Bon,
Zelf historicus zijnde...
Om te beginnen: er wordt vooral verondersteld dat je zelfstandig werkt. Je zal dus niet van 's ochtends tot 's avonds in het auditorium zitten. Dat houdt het volgende in:
- Je krijgt een paar 'dunne' cursussen van +- 150p. tijdens de les (doorgaans een uur a 2u per week) wordt daar vrij cursorisch doorheen gefietst door de prof. In de les worden de accenten gelegd. Wat belangrijk is, en wat niet. De eigenlijke voorbereiding en de assimilatie van de stof moet je buiten de uren doen. Voor sommige lessen is voorbereiding wel degelijk belangrijk of je bent al snel het spoor bijster.
- Je krijgt een aantal papers. Op zijn makkelijkst moet je een of meerdere - vooraf opgelegde - werken lezen en daar dan een korte verhandeling van schrijven. Moeilijker wordt het wanneer je een onderwerp wordt opgelegd en dat dan zelf verder moet uitwerken. Dat betekent dus: zelf een status quaestionis opstellen, een bronnenapparaat samenstellen en dan in een uiteindelijke verhandeling een - wetenschappelijk gefundeerd - antwoord geven.
- Je moet zelf in de archieven duiken. Sommige taken zijn jaartaken. Daarvan wordt verwacht dat je ze op het einde van het jaar (april/mei) indient. In vakken zoals 'historische oefeningen' gaan die hand in hand met de lessen. Je moet dan informatie uit archiefmateriaal (parochieregisters, poortersboeken, bouwdossiers, notariaat, stadsrekeningen, procesbundels, etc.) halen en dat dan zelf verder verwerken. Volgens de methodes die je in de les worden aangeleerd.
- Groepswerken: soms kiest de prof ervoor om de voorbereiding van de lessen te stimuleren met groepswerkjes. Je wordt dan in groepen onderverdeeld en dan moet je elke week iets voorbereiden afhankelijk van waar er de week daarvoor werd geëindigd. Dat kan gaan van bv. het vertalen van een stuk latijnse kroniek tot het samenstellen van een beknopte biografie.
- De thesis: hoe het nu zit met de BaMa kan ik (nog) niet zeggen aangezien de masters nog niet 'echt' bestaan. (de licenties worden pas vanaf volgend jaar gaandeweg vervangen als ik het goed heb). Momenteel krijg je (toch in Gent) twee jaar om zelf een thesis te schrijven. Je moet dan de kennis en de ervaring uit de lessen en de werkjes vertalen in een eigen écht historisch onderzoek en bijhorend discours. Je kiest en onderwerp, formuleert een probleemstelling en probeert dan om daar een antwoord op te geven. Je zoekt zoveel mogelijk relevant bronnenmateriaal op. Zowel primaire als secundaire bronnen. Je probeert je zo diep mogelijk in te werken in de materie. Je kan natuurlijk zelf kiezen hoever je daarin gaat. In het extreme kan je ervoor kiezen om er zo maniakaal voor te gaan dat je zelfs je kot niet meer uitkomt. Maar ietsje minder mag ook al. Wil je een idee krijgen van thesissen van historici? Dan moet je op eThesis zijn:
http://ethesis.net/ . Onderschat dit echter niet. Velen schieten te laat in gang en komen tijd te kort. Het schrijven van een thesis is makkelijk, het inwerken en het opzoeken kost heel veel tijd!
- De examens: dit hangt een beetje af van prof tot prof. Bij sommigen volstaat papegaaienwerk. Bij anderen kan je je er zelfs door bluffen. Maar doorgaans moet het toch wel iets meer zijn. Er wordt verondersteld dat je inzicht hebt in de materie en dat je verbanden kan leggen. Dat je dus tussen de regels van je cursus kan lezen. Dat je bv. economische thema's met politiek kan gaan verbinden en daar dan concrete voorbeelden van kan geven. In het begin is dat enorm moeilijk, maar ook dat is iets wat je kan leren mits hard werk.
Zo, dat is zo'n beetje wat je er van kan verwachten. Of wat ik toch ervaart heb gedurende 4 jaar in Gent. Zoals El Shorty het zei: je kan je misschien heel makkelijk inschrijven, maar dat eerste jaar is de grote schifting. Weinigen halen de eindmeet. Het vraagt toch heel wat doorzettingsvermogen. Ook nadien, wanneer je je scriptie moet maken. De 'gemakkelijkste' richting zou ik het dus zeker niet zomaar durven noemen.
Wat zijn je beroepsmogelijkheden?
Met het diploma an sich ben je weinig of niets. Of je moet al heel veel geluk hebben dat je opgepikt wordt en in het zelfde vakgebied kan gaan werken. Bv. een doctoraalproefschrift maken. En zelfs met een doctorstitel blijft het knokken. De meesten studeren er dan ook nog eens een extra postgraduaat bij. Dat kan gaan van communicatiewetenschappen tot een lerarenopleiding. Ikzelf heb voor informatica gekozen. Ik ben een van de weinig historici die zich 'master in applied informatics' mag noemen (niet dat die titel zo heel erg inhoudt hoor

) Ik had zelfs zoveel geluk dat ik direct werk had: ik werk in een onderzoeksproject rond digitalisering van erfgoed.
Anderen hebben dan weer minder geluk: ik ken er die na een jaar nog altijd geen job hebben ondanks herhaaldelijk solliciteren. Velen komen zelfs terecht in sectoren die niets met geschiedenis te maken hebben. Wist je dat er veel historici in de banksector werkten? Of in het verzekeringwezen? Een ding hebben we allemaal gemeen: ons werk is doorgaans tijdelijk. Vaak moet je tevreden zijn met bv. een jaar, zes maanden of zelfs drie maanden werk. Veel geschiedenisleraars moeten het doen met interims van een paar werken tot een paar maanden. Naarmate je ervaring opbouwt verandert dat wel. Maar de eeste jaren zijn toch niet gemakkelijk qua werkzekerheid. Veel geluk en volharden in het solliciteren is de boodschap!
Dat is zo een beetje in het kort wat mijn visie op de opleiding betreft. Maar ik denk dat ik verre van compleet ben.
Ik denk dat je met verdere vragen hier terecht kan:
http://forum.vgkgent.be
Ik ben er trouwens zelf nog praesidumlid geweest in een grijs verleden!
