geval de vagina inknippen (episiotomie). Na de bevalling wordt een scheur en/of knip gehecht.

[bewerk] De vagina en cultuur

Seksuele organen worden in praktisch alle culturen gestigmatiseerd. In de westerse wereld wordt het onderwerp vaak als een taboe behandeld.

Private_BE

Legacy Member
128MB zei:
TOM
Van Wikipedia
Ga naar: navigatie, zoek

Een pornoster is een man of een vrouw die optreedt in pornofilms en daarbij behoorlijke bekendheid heeft verkregen.

Geschiedenis

De eerste pornoster waarvan de naam bekend is, was Linda Lovelace, die haar kunsten vertoonde in de film Deep Throat uit 1972. Het succes van deze film, die honderden miljoenen dollars opbracht, zorgde ervoor dat er vele andere pornofilms en pornosterren verschenen, waaronder Marilyn Chambers (Behind the Green Door), Gloria Leonard (The Opening of Misty Beethoven), Georgina Spelvin (The Devil in Miss Jones), Jeremy Cohen (Speed Demon of Porn), en Bambi Woods (Debbie does Dallas). Dit werd gevolgd door een overvloed aan films medio-jaren '80. Legendarische sterren uit deze tijd waren John Holmes, Seka, Ginger Lynn Allen, Annette Haven, Veronica Hart en Hyapatia Lee.

De pogingen in de jaren '70 om pornografie in de V.S. te verbannen door pornosterren voor prostitutie te vervolgen mislukten, aangezien de rechtbanken een onderscheid maakten tussen iemand die aan een seksuele verhouding voor geld deelnam, en de handeling van het afbeelden van een seksuele verhouding als uitvoering voor geld.
Jenna Jameson
Jenna Jameson

Vanaf de jaren '70 konden steeds meer mensen zich een videorecorder veroorloven, zodat zij pornofilms in de privacy van hun eigen huis konden bekijken. Dit leidde tot een nieuwe markt die niet kon worden genegeerd. Als resultaat hiervan zijn er honderden pornofilmbedrijven die jaarlijks tienduizenden videotitels vrijgeven. Dientengevolge zijn er duizenden mensen die als pornoster werken.

Aangezien de belangrijkste markt voor pornografie op een heteroseksueel mannelijk publiek is gericht, is er veel vraag naar knappe vrouwelijke pornosterren.

Jenna Jameson en Briana Banks behoren tot de bekendste pornosterren van de afgelopen jaren.

[bewerk] Pornosterren en SOA's

Omdat pornosterren vaak met veel mensen seks hebben en vaak geen condooms gebruikt worden, zijn pornosterren bijzonder kwetsbaar voor aids en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's).

In de jaren '80 leidde een uitbarsting van aids tot een aantal sterfgevallen van pornosterren, waarvan de dood van Trinity Loren een van de meest spraakmakende was. Dit leidde tot de verwezenlijking van de Adult Industry Medical Health Care Foundation (een initiatief van pornoster Nina Hartley), die hielp een systeem in de pornoindustrie van de V.S. op te zetten waarbij de pornosterren om de 30 dagen op HIV worden getest. Al het seksueel contact wordt geregistreerd. Dit resulteerde in minder HIV-besmettingen, en daarom ook minder aidsgevallen onder pornosterren. Men heeft gerapporteerd dat er niet één enkele HIV-test positief is geweest van 2000 tot 2004.

In 2004 testte een mannelijke pornoster, Darren James, positief voor HIV, en er is momenteel een vergaand onderzoek gaande naar andere potentieel besmette pornosterren om zo een nieuwe HIV-uitbarsting te verhinderen. Eén andere pornoster, Lara Roxx, werd ook positief getest voor HIV.

[bewerk] Morele bezwaren

Niet iedereen is gediend van het fenomeen van de pornoster. Met name religieus ingestelde personen (maar niet alleen zij) hebben hier dikwijls bezwaar tegen. In de heilige geschriften van bijvoorbeeld jodendom, christendom en islam - respectievelijk de Tenach, de Bijbel en de Koran - wordt een verschijnsel als porno en alles wat daarmee samenhangt onder de noemer van hoererij en seksuele onreinheid sterk afgekeurd.

[bewerk] Zie ook

* Pornoacteur, voor de mannelijke pornosterren
* Pornoactrice, voor de vrouwelijke pornosterren

Even bewerkt

Stancke

Legacy Member
When Jung's Psychological Types, stretching nearly 500 pages, first appeared in 1921, it seemed to emerge from nowhere. It was a disconcerting volume that concealed as much as it revealed about the new Jung, or at least that's how it appeared on the surface. Jung had been relatively silent since 1913, and now this: an involuted dissertation on Tertullian and Origen, the problem of universals, ancient debates over Holy Communion, etc. What did it all really mean to Jung? Tracing its origins will give us some clues. Its remote roots were in his word-association tests. In 1904 he had set up a laboratory in Burgh8lzli, the mental hospital where he was working under the direction of Eugen Bleuler, and proceeded to measure the reactions of patients to different words with something like an early forerunner of the lie detectors of today. He noticed that their answers could be sorted into two large groups, one of which he called "egocentric" and the other "impersonal". And while he initially related them to the psychiatric classifications of hysteria and schizophrenia, he saw that they had a wider application in the field of normal psychology, and they were related to what William James had called the "tough-minded" and the "tender-minded". It was Jung's work with these word association experiments that helped create his reputation in America and led to his invitation by Stanley Hall, together with Freud and some of the other early psychoanalysts, to talk at Clark University in Worcester, Massachusetts, in 1909.

In 1911 he wrote of two kinds of thinking in his Transformation and Symbols of the Libido. And all during this time his thought was diverging further and further from that of Freud's, and the tension between them was increasing. It was in Munich in 1912 that the famous incident of Freud fainting took place during a discussion about the theme of the death of the father, and it was again in Munich the next year that we find the formal beginnings of typology when Jung delivered a paper to the 4th International Psychoanalytic Congress entitled, "A Contribution to the Study of Psychological Types". This paper is a microcosm of much of what was to appear in expanded form in Psychological Types. It describes the nature of extraversion and introversion, and the need of psychology to take into account these distinctly different viewpoints. The "hysteric" exhibits exaggerated emotivity, while the "schizophrenic" shows extreme apathy. But Jung does not restrict the application of these attitudes to pathology. His attention is drawn more and more to the role they play in normal psychology. He is already amassing his amplifications of how introversion and extraversion under various guises appeared in the past, amplifications that were to fill so much of his Psychological Types. He cites William James at length and goes on to examine poetry, language and psychiatry in the work of Schiller, Nietzsche, Worringer and Gross. Then he takes the bull by the horns and boldly announces in the presence of Freud that Freud's work represents an extraverted psychoanalysis, while Adler's is an introverted one. And he concludes with a line that can be taken as an embryonic program for his own psychology:

"The difficult task of creating a psychology which will be equally fair to both types must be reserved for the future." (Collected Works, Vol. 6, n. 882, p. 509).

Just what this means he has hinted at in the body of his paper several times. The first time occurs when he is discussing the hysteric and the schizophrenic. The hysteric's exaggerated outward flow of energy is compensated by a regressive introversion: "The patients cease to partake in the common life, are wrapped up in their daydreams, keep to their beds, remain shut up in their sickrooms, etc." (859/ 500).

The schizophrenic, in his turn, exhibits his own peculiar kind of extraversion: "...he seems constrained to draw attention to himself, to force himself upon the notice of those around him, by his extravagant, insupportable, or directly aggressive behavior." (859/ 500)

What he is suggesting is that both introversion and extraversion are intimately connected in the individual in one energetic system. This becomes clear when he is describing Schiller's two kinds of poets. There is the "naive" extraverted poet who is contrasted with the "sentimental" introverted poet, and he adds: "But Schiller also saw that these two types result from the predominance of psychological mechanisms which might be present in the same individual." (875/506)

This manifesto of independence couched in typological form represented the beginning of Jung's open break with Freud. It could not be published in German in the normal psychoanalytic circles and after the Congress at Munich, Freud and Jung never met again.

Later, in the fall of this fateful year of 1913 Jung asked himself, "What is your myth by which you live?" And he had no answer. He stopped lecturing at the University of Zurich in order to focus his attention on this question, and he leaves us the exact date of Dec. 12, 1913, when he gathered up his courage and took the decisive step down into the inner world of the unconscious on a voyage of self-discovery. He was 38 years old and this adventure was to last until 1918-19. Jung was going through what he was later to call the process of individuation, and he was going through it alone without chart or guide. He was traveling towards the self. He had painted his first mandala in 1916, but he had not understood it. It was not until 1918-19 that he began to grasp the central meaning of the self. He says,

"During those years between 1918 and 1920 1 began to understand the goal of psychic development is the self ... This insight gave me stability and gradually my inner peace returned. I knew that in finding the mandala as an expression of the self I had attained what was for me the ultimate." (1961, P. 196-7)

But what particularly interests us here is not the individuation process directly, which was to so dominate Jung's later thought, but the fact that this process of individuation was directly connected with lung's formation of his typology. There are two interwoven strands that gave birth to Psychological Types. One was interpersonal, as for example when Jung attempted to distinguish his own point of view from that of Freud and Adler, and the other was intrapsychic, or personal, when he confronted the unconscious. And in Jung's mind they were both connected. He did not want to simply add a third position to Freud's and Adler's, but effect a reconciliation. The differences that existed as typical differences manifested in individuals existed within himself, and needed to be reconciled there. In the next few years Jung worked on the structure of his typology by striking out on the voyage of individuation, dealing with his patients, and collaborating with his colleagues. C.A. Meier in his seminal paper, "Psychological Types and Individuation", describes this outer collaboration:

"In many a paper read to the Psychological Club in Zurich and subsequent discussions with his friends, colleagues and pupils, Jung's concept was clarified step by step. It was particularly Dr. Hans Schmid-Guisan who made it clear to Jung that extraversion was not of necessity correlated to feeling as he had originally been advocating, and Toni Wolff was highly instrumental in introducing sensation and intuition as two indispensable orienting functions of consciousness. In particular, intuition was dealt with more critically in those days by Dr. Emil Medtner." (p. 278)

The correspondence between Schmid, a Swiss psychiatrist, and Jung during 1915-16, which had been excluded from Jung's published letters, later appeared in a book by Hans Iselin. Despite their attempts, Jung and Schmid, who considered himself an extravert, could not overcome their typological differences. In one place Schmid says, "Without the object I cannot develop myself." And he cites Goethe in his support: "With all striving after self-knowledge ... we do not go further in life." (p. 140) By calling Goethe to his aid he anticipates a theme which was to appear in Psychological Types itself, as we shall see. After their relationship became deadlocked and their correspondence was about to cease, he wrote to Jung: "In a tower on the upper lake you sit and have taken Nietzsche's inheritance. No father, no friend, you, yourself, sufficient." (p. 141)

This break with Schmid, following the loss of his relationship with Freud and most of his psychoanalytic colleagues recalls Jung's remark, as Iselin notes, that after his break with Freud all his friends and acquaintances fell away. Even during his emergence from his confrontation with the unconscious, he broke with a woman, whom he leaves unnamed, who was determined that he should give these interior fantasies an artistic meaning.

When the massive volume of Psychological Types appeared, it was, then, hardly a question of a miraculous birth. Psychological Types represented the compass that Jung was fashioning as he went on the process of individuation, and it is the first major crystallization out of the fiery magma of his journey into the unconscious. Therefore, it is not surprising to find that there is a chapter where he defines his basic terms, nor to find one of the first uses of the term "the self". When H.G. Baynes translated the book into English in 1923 bearing the subtitle "The Psychology of Individuation", this was no exaggeration. In fact, the subtitle had been suggested by Jung himself. The point here is not to get lost in a thicket of historical details, but for us to concretely grasp a point of overriding importance. Typology was always in its very inception and development intimately connected with individuation. It is a certain visibility of the individuation process, a view of individuation from the point of view of the psychology of consciousness, and if we fail to grasp this it loses its real depth of meaning.

Let's take a closer look at the book itself. There is no escaping the fact that for most readers the book divides itself into two parts. There is Chapter X, the general description of types, and then there is the rest, honored more in the breach than actually read. And this kind of division is very understandable, for Chapter X is much more accessible than the rest of the book. But this is a fact that always upset Jung. He says, for example, in the "Forward to the Argentine Edition" that the reader who really wants to understand his book should: "Immerse himself first of all in chapters 11 and V" and "Far too many readers have succumbed to the error of thinking that Chapter X represents the essential content and purpose of the book in the sense that it provides a system of classification and a practical guide to a good judgment of human character."

The import of these remarks will only become clear if we bear in mind the intimate relationship between typology and individuation and spend a few moments looking at these chapters that Jung laid so much emphasis on. In Chapter I Jung had shown how introversion and extraversion had existed in ancient and medieval times. But Chapter II is different. It is an examination of the dynamics that connect the superior and inferior functions, and Jung does this by describing Schiller, an introverted thinking type, and his psychological counterpart, Goethe, an extraverted feeling type, and these were not merely handy literary examples used to dress up the "typical conflict of the introverted thinking type". Rather, they were Jung's alter-egos, the way he could impersonally describe the process of individuation he had been going through. He felt he was, himself, an introverted thinking type, and Goethe played and was to play a large role in Jung's inner drama both as the author of Faust and as a putative ancestor which symbolized, in Jung's mind, not so much a connection of flesh and blood, but a deep symbolic link to the unconscious. So when Jung says the reader should turn to Chapter II, he is saying, in essence, typology is not a classification of the visible consciousness of a person, but it is a way to explore the inner dynamics of the psyche, and he is also saying, "What I am speaking of here is derived from my own experience." If Jung was an introverted thinking type, this would help explain his earlier identification of introversion and thinking and extraversion and feeling, and it would also help explain why it would be extremely difficult for Jung to express this process of individuation except in a veiled manner, for Jung was really exposing his greatest discovery, the process of individuation, and along with it his emergent extraverted feeling and all the sensitivity that must have existed with this function. In Chapter V he is again describing the interrelationship between conscious and unconscious that will ultimately lead to the self. And, again, he does so in highly involuted and difficult language, but the message is there, and it is rooted not in deductions made academically from literary works, but in his own experience of the process. If this does not come across clearly in the text, it is certainly clear in Chapter X, and Jung tries to make it explicit at the very beginning in the "Forward to the First Swiss Edition":

"This book is the fruit of nearly twenty years' work in the domain of practical psychology. It grew gradually in my thoughts, taking shape from the countless impressions and experiences of a psychiatrist in the treatment of nervous illnesses, from the intercourse with men and women of all social levels, from my personal dealings with friend and foe alike, and finally from a critique of my own psychological peculiarity." (1921, p. xi)

This personal psychological peculiarity is in part Jung's own type, and the emergence of his extraverted feeling. This is why the intellectual thinking ramparts of the book tower so high, as if to protect the delicacy of this new birth, which is not only the inferior function with all its sensitiveness, but the inferior function as the gateway to individuation and the self. Under these conditions Jung must have certainly wished for a warm reception for this newborn child being presented to the public for the first time in his Psychological Types. What he got instead was summed up by Spittler's reaction, whose Prometheus and Epimetheus; featured largely in what Jung felt to be a critical chapter, "The Type Problem in Poetry". Jung writes in Memories, Dreams, Reflections:

"I was presumptuous enough to send a copy of my book to Spittler. He did not answer me, but shortly afterward delivered a lecture in which he declared positively that this Prometheus and Epimetheus 'meant' nothing, that he might just as well have sung 'Spring is come, tra-la-la-la."' (p. 207)

It would not be surprising if Spittler, himself, was a fourth-function feeler, and just as Jung had honed in on Schiller because there was a certain coincidence of typological perspective, he might have penetrated into the psychological background of Spittler's work for the same reason, but in doing so set of f a reaction from Spittler's unconscious.

In the medical world Jung felt unjustly accused of having invented psychological types as a kind of intellectual parlor game, and then using it to stick superficial labels on people. This continued to bother him for a long time. Fourteen years later he says:

"... it is not the case at all that I begin by classifying my patients into types and then give them the corresponding advice as a colleague of mine whom God has endowed with a peculiar wit once asserted." (Letters, v. I, p. 186)

When he sees his own journey to individuation trivialized by such an accusation and the whole inner meaning of types destroyed, he seems to say, "Let these people go crack their heads on Chapters Il and V. That, if it won't cure them, might at least silence them."

There were exceptions to the indifferent or hostile reception of Jung's book. C.A. Meier says:

"When I read the book on types in 1922, it simply hit me between the eyes. It had such an impact that I could not help telling Jung immediately. He could hardly understand my reaction, for so far all the reviews of the book had been more than cool and totally lacking a deeper understanding. When he asked me what it was that had moved me so deeply, I said I thought that he had given nothing less than the clearest pattern for simply all the dynamics of the human soul. Then he said that this was exactly what he had intended to do, but so far nobody seemed to have noticed." (P. 278-9)

All this helps make it clear why Jung did not spend a great deal of energy developing the typological aspects of his thought further. He at once was pursuing typology by exploring individuation, and at the same time he was deterred from explicitly developing typology because it was so prone to misinterpretation, and the initial lesson, Psychological Types itself, had not been adequately fathomed.

In 1937, writing in the "Forward to the Seventh Swiss Edition", he says: "In particular the somewhat terse descriptions of the types could have been expanded." But among his reasons for not doing so he states, "...there is little practical purpose in making the problems of typology still more complicated when not even the elements have been properly understood." Elements in this context should not be understood in terms of the basic descriptions of introversion and extraversion and the four functions, but how these elements combine in a dynamic view of the psyche, which is no different from the process of individuation itself. Jung goes on and vents some of his irritation at the superficial criticisms leveled at his work, which failed to see how typology has not been imposed on empirical material, but has emerged out of it:

"What I have to say in this book, therefore, has, sentence by sentence, been tested a hundredfold in the practical treatment of the sick and originated with them in the first place." And he scolds his critics for a lack of experience which is at the root of their failure to understand what he was saying.

It is possible to imagine that this mixed reception together with the difficulty that exists in grasping the dynamic nature of typology made Jung, himself, give up on his own typology. That this is untrue can be demonstrated by a brief examination of his writings. Jung wrote three subsequent essays on psychological types in the years 1923, 1931 and 1936. And these essays are not at all apologetic or merely derivative. In them Jung considers the matter of typology, finds it as valuable as ever, but open to misunderstanding. For example, in his 1931 essay, delivered first at a congress of Swiss psychiatrists in Zurich in 1928, he remarks on the many years in which he had treated innumerable married couples trying to explain their typical differences to them, and he goes on to recount how he was led to go beyond his initial formulations of introversion and extraversion. Certainly this is not a setting that Jung would have chosen to talk about psychological types if he had become hesitant and doubtful about them. He writes: "...scarcely had I published the first formulation of my criteria when I discovered to my dismay that somehow or other I had been taken in by them. Something was amiss. I had tried to explain too much in too simple a way, as often happens in the first joy of discovery.

"What struck me now was the undeniable fact while people may be classed as introverts or extraverts, this does not account for the tremendous differences between individuals in either class. So great, indeed, are these differences that I was forced to doubt whether I had observed correctly in the first place. It took nearly ten years of observation and comparison to clear up this doubt." (p. 535)

Types appear in his Psychology of the Transference (1946), and elsewhere throughout his writings. Even in 1957, towards the end of his life, we have a good example of his attitude about psychological types in his conversations with Richard Evans recorded in the Houston films. Jung discussed typology at length and, indeed, this is one of the principle topics of these filmed interviews. For example, he amplified how he differentiated the various functions: "...it took me quite a long time to discover that there is another type than the thinking type ... There are, for instance, feeling types. And after a while I discovered that there are intuitive types. They gave me much trouble. It took me over a year to become a bit clearer about the existence of intuitive types. And the last, and the most unexpected, was the sensation type. And only later I saw that these are naturally the four aspects of conscious orientation." (p. 341) In short, Jung could honestly say about psychological types: "but one thing I must confess: I would not for anything dispense with this compass on my psychological voyages of discovery." V. 6, p. 541)

Psychological Types, despite its initial reception, went on to become one of Jung's most popular books, especially in its English version. It was eventually translated into Dutch, French, Greek, Italian, Japanese, Portuguese, Russian, Spanish and Swedish. Something was getting through, and perhaps it was the flavor of the experiences that Jung had built his types upon, which gave promise to the reader that he would actually be able to make sense of his own life.

Private_BE

Legacy Member
English
The Free Encyclopedia
1 890 000+ articlesDeutsch
Die freie Enzyklopädie
612 000+ ArtikelFrançais
L’encyclopédie libre
528 000+ articlesPolski
Wolna encyklopedia
404 000+ haseł日本語
フリー百科事典
392 000+ 記事Italiano
L’enciclopedia libera
323 000+ vociNederlands
De vrije encyclopedie
318 000+ artikelenPortuguês
A enciclopédia livre
273 000+ artigosEspañol
La enciclopedia libre
256 000+ artículosSvenska
Den fria encyklopedin
240 000+ artiklarSearch • Suche • Rechercher • Szukaj • 検索 • Ricerca • Zoeken
Busca • Buscar • Sök • Поиск • 搜索 • Haku • Søk
Deutsch English Español Français Italiano Nederlands 日本語 Norsk (bokmål) Polski Português Русский Suomi Svenska 中文
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan