https://www.standaard.be/cnt/dmf202...8A427229FAAE2B996A3DD909C7C3FE2892204F55A7FFC
Leuk wonen in Brussel kan ook mét kinderen
Over wonen in Brussel bestaan veel clichés. Het zou niet gezellig zijn. Onbetaal*baar. En niets voor kinderen. Het woonproject Bruto**pia in Vorst rekent af met die vooroordelen.
Brussel‘Dat zicht’, wijst hij. ‘Heerlijk toch?’ We staan met Mark Van den Dries in zijn woonkamer, vijf hoog, en kijken uit over de wijk rond het Brusselse Zuidstation. Van den Dries woont in een penthouse van de niet-klassieke soort. Hij is een van de bewoners van Brutopia, een collectief woonproject in Vorst waar 29 gezinnen vijf jaar geleden hun intrek namen.
De plek herinterpreteert het idee van wat het betekent om in de grootstad te wonen. Voorbij de *typische tweedeling van het charmante herenhuis dat een fortuin slikt aan renovatiekosten, of het zoveelste appartement dat smaakt naar eenheidsworst. Brutopia is een warme biotoop van 29 gezellige appartementen met open gaanderijen, rond een binnentuin met veel groen, niveauverschillen, glijbanen en schommels. De tram stopt voor de deur, Brussel Zuid is vlakbij.
Wie kwalitatief wil wonen in de hoofdstad, moet geld hebben of creatief zijn. Daarom bundelde een groep mensen – de helft Franstalig, de helft Nederlandstalig – budget en krachten op zoek naar een betaalbare woning. Ze legden een heel traject af, onderzochten 28 sites, tot ze de eigenaar van *deze grond – waar vroeger de stallen van brouwerij Wiels stonden – bereid vonden te verkopen. Daar bouwden ze het eerste passieve *appartementsgebouw in Brussel. Van den Dries glimlacht. ‘Doordat het lucht- en geluidsdicht is, genieten we van de stad zonder lawaai. Ik hoor zelfs niet wanneer mijn onderbuur piano speelt.’
Solidariteit
Mark Van den Dries. Fred Debrock
De realisatie ging gepaard met een intensief proces van plannen en knopen doorhakken. Doordat de groep de regie zelf in handen hield, kon het budget onder controle gehouden worden. Voor de verdeling van de kosten werd een formule uitgedacht waarbij eerst het totale budget werd bepaald, en dan pro rata werd gekeken wat iedereen moest bijdragen, afhankelijk van de grootte en de ligging van hun unit. De prijzen varieerden tussen 105.000 euro voor de kleinste, tot 370.000 voor het penthouse – casco. Dat is een stuk onder de Brusselse marktprijs. ‘Om het voor iedereen betaalbaar te houden, waren we solidair binnen het project’, zegt Van den Dries. ‘Voor grote woningen betaal je in verhouding meer dan voor een kleine. De meerwaarde van die solidariteit is immaterieel: zo krijg je jonge mensen in je project. Anders zaten we hier alleen met ouderen.’
36 kinderen
Brutopia is een vorm van cohousing, al delen de bewoners niet zo veel. De tuin en binnenkort een dakterras, het wassalon met professionele machines, een polyvalente ruimte en een ondergrondse parking met voornamelijk deelauto’s en een ruime fietsenberging. Het samenleven dringt zich niet op. ‘Er zijn geen vaste momenten waarop we in groep dingen doen. Dat gebeurt spontaan: enkele mensen organiseren een etentje of een filmavond. Er zijn dagen waarop we samen klussen. Ook de open gaanderijen leiden tot contact. Het kan zijn dat je op weg naar je voordeur al twee keer geaperitiefd hebt. Maar je kunt hier perfect alleen zijn. Niemand loopt zomaar bij je binnen. We hoeven niet allemaal de beste vrienden te zijn. Maar als je een probleem hebt, kun je bij iedereen terecht. Die geborgenheid is ontzettend fijn.’
Brutopia rekent af met het cliché dat in Brussel wonen niets voor jonge gezinnen is. Het project begon met 4 kinderen, intussen zijn er 36. Voor hen is dit een stukje paradijs in de hoofdstad. De tuin, waar ze veilig kunnen spelen met vriendjes, bruist in het weekend en de vakanties van het leven. De grotere kinderen leren snel zelfstandig zijn. Van den Dries: ‘Ze nemen de tram naar hun hobby’s, ze doen hun ding in deze boeiende stad. Hun ouders zijn geen taxichauffeurs.’
Asielzoekers
‘We hoeven niet allemaal de beste vrienden te zijn. Maar als je een probleem hebt, kun je bij iedereen terecht’ Mark Van den Dries Bewoner Brutopia Vorst
Tegelijk loert het gevaar om de hoek dat dit een gouden kooi wordt in een eerder arme stadswijk. ‘Om dat te vermijden, stellen we ons open voor de buurt’, zegt Van den Dries. Hij wijst naar de deur van de polyvalente ruimte, waar we niet binnen kunnen omdat er asielzoekers overnachten. Langs de straatkant zitten drie *architectenbureaus en een schuldbemiddelingskantoor van het OCMW. De benedenverdieping van het andere gebouw is eigendom van een vzw die een sociaal dienstencentrum uitbaat voor ouderen en alleenstaanden. Wanneer we er binnenlopen, zijn ze net in de weer met het middageten. Het ruikt er naar appelmoes. ‘We hadden ook kunnen verhuren aan een supermarkt of een mooie winkel. Maar we willen geen winst halen uit dit gebouw, we verkiezen een project waar we ons goed bij voelen. Dat is de rode draad door heel dit verhaal: geen vastgoed*logica maar leefkwaliteit.’