Time
Legacy Member
Ik ben momenteel de Mieren-trilogie aan het lezen en daarin wordt regelmatig uit een fictieve encyclopedie geciteerd. Ik twijfel echter of hetgeen dat geciteerd wordt al dan niet fictief is. Is er iemand die deze herkent?
De 2de en 3de komen me nog geloofwaardig over, maar die 1ste...
En deze komt al helemaal als zever over:
Soit, sowieso wel zalige stukjes om te lezen.
DENKEN: Het menselijk denken is tot alles in staat.
In de jaren vijftig komt een Engels containerschip, dat flessen madeirawijn uit Portugal vervoert, zijn lading lossen in een Schotse haven. Een matroos gaat de koelruimte binnen om te controleren of alles goed is afgeleverd. Niet wetend dat hij daar is, doet een andere matroos de deur aan de buitenkant op slot. Uit alle macht slaat de gevangene op de wanden, maar niemand die hem hoort, en het schip gaat terug naar Portugal.
De man ontdekt voldoende eten, maar hij weet dat hij het in deze koelruimte niet lang zal kunnen volhouden. toch vindt hij de energie om een stukje metaal te pakken en op de wanden, uur na uur, dag na dag, het relaas van zijn lijdensweg te krassen. Met wetenschappelijke nauwkeurigheid vertelt hij hoe de snijdend koude lucht tot een onverdraaglijke brandende pijn wordt. Hoe stukje bij beetje zijn hele lichaam tot een blok ijs verstijft.
Als de boot in Lissabon voor anker gaat, ontdekt de kapitein die de container opent de dode matroos. Op de wanden leest hij het minitieuze verslag van zijn afschuwelijke lijden.
Toch is dat niet het meest verbluffende. De kapitein vestigt de aandacht op de temperatuur binnen in de container. De thermometer wijst 19°C aan. Omdat er geen goederen meer in lagen, was het koelsysteem tijdens de terugreis niet ingeschakeld. De man was alleen gestorven omdat hij dacht dat hij het koud had. enkel en alleen zijn eigen verbeelding had hem de das omgedaan.
KRACHTSVERHOUDING: Men heeft een experiment op ratten gedaan. Om te onderzoeken hoe goed ze konden zwemmen, heeft een onderzoeker van het laboratorium voor diergedrag aan de universiteit van Nancy, Didier Desor, er zes in een kooi bij elkaar gezet. De enige uitgang daarvan kwam uit op een zwembad dat ze moesten oversteken om bij een etensbakje te komen. Al snel werd vastgesteld dat de zes ratten hun voedsel niet gezamenlijk zwemmend gingen halen. Er ontstond de volgende rolverdeling: twee zwemmers die worden uitgebuit, twee uitbuitende niet-zwemmers, een onafhankelijke zwemmer en een getreiterde niet-zwemmer.
De twee uitgebuite ratten gingen het voedsel onder water zwemmend halen. Als ze bij de kooi terugkwamen, werden ze net zo lang door de uitbuiters geslagen ten met de kop onder water geduwd tot ze hun buit loslieten. Pas nadat ze de twee uitbuiters van voedsel hadden voorzien, mochten de beide onderworpen ratten hun eigen hapje nuttigen. De uitbuiters zwommen nooit, ze beperkten zich ertoe de zwemmers te slaan om aan eten te komen. De onafhankelijke rat was een zwemmer die gespierd genoeg was om niet voor de uitbuiters te zwichten. De getreiterde, ten slotte, kon niet zwemmen en was evenmin in staat de zwemmers schrik aan te jagen, dus zocht hij de kruimeltjes die tijdens de gevechten op de grond vielen. Dezelfde structuur - twee uitbuiters, twee uitgebuiten, een onafhankelijke en een getreiterde rat - werd eveneens waargenomen in de twintig kooien waarin het experiment werd herhaald.
Om dit hiërarchische mechanisme beter te doorgronden, werden er zes uitbuiters bij elkaar gezet. Ze vochten de hele nacht. 's Ochtend hadden er twee twee van hen corvee, eentje zwom alleen en een andere onderging alles gelaten. Men is op dezelfde wijze te werk gegaan met ratten die zich gedroegen als de uitgebuite, onderworpen types. De volgende morgen hingen twee ervan de pasja uit.
Maar de reden waarom dit experiment werkelijk tot nadenken stemt is, dat toen de schedels van de ratten werden gelicht om hun hersenen te bestuderen, men ontdekte dat degeneen met de meeste stress de uitbuiters waren. ze waren ongetwijfeld bang geweet dat de utigebuite ratten hen niet langer zouden gehoorzamen.
SYNCHRONICITEIT: Een wetenschappelijk experiment dat in 1901 in verscheidene landen tegelijk werd uitgevoerd, toonde aan dat muizen die aan een serie intelligentietests werden onderworpen, op een schaal tot 20 een 6 scoorden.
Bij herhaling in 1965, in dezelfde landen en met precies dezelfde proeven, haalden de muizen gemiddeld een 8.
Geografische gebieden hadden hier niet mee te maken. De Europese muizen waren niet meet of minder intelligent dan de Amerikaanse, Afrikaanse, Australische of Aziatische muizen. Op alle continenten hadden de muizen van 1965 een beter cijfer gekregen dan hun voorouders uit 1901. Overl op aarde hadden ze vooruitgang geboekt. Het was alsof er een wereldomvattende 'muizenintelligentie' bestond diein de loop der jaren groter was geworden.
Bij de menselijke soort heeft men vastgesteld dat sommige uitvindingen gelijktijdig in China, India en Europa zijn gedaan: vuur, buskruit en weven bij voorbeeld. Ook in onze tijd komt het nog voor dat men op hetzelfde moment op verschillende plekken op aarde en binnen een bepaalde periode uitvindingen doet.
Alles wijst erop dat sommige ideeën in de lucht hangen, buiten de atmosfeer, en dat degenen die het vermogen hebben ze te vatten, bijdragen an de verbetering an het globale kennisniveau van de soort.
De 2de en 3de komen me nog geloofwaardig over, maar die 1ste...

En deze komt al helemaal als zever over:
ZOEN: Soms wordt me gevraagd wat de mens van de mieren heeft overgenomen. Mijn antwoord: de zoen op de mond. Lange tijd heeft men geloofd dat de Romeinen al verscheidene eeuwen voor het begin van onze jaartelling de zoen op de mond hadden bedacht. In werkelijkheid hebben ze ermee volstaan insekten te observeren. ze hebben begrepen dat wanneer hun lippen elkaar raakten, de mieren een vrijgevige daad stelden waarmee ze hun samenleving consolideerden. De volle betekenis van het gebaar hebben ze nooit gevat, maar ze vonden dat ze deze aanraking moesten nadoen om de hechtheid van het mierennest te hervinden. Elkaar op de mond zoenen is een trofallaxie nabootsen. Maar bij de echte trofallaxie wordt er voedsel geschonken, terwijl er bij een menselijke zoen alleen speksel wordt gegeven dat geen enkele voeding bevat.
Soit, sowieso wel zalige stukjes om te lezen.


.
(Monty Python FTW