boogje
Legacy Member
The Set-Up (Robert Wise, 1949)
Een film noir van Robert-West Side Story-Wise. Om één of andere reden staat deze prent vermeld in heel wat lijstjes van de beste film noirs, alsook in het boek Film Noir van de uitgeverij Taschen, maar echt memorabel is deze noir naar mijn inziens ook weer niet. 85% van de film speelt zich af in de boksring, en hoewel het gevecht tussen het hoofdpersonage en zijn rivaal wel spannend is en goed in beeld wordt gebracht, is dat niet genoeg om de kijker geboeid te houden.
The Set-Up wordt te weinig opgebouwd, 'aangekleed' als het ware om ons emotioneel te betrekken bij het hele gevecht. Wanneer zowat de gehele film echter bestaat uit het in letterlijk weergeven van dat gevecht, blijf je een beetje op je honger zitten. Een nuancering is wel op zijn plaats: ik verveelde me zeker niet tijdens The Set-Up, het verhaal is gewoonweg te mager voor het materiaal dat het wil brengen, het hoofdpersonage (gespeeld door Robert Ryan (The Dirty Dozen)) is nog net dat ietsje te veel van wat we een flat character noemen.
Het einde beviel me wel, en de cinematografie blijft overeind ondanks dat brakke verhaal.
6/10
Le petit soldat (Jean-Luc Godard, 1963)
Deze Godard was evenzeer geen spek voor mijn bek. Pierrot le fou, A bout de souffle, Bande a part en Le mépris vond ik geweldig, maar Godard flirt hier te veel met wat mogelijk is in een doodeenvoudig narratief. Het plot is heel straight-forward en simpel, maar doordat Godard op het randje van anarchistisch alles zo chaotisch in beeld brengt en ordent, van hier naar daar zwiert en voor je het weet terug naar een totaal andere scène manoeuvreert, is Le petit soldat wat over the top in zijn stijl en dat doet afbreuk aan de gehele ervaring. Ja, ik heb zeker genoten van de beelden en de scènes zijn afzonderlijk (!) enorm genietbaar vanwege de leuke cuts en al dat ander Nouvelle-Vague lekkers, maar als we met die verschillende kaarten een kaartenhuisje willen bouwen zakt de film in elkaar: de film als geheel staat er gewoonweg niet.
De dialogen zijn vergelijkbaar met andere Godard-films (willekeurig wat kletsen over politiek, het leven etc.), maar in Le petit soldat gaat Godard te ver- net zoals hij stilistisch te ver gaat- en dat resulteert in een vage film met véél te zware dialogen. Ik mis dat ludieke dat ik zag in al die andere Godard-films. Voor zo'n simpel (maar genietbaar) plot pakt hij met alles veel te veel uit en hij staat op de rand om gewoon een film af te leveren waar 2 personages met elkaar de politiek of het leven bespreken, maar dan op een hyperkinetische wijze gefilmd.
De personages lijken uitgediept te worden in het begin van de film, maar niet veel later vervalt Godard in dat zwaarwichtig 'gezeik' en is er geen plaats meer om bepaalde thema's uit te diepen aan de hand van de acties van de personages: alles wordt naar de kijker gegooid in de vorm van een dialoog.
Als je goed oplet merk je her en der nog een plotontwikkeling op, en dan blijkt dat Le petit soldat toch kan boeien. Godard herpakt zich later duidelijk in Le Mepris: veel subtieler, minder groots, chaotisch en veel meer plaats voor ontwikkeling van de personages.
5,5/10
Brute Force (Jules Dassin, 1947)
Combineer The Shawshank Redemption met de veel minder indrukwekkende en goede film The Last Castle, en je bekomt het plot van Brute Force. Om met de deur in huis te vallen: Brute Force is echt een uitstekende film.
Aan de oppervlakte is Brute Force een film over hoe een groepje celgenoten (waaronder de indrukwekkende Burt Lancaster, die barst van het talent (Sweet Smell Of Succes)) het plan opzetten om te ontsnappen uit de gevangenis. Doorheen de film maken we kennis met alle personages via flashbacks: welke penibele situatie hen naar de cel bracht en zo onthult Dassin telkens een zwakke plek van de personages, en dat trekt de kijker mee in het verhaal. Het boeit, het emotioneert en daarom slaagt de film al in zijn eerste opzet: een boeiend, meeslepend avonturenverhaal van een bende die willen ontsnappen uit de hel.
Maar nog interessanter is hoe Dassin de analogie maakt tussen de gevangenis en een concentratiekamp, en het is op dat vlak dat Brute Force zich manifesteert als meer dan een gewone gevangenis-flick. De hoofdopzichter van de gevangenis is een ware sadist, die er haast sociaal-Darwinistische ideeën op nahoudt. Hij kickt op macht, het lijden van medemensen en drijft zelfs één van de personages in de film tot zelfmoord. Hume Cronyn speelt op een magistrale wijze 'captain Munsey' en in elke scène waar hij in speelt steelt hij de show zonder enige moeite. Er is zelfs één martelscène in Brute Force dat heel goed in beeld wordt gebracht en het personage captain Munsey is ongetwijfeld één van de meest memorabele villains die ik ooit heb mogen aanschouwen.
Munsey is de kampopzichter van een concentratiekamp, zeg maar, en komt met zijn ruwe methoden (zie de titel: Brute Force) in conflict met de directeur van de gevangenis, die op zijn beurt in conflict komt te staan met een nog hoger geplaatste omdat de gevangenen zich misdragen.
De finale van Brute Force is spectaculair en zal nog lang nazinderen. Een aanrader!
8/10
Op naar de volgende film van Dassin: Thieves' Highway.
Thieves' Highway (Jules Dassin, 1949)
Deze prent had het potentieel om in mijn top 10 (ja, ik weet het, die is nog niet af.
) terecht te komen, maar zonder de toestemming van Dassin werd het gitzwart einde vervangen door een vreselijk ongeloofwaardig corny happy-end en dat doet echt afbreuk aan het geheel, in die mate dat ik Thieves' Highway niet meer zo kan appreciëren na het zien van dat misbaksel van een einde. De regisseur in kwestie was naar verluidt ook behoorlijk pissig met het einde, en ik kan het me goed voorstellen.
Thieves' Highway gaat over een zoon die na een lange reis bij zijn thuiskomst ontdekt dat zijn vader volledig kreupel is. Hij is (of beter: was) een vrachtwagenchauffeur en wachtte al enige tijd op een afbetaling voor zijn lading afgeleverde appels van een louche zakenman. In plaats van een mooie afbetaling werd de vader van het hoofdpersonage volledig dronken gevoerd door de koper en vervolgens in zijn vrachtwagen gezet, met als gevolg een ernstig accident en twee benen die werden geamputeerd. De zoon is uit op wraak en met al het geld dat hij heeft verdient zet hij met een oude, sympathieke en charismatische, man een plannetje op om met een lading appels naar het verre San Francisco te rijden om de klootzak in levende lijven te ontmoeten. Alles gaat echter mis, en daarom verdient Thieves' Highway om het label 'film noir' met zich mee te krijgen. Het is een enorm meeslepend, emotioneel, geweldig in beeld gebracht en goed gefilmd verhaal over het verschil tussen goed en kwaad en waarom het slechte lijkt te overwinnen. Er gebeuren zaken in Thieves' Highway die je niet voor mogelijk houdt in een film van 1949, maar zowat alles wordt verpest door dat melige einde dat helemaal niet past in de sfeer van het overige anderhalf uur.
Zonder het einde: 9/10, met het einde: 7.5/10
Hiroshima mon amour (Alain Resnais, 1959)
Dit is een moeilijke film om te beoordelen. Hiroshima mon amour is een soort van stream of consciousness (voor sommigen is 'een nogal vage film' een mooie vertaling van dat begrip) dat handelt over het menselijk geheugen: hoe we zaken willen vergeten en wissen uit ons geheugen, en hoe we tegelijkertijd ons vastklampen aan diezelfde (traumatische en ongewenste) herinneringen. De parallel wordt getrokken tussen het liefdesleven (hoe we een ex of een éénmalige romantische ontmoeting met een geliefde die we nooit meer terug zien willen vergeten én herinneren) en de kernramp/bom in Hiroshima (hoe Japanners moeite hebben met deze ramp te verwerken en willen vooruit gaan én hoe toeristen van Hiroshima een openlucht-museum en attractie maken).
Qua inhoud zit dat dus zeker snor en gecombineerd met een heel boeiende cinematografie zou dat garant kunnen staan voor een dikke 8 of zelfs 9 op 10. Maar...er zit een kink in de kabel.
Hiroshima Mon Amour is te koud en investeert te weinig om de kijker emotioneel te betrekken bij het hele gebeuren. Dit stoort mede omdat het hoofdpersonage soms hysterisch uit de hoek komt over haar trauma, maar het laat de kijker echt koud wat zij heeft meegemaakt in Frankrijk tijdens de oorlog. Het wordt verteld vanuit het perspectief van een nieuwslezer bijna, zo droog en 'feiten weergevend' is Hiroshima mon amour, en dan is het niet verwonderlijk dat na een tijdje de prent begint te vervelen.
Maar toch, telkens als ik die commentaar in me opneem komen de prachtige beelden en de goed geschreven dialogen weer naar boven, en dan apprecieer ik deze film van Resnais weer eens te meer. Hiroshima mon amour is een heel goede film, maar te droog en vooral afstandelijk tegenover de kijker.
Zeker een interessante film en ik raad iedereen aan om deze film een kans te geven en er een eigen opinie over te vormen.
7.5/10
Nog (proberen) te zien in augustus:
A Man From London (2007)
Angels With Dirty Faces (1938)
Braindead (1992)
Das Testament des Dr.Mabuse (1933)
Eraserhead (1977)
Following (1998)
Harakiri (1962)
La règle du jue (1939)
L'année dernière à Marienbad (1961)
Moonrise (1948)
Murder, My Sweet (1944)
Night And The City (1950)
Peeping Tom (1960)
Rosemary's Baby (1968)
Seconds (1966)
The Crooked Way (1949)
The Reckless Moment (1949)
This Gun For Hire (1942)
T-Men (1947)
Een film noir van Robert-West Side Story-Wise. Om één of andere reden staat deze prent vermeld in heel wat lijstjes van de beste film noirs, alsook in het boek Film Noir van de uitgeverij Taschen, maar echt memorabel is deze noir naar mijn inziens ook weer niet. 85% van de film speelt zich af in de boksring, en hoewel het gevecht tussen het hoofdpersonage en zijn rivaal wel spannend is en goed in beeld wordt gebracht, is dat niet genoeg om de kijker geboeid te houden.
The Set-Up wordt te weinig opgebouwd, 'aangekleed' als het ware om ons emotioneel te betrekken bij het hele gevecht. Wanneer zowat de gehele film echter bestaat uit het in letterlijk weergeven van dat gevecht, blijf je een beetje op je honger zitten. Een nuancering is wel op zijn plaats: ik verveelde me zeker niet tijdens The Set-Up, het verhaal is gewoonweg te mager voor het materiaal dat het wil brengen, het hoofdpersonage (gespeeld door Robert Ryan (The Dirty Dozen)) is nog net dat ietsje te veel van wat we een flat character noemen.
Het einde beviel me wel, en de cinematografie blijft overeind ondanks dat brakke verhaal.
6/10
Le petit soldat (Jean-Luc Godard, 1963)
Deze Godard was evenzeer geen spek voor mijn bek. Pierrot le fou, A bout de souffle, Bande a part en Le mépris vond ik geweldig, maar Godard flirt hier te veel met wat mogelijk is in een doodeenvoudig narratief. Het plot is heel straight-forward en simpel, maar doordat Godard op het randje van anarchistisch alles zo chaotisch in beeld brengt en ordent, van hier naar daar zwiert en voor je het weet terug naar een totaal andere scène manoeuvreert, is Le petit soldat wat over the top in zijn stijl en dat doet afbreuk aan de gehele ervaring. Ja, ik heb zeker genoten van de beelden en de scènes zijn afzonderlijk (!) enorm genietbaar vanwege de leuke cuts en al dat ander Nouvelle-Vague lekkers, maar als we met die verschillende kaarten een kaartenhuisje willen bouwen zakt de film in elkaar: de film als geheel staat er gewoonweg niet.
De dialogen zijn vergelijkbaar met andere Godard-films (willekeurig wat kletsen over politiek, het leven etc.), maar in Le petit soldat gaat Godard te ver- net zoals hij stilistisch te ver gaat- en dat resulteert in een vage film met véél te zware dialogen. Ik mis dat ludieke dat ik zag in al die andere Godard-films. Voor zo'n simpel (maar genietbaar) plot pakt hij met alles veel te veel uit en hij staat op de rand om gewoon een film af te leveren waar 2 personages met elkaar de politiek of het leven bespreken, maar dan op een hyperkinetische wijze gefilmd.
De personages lijken uitgediept te worden in het begin van de film, maar niet veel later vervalt Godard in dat zwaarwichtig 'gezeik' en is er geen plaats meer om bepaalde thema's uit te diepen aan de hand van de acties van de personages: alles wordt naar de kijker gegooid in de vorm van een dialoog.
Als je goed oplet merk je her en der nog een plotontwikkeling op, en dan blijkt dat Le petit soldat toch kan boeien. Godard herpakt zich later duidelijk in Le Mepris: veel subtieler, minder groots, chaotisch en veel meer plaats voor ontwikkeling van de personages.
5,5/10
Brute Force (Jules Dassin, 1947)
Combineer The Shawshank Redemption met de veel minder indrukwekkende en goede film The Last Castle, en je bekomt het plot van Brute Force. Om met de deur in huis te vallen: Brute Force is echt een uitstekende film.
Aan de oppervlakte is Brute Force een film over hoe een groepje celgenoten (waaronder de indrukwekkende Burt Lancaster, die barst van het talent (Sweet Smell Of Succes)) het plan opzetten om te ontsnappen uit de gevangenis. Doorheen de film maken we kennis met alle personages via flashbacks: welke penibele situatie hen naar de cel bracht en zo onthult Dassin telkens een zwakke plek van de personages, en dat trekt de kijker mee in het verhaal. Het boeit, het emotioneert en daarom slaagt de film al in zijn eerste opzet: een boeiend, meeslepend avonturenverhaal van een bende die willen ontsnappen uit de hel.
Maar nog interessanter is hoe Dassin de analogie maakt tussen de gevangenis en een concentratiekamp, en het is op dat vlak dat Brute Force zich manifesteert als meer dan een gewone gevangenis-flick. De hoofdopzichter van de gevangenis is een ware sadist, die er haast sociaal-Darwinistische ideeën op nahoudt. Hij kickt op macht, het lijden van medemensen en drijft zelfs één van de personages in de film tot zelfmoord. Hume Cronyn speelt op een magistrale wijze 'captain Munsey' en in elke scène waar hij in speelt steelt hij de show zonder enige moeite. Er is zelfs één martelscène in Brute Force dat heel goed in beeld wordt gebracht en het personage captain Munsey is ongetwijfeld één van de meest memorabele villains die ik ooit heb mogen aanschouwen.
Munsey is de kampopzichter van een concentratiekamp, zeg maar, en komt met zijn ruwe methoden (zie de titel: Brute Force) in conflict met de directeur van de gevangenis, die op zijn beurt in conflict komt te staan met een nog hoger geplaatste omdat de gevangenen zich misdragen.
De finale van Brute Force is spectaculair en zal nog lang nazinderen. Een aanrader!
8/10
Op naar de volgende film van Dassin: Thieves' Highway.
Thieves' Highway (Jules Dassin, 1949)
Deze prent had het potentieel om in mijn top 10 (ja, ik weet het, die is nog niet af.
) terecht te komen, maar zonder de toestemming van Dassin werd het gitzwart einde vervangen door een vreselijk ongeloofwaardig corny happy-end en dat doet echt afbreuk aan het geheel, in die mate dat ik Thieves' Highway niet meer zo kan appreciëren na het zien van dat misbaksel van een einde. De regisseur in kwestie was naar verluidt ook behoorlijk pissig met het einde, en ik kan het me goed voorstellen. Thieves' Highway gaat over een zoon die na een lange reis bij zijn thuiskomst ontdekt dat zijn vader volledig kreupel is. Hij is (of beter: was) een vrachtwagenchauffeur en wachtte al enige tijd op een afbetaling voor zijn lading afgeleverde appels van een louche zakenman. In plaats van een mooie afbetaling werd de vader van het hoofdpersonage volledig dronken gevoerd door de koper en vervolgens in zijn vrachtwagen gezet, met als gevolg een ernstig accident en twee benen die werden geamputeerd. De zoon is uit op wraak en met al het geld dat hij heeft verdient zet hij met een oude, sympathieke en charismatische, man een plannetje op om met een lading appels naar het verre San Francisco te rijden om de klootzak in levende lijven te ontmoeten. Alles gaat echter mis, en daarom verdient Thieves' Highway om het label 'film noir' met zich mee te krijgen. Het is een enorm meeslepend, emotioneel, geweldig in beeld gebracht en goed gefilmd verhaal over het verschil tussen goed en kwaad en waarom het slechte lijkt te overwinnen. Er gebeuren zaken in Thieves' Highway die je niet voor mogelijk houdt in een film van 1949, maar zowat alles wordt verpest door dat melige einde dat helemaal niet past in de sfeer van het overige anderhalf uur.
Zonder het einde: 9/10, met het einde: 7.5/10
Hiroshima mon amour (Alain Resnais, 1959)
Dit is een moeilijke film om te beoordelen. Hiroshima mon amour is een soort van stream of consciousness (voor sommigen is 'een nogal vage film' een mooie vertaling van dat begrip) dat handelt over het menselijk geheugen: hoe we zaken willen vergeten en wissen uit ons geheugen, en hoe we tegelijkertijd ons vastklampen aan diezelfde (traumatische en ongewenste) herinneringen. De parallel wordt getrokken tussen het liefdesleven (hoe we een ex of een éénmalige romantische ontmoeting met een geliefde die we nooit meer terug zien willen vergeten én herinneren) en de kernramp/bom in Hiroshima (hoe Japanners moeite hebben met deze ramp te verwerken en willen vooruit gaan én hoe toeristen van Hiroshima een openlucht-museum en attractie maken).
Qua inhoud zit dat dus zeker snor en gecombineerd met een heel boeiende cinematografie zou dat garant kunnen staan voor een dikke 8 of zelfs 9 op 10. Maar...er zit een kink in de kabel.
Hiroshima Mon Amour is te koud en investeert te weinig om de kijker emotioneel te betrekken bij het hele gebeuren. Dit stoort mede omdat het hoofdpersonage soms hysterisch uit de hoek komt over haar trauma, maar het laat de kijker echt koud wat zij heeft meegemaakt in Frankrijk tijdens de oorlog. Het wordt verteld vanuit het perspectief van een nieuwslezer bijna, zo droog en 'feiten weergevend' is Hiroshima mon amour, en dan is het niet verwonderlijk dat na een tijdje de prent begint te vervelen.
Maar toch, telkens als ik die commentaar in me opneem komen de prachtige beelden en de goed geschreven dialogen weer naar boven, en dan apprecieer ik deze film van Resnais weer eens te meer. Hiroshima mon amour is een heel goede film, maar te droog en vooral afstandelijk tegenover de kijker.
Zeker een interessante film en ik raad iedereen aan om deze film een kans te geven en er een eigen opinie over te vormen.
7.5/10
Nog (proberen) te zien in augustus:
A Man From London (2007)
Angels With Dirty Faces (1938)
Braindead (1992)
Das Testament des Dr.Mabuse (1933)
Eraserhead (1977)
Following (1998)
Harakiri (1962)
La règle du jue (1939)
L'année dernière à Marienbad (1961)
Moonrise (1948)
Murder, My Sweet (1944)
Night And The City (1950)
Peeping Tom (1960)
Rosemary's Baby (1968)
Seconds (1966)
The Crooked Way (1949)
The Reckless Moment (1949)
This Gun For Hire (1942)
T-Men (1947)
ad: