Titel
13 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit tot het verbieden van het <roken> in openbare plaatsen.
Bron : VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 22-12-2005
Inwerkingtreding : 01-01-2006
Dossiernummer : 2005-12-13/37
Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10
Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van onderhavig besluit, wordt verstaan onder :
1° <roken> : het <roken> van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten;
2° gesloten plaats : plaats door wanden afgesloten van de omgeving en voorzien van een plafond;
3° plaats toegankelijk voor het publiek : plaats waarvan de toegang niet beperkt is tot de gezinssfeer;
4° horeca-inrichting : elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar maaltijden en/of dranken voor consumptie al dan niet ter plaatse worden bereid en/of opgediend, en dit zelfs gratis. Worden gelijkgesteld met een horeca-inrichting : alle voor het publiek toegankelijke plaatsen of lokalen waar leden van een vereniging of van een groepering en hun genodigden en/of bezoekers bijeenkomen, en dit ongeacht de toegangsvoorwaarden, om maaltijden en/of dranken te gebruiken. De minister kan een uitzondering voorzien voor deze gelijkstelling voor strikt gelegenheidsgebonden evenementen;
5° dranken met ethylalcohol : de dranken zoals bedoeld in artikel 16 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken;
6° drankgelegenheid : plaats waar dranken met ethylalcohol voor onmiddellijke consumptie aan het publiek mogen worden aangeboden zonder samen te gaan met bereide maaltijden;
7° frietkraam : plaats waarvan de belangrijkste activiteit bestaat uit het bereiden en opdienen, voor onmiddellijke consumptie en in wegwerpbakjes, van maaltijden die uitsluitend in frietvet of olie zijn gebakken of opgewarmd. De plaats moet op dergelijke wijze uitgerust of ingericht zijn dat een maximaal aantal personen, door de Minister te bepalen, er tegelijkertijd kan verbruiken;
8° rookkamer : afgesloten ruimte waar mag <gerookt> worden;
9° Minister : de Minister die Volksgezondheid in zijn bevoegdheden heeft.
Art. 2. Het is verboden te <roken> in gesloten plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn.
Aan de ingang van elke plaats zoals bedoeld in het eerste lid, moeten rookverbodstekens worden aangebracht conform met het (de) model(len) vastgesteld of goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid zodat iedereen er kennis van kan nemen.
Art. 3. § 1. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 2, kan de uitbater van een drankgelegenheid, of het gaat om een fysiek persoon of een rechtspersoon, een zone die duidelijk afgebakend is, installeren, waar het toegestaan is te <roken> volgens de vormen en voorwaarden voorzien in volgende paragrafen.
§ 2. De mogelijkheid om een zone, die duidelijk afgebakend is, te installeren, waar het toegestaan is te <roken>, wordt toegekend :
- hetzij aan de uitbater van de instelling die op zijn erewoord bevestigt dat, voor deze instelling, het aandeel van aankopen van producten bestemd voor het maken en verkopen van maaltijden niet een derde van de totale aankoop van dranken en voedingsmiddelen overschrijdt;
- hetzij aan de uitbater van meer dan één instelling die op zijn erewoord bevestigt dat, voor deze instelling, het aandeel van maaltijden niet een derde van de totale verkopen van voedingsmiddelen overschrijdt;
- hetzij aan de uitbater van een instelling die op zijn erewoord bevestigt dat hij uitsluitend lichte maaltijden opdient, bepaald in artikel 2, § 2, 1°, van het koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden tot uitoefening van de beroepswerkzaamheid van restaurateur of van traiteur-banketaannemer in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen.
§ 3. Deze mogelijkheid bestaat ook voor elke persoon die een instelling opent of overneemt op basis van een raming :
- in het geval hij één instelling opent of overneemt, van het deel van de aankopen van producten bestemd voor het maken en verkopen van maaltijden in verhouding tot de totale aankopen van dranken en levensmiddelen;
- in het geval hij meerdere instellingen opent of overneemt, van het deel van de verkopen van maaltijden in verhouding tot de totale verkopen van levensmiddelen.
§ 4 De ruimte gereserveerd voor rokers moet aangeduid worden door allerhande middelen die het mogelijk maken ze te situeren.
Ze moet zodanig ingericht zijn dat de ongemakken van de <rook> ten opzichte van niet-rokers maximaal verminderd worden.
De oppervlakte ervan moet minder dan de helft van de totale oppervlakte van de plaats waarin maaltijden en/of dranken ter consumptie worden opgediend, behalve indien deze totale oppervlakte minder dan 50 vierkante meter bedraagt.
Een of meerdere tekens om te herinneren aan het rookverbod in de ruimtes gereserveerd voor niet-rokers moeten geplaatst worden op die manier dat iedereen er kennis van kan nemen.
§ 5. De Minister stelt vast de bijkomende voorwaarden waaraan drankgelegenheden moeten voldoen waarin <roken> toegelaten is. Deze voorwaarden hebben betrekking op :
- de installatie van een ventilatiesysteem dat een minimaal volume van luchtverversing verzekert;
- het aanbrengen van duidelijke tekens om aan te tonen dat het een instellingen betreft waar <gerookt> wordt.
§ 6. Niettegenstaande de bepalingen van § 1, kan niet genieten van een toelating om een zone die duidelijk afgebakend is te installeren, waar het toegestaan is te <roken> :
- de uitbater van een drankgelegenheid die gesitueerd is in een gesloten plaats toegankelijk voor het publiek als die instelling niet afgesloten is met wanden en een zoldering van die plaats;
- de uitbater van een drankgelegenheid gelegen in een sportruimte.
Art. 4. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 2, mag de uitbater van een frietkraam een zone die duidelijk afgebakend is installeren, waar het toegestaan is te <roken> volgens de voorwaarden voorzien in artikel 3, § 4.
Art. 5. § 1. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 2, mag in Horeca-inrichtingen waar <roken> verboden is krachtens onderhavig besluit, een rookkamer die beantwoordt aan de voorwaarden van § 2 van onderhavig artikel ingericht worden.
§ 2 De rookkamer moet duidelijk als lokaal voor rokers worden geïdentificeerd en enkel dranken mogen er worden aangeboden.
In de rookkamer moet een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem geïnstalleerd zijn.
De rookkamer moet zodanig ingericht zijn dat de ongemakken van de <rook> ten opzichte van niet-rokers maximaal verminderd worden en mag geen doorgangszone zijn.
De oppervlakte van de rookkamer mag niet meer bedragen dan een vierde van de totale oppervlakte van het lokaal waarin maaltijden en/of dranken ter consumptie opgediend worden.
De Minister bepaalt de bijkomende voorwaarden waaraan de rookkamer moet beantwoorden.
Art. 6. De uitbater en de klant, elkeen voor wat hem aangaat, van een Horeca instelling zoals bedoeld door de artikelen 2, 3, 4 en 5 is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van dit besluit in zijn inrichting.
Art. 7. Overtredingen van dit besluit worden opgespoord, vervolgd en gestraft overeenkomstig de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten.
Art. 8. Onverminderd artikel 9, het besluit van 15 mei 1990 tot het verbieden van het <roken> in bepaalde openbare plaatsen wordt opgeheven.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.
Bij wijze van overgangsmaatregel, mogen de Horeca instellingen voldoen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 mei 1990 en dit tot 1 januari 2007.
Art. 10. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 december 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
bron:
www.staatsblad.be