De ziekenhuiswereld én de overheid moeten het roer omgooien, of er gebeuren ongelukken. Daarvoor moeten enkele taboes sneuvelen.
‘Het gaat ons niet om het bewaken van een stapel stenen’, zei de Nederlandse minister van Medische Zorg Bruno Bruins deze maand, nadat twee ziekenhuizen over de kop waren gegaan. Een storm van protest barstte los, maar zijn punt was duidelijk: het ging hem om de zorg, niet om een groot gebouw.
In Vlaanderen zijn we niet zover. Een van de instellingen in Nederland had een negatief eigen vermogen, wat in Vlaanderen bij geen enkel ziekenhuis het geval is. Maar dat het ook bij ons zo niet langer verder kan, is duidelijk.
Voor het zesde jaar op rij bekijkt De Tijd de jaarrekeningen van de 51 algemene ziekenhuizen die Vlaanderen rijk is. Nog nooit waren de cijfers zo slecht. Er is bovendien niet meteen beterschap op komst.
Nog nooit waren de cijfers voor de Vlaamse ziekenhuizen zo slecht. En beterschap is niet meteen op komst.
Op de vraag hoe het nu verder moet, wijzen de instellingen en de minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) naar elkaar. Volgens de ziekenhuizen financiert de overheid hen niet correct, waarbij vooral de verpleging al jaren in het rood draait. Uit een steekproef van 20 Vlaamse ziekenhuizen blijkt dat ze op die zorgtaak samen 80 miljoen euro verlies leden.
Volgens minister De Block doen te veel instellingen in elkaars buurt hetzelfde, wat verspilling van belastinggeld is. Met het overheidsbudget van 8,5 miljard euro per jaar is niets verkeerd zegt ze, wél met de manier waarop het wordt versplinterd.
Wie heeft gelijk? Beiden. Het klopt dat de financiering scheef zit. Als je op een blanco blad een businessmodel voor een 21ste-eeuws ziekenhuis zou uitschrijven, zou je wellicht nooit op een model komen waarbij een instelling verlies draait op verpleging, maar dat compenseert omdat dokters veel verdienen door hoogtechnologische medische apparatuur te gebruiken en van dat inkomen een deel aan het ziekenhuis doorstorten. Je zou evenmin op een businessmodel uitkomen waarbij winst moet worden gemaakt op pillen om het tekort aan geld voor verplegers te vinden.
In datzelfde businessplan zou je evenmin het versplinterde landschap van vandaag zetten. Vlaanderen is niet groot. Een combinatie van thuiszorg en nabije klinieken met basiszorg is logischer, aangevuld met gespecialiseerde ziekenhuizen in grotere steden en universitaire ziekenhuizen voor onderzoek. Het taboe is al deels gesneuveld, maar nog niet helemaal.
In die zin beleven we het verhaal van twee hervormingen die onaf zijn. In de ziekenhuizen zelf is nog niet iedereen klaar om de bakstenen op te geven, of een punt te zetten achter doorgaans een lange lokale geschiedenis door het ziekenhuis te laten opgaan in grotere gehelen. Maar ook de overheid is nog niet klaar met haar tweede deel van de hervorming: meer geld voor verpleging. Als dat binnen hetzelfde budget moet, betekent het wellicht dat sommige dokters minder krijgen. En dat is een ander taboe.
Als de almaar slechtere cijfers iets leren, dan is het dat die taboes moeten sneuvelen, zodat er plaats komt voor een echte hervorming. Zodat we Nederlandse toestanden kunnen vermijden.