Zelden zo kunnen genieten van een preliminaire filmervaring. Aan het loket getuig ik met vaste stem: "Goedemiddag, I Am Legend!". Het vrij verrukkelijke meisje aan de overkant lacht, knikt instemmend en geeft mij een kaartje. Neen, alleen op de wereld wil je zeker niet zijn na dergelijke egostrelende dialogen. Will Smith moet helaas wel dat lot ondergaan in zijn nieuwste.
Robert Neville (Smith) is een wetenschapper, de laatste wetenschapper en meteen ook mens op aarde. Een virus, van menselijke hand, heeft negentig procent van de wereldbevolking gedecimeerd, de overigen (Darkseekers gedoopt) dolen rond in duistere percelen op zoek naar vers vlees in de stedelijke jungle. Neville zoekt 's nachts al duizend etmalen tevergeefs naar een wondermiddel om het virus een halt toe te roepen. Overdag verkent Robert, samen met zijn hond Samantha, het desolate New York City, probeert hij zichzelf in conditie te houden en, als het kan, zelfs een sappig savannebeestje neer te knallen. De 'darkseekers' heersen tussen zonsondergang en -opgang over de stad, klaar om Neville, en in die hoedanigheid de hele mensheid, te liquideren bij de minste onoplettendheid zijnerzijds.
Smith moet het dus in het gros van de film in zijn eentje klaren en slaagt daar feilloos in. Het was al gewaar te worden in zijn vorige films dat WIll aan maturiteit gewonnen heeft en in 'I Am Legend' bevestigt hij dat wederom. Natuurlijk drukt hij zijn typisch dialoogstigma nog door, maar het is niet meer de hoofdmoot van zijn prestaties. Er zijn talrijke mogelijkheden waar Smith een grappige oneliner had kunnen plaatsen die niet benut worden. Zijn emotionele fragmenten brandmerken de film en creëren een hoogst genietbare sfeer die de kijker integraal meesleept in de godvergeten situatie van Neville. Maar zelfs in zo'n toestand zijn er momenten waar een mens nog even van het Zwitserlevengevoel kan proeven. In dit geval is dat, voor zowel Neville als de kijker, zijn hond. Hoe vreemd het ook mag klinken, ze levert een glansprestatie. Teder in innige momenten, suspensescheppend in het negeren van oekazes, ... het komt allemaal ijzig realistisch over. Ze scheppen een meewarige band en liften de film een niveautje hoger.
Buiten de acteerprestaties is het vooral de uitgebalanceerde feel van de film die mij kon bekoren. Het is geheid geen pure actiefilm geworden. De actiesequenties die er wel in voorkomen, zijn evenwichtig verspreid over de gehele runtime. Zodra zulke momenten losbreken, zal je het ook geweten hebben; kosten noch moeite zijn gespaard om je uit je zetel te blazen. Hoewel de scenes met kunde en vernuft (zonlicht als barrière equals gutsende adrenaline!) in elkaar zijn geknutseld, zijn ze toch ondergeschikt aan de sfeerscheppende stukken. Deze lijken veel gelaagder en steken ietwat af tegen de simpliciteit van de zombieflitsen doorheen de film. Gelukkig wordt er karig mee omgesprongen (less is more, eindelijk! En niet enkel betreffende het bevolkingscijfer) zodat je telkens opnieuw wacht op een bloedstollende zombiecharge. Dit verlangen is te danken aan de ongekunsteldheid waarmee Lawrence de hele film neerpoot. Hij heeft de toegang tot een sjees aan CGI-technieken, maar deze worden slechts sporadisch opvallend gebruikt. Lawrence gaat uit van statische, dispositiecomponerende vertel- en camerastandpunten om daarna af te werken met virtuele en dynamische kunstjes (de zoektocht naar Sam is een perfect voorbeeld). En dat resulteert dus in emotionele stukken waar de actie als een zwaard van Damocles bovencirkelt en actieflarden die hun gevoel niet overboord gooien om vol voor explosies te gaan. Dat die mix altijd aanwezig is, valt te voelen tijdens zijn freaky mannequinsocializing. Wat een verademing tussen de huidige actieprenten.
Enige nadelen zijn misschien dat de CGI niet altijd vlekkeloos geïmplementeerd werd (vooral landschapsshots van het kale, vervreemdende NYC waarin Smith actief rondcrosst) en de finale, persoonlijke payoff. Enerzijds is deze laatste voorbij voordat je het beseft (goed opletten dus, je ziet het wel aankomen maar het wordt niet op die manier aangekondigd) en anderzijds wordt er dan te hard gerefereerd naar de ‘Ground Zero’-booschap die de prent met zich meezeult met een epiloog en bijbehorende slotzin.
I Am Legend is een sterke film geworden die, ondanks de Hollywoodkaskrakerstatus, resoluut kiest voor evenwicht tussen sfeer en actie. Smith blijkt de geknipte man om de soloshow charismatisch en toch humaan te concretiseren en samen met goede regisseursbeslissingen loopt de film niet uit op een sisser, maar op een smakelijke entertainmentproductie die, op zowel het visuele als het emotionele aspect, hoge punten scoort. Laat dit een lesje zijn voor de volgende detonatievehikels.