China kan je amper of niet vergelijken met België op het vlak van economie en institutionele spelers. China zit in een groeiende economie, komt uit een planeconomie met veel politieke inmenging en speelt de staat een belangrijke rol als regulator. België daarentegen zit in een krimpende economie met vrije marktwerking met beperkte politieke inmenging.
China maakt nu een geconcentreerde industriële inhaalbeweging omdat het veel free rider en spillover voordelen heeft bij de state owned companies. Wanneer een bedrijf de Chinese markt wil betreden is dat in veel gevallen in een partnerschap met een lokale, Chinese speler die gedeeltelijk of helemaal in het bezit is van de staat. Bedrijven zien het enorme potentieel van de Chinese markt en zijn dan geneigd om zo'n partnerschap aan te gaan, ook al zijn daar veel nadelen aan verboden.
Chinezen zijn berucht voor het imiteren: van producten tot bedrijfsroutines en nog veel meer. Combineer dat met bedrijven die veel know-how moeten delen met hun Chinese partners (die daar niks voor moeten doen) en zo zie je China in sneltempo groeien qua technologische en marktontwikkeling.
Door het communistische verleden zijn bedrijven in China (en bijvoorbeeld Rusland, maar ook Braziliê) efficiënt in het inzetten van resources op grootschalige basis, beter dan bijvoorbeeld landen met een kapitalistisch systeem. Op die manier maken China en Rusland een grote industriële groei tot ze min of meer op het gelijke niveau staan als de westerse landen. Het systeem van state owned companies is echter veel minder geschikt om te innoveren. Zo'n systeem is dus goed voor tweede wereldlanden om te groeien, maar is een nadeel wanneer je het wil gebruiken voor eerste wereldlanden.
Bovendien heeft het Chinees systeem eerder een politieke dan een economische voedingsbodem, dus is het maar de vraag of je zo'n systeem wil toepassen in het westen, ook al biedt het een oplossing voor continuiteits- een principal/agent problemen.