Hiapoe
Legacy Member
Ik merk dat er nog geen bestaande thread is ivm energiepolitiek. Aangezien ik werk bij Electrabel, is dit uiteraard een beetje mijn domein. Ik volg het nieuws omtrent die zaken (niet alleen inzake Electrabel uiteraard) en denk dat er een draagvlak is om hieromtrent een thread op te starten.
In deze thread dus:
- Alles omtrent politieke beslissingen en discussies inzake energie in België en Europa.
- Je mening geven mag, maar onbeargumenteerde Electrabel-bashing is uiteraard niet op z'n plaats.
- Je mag het uiteraard ook over E.On, EDF, Luminus, Nuon,... hebben
Ik steek alvast van wal met een mededeling van Electrabel in reactie op de discussie die nu aan de gang is ivm de nucleaire winsten en de berekeningen van de CREG en NBB. Ik weet dat het een lap tekst is, maar wie een correcte mening wil vormen, moet beide kanten van het verhaal aandachtig willen begrijpen en zich dus informeren. Ik zou zeggen, enjoy the read!
-----------------------------------
NUCLEAIRE PRODUCTIE EN RESIDENTIËLE KLANT
De publicatie van het rapport van de Nationale Bank van België over de nucleaire winsten heeft de vraag doen ontstaan of de residentiële klanten al dan niet winst halen uit het nucleaire park.
De gebruikte methodologie om de waarde van een megawattuur (MWh), geproduceerd in een kerncentrale, te bepalen, is gebaseerd op de prijzen die de grote industriële klanten betalen. Zo lijkt het alsof de Nationale Bank uitgaat van de veronderstelling dat de totale productie van de kerncentrales exclusief wordt verkocht aan de industriële klanten en dat bijgevolg de residentiële klanten, waarvan vaak wordt gezegd dat zij de nucleaire centrales ‘betaald’ hebben, er geen enkel voordeel uit halen. De methodologie wordt door sommigen verkeerd voorgesteld met de bedoeling om ze in diskrediet te brengen.
Diegenen die tot deze conclusie komen verwarren, opzettelijk of niet, meerdere duidelijk verschillende vragen:
1. Is de productie van de kerncentrales bestemd voor een specifiek type klanten, of niet? Of anders gezegd, gebruikt Electrabel haar kerncentrales ook om de bevoorrading te verzekeren van haar residentiële klanten?
2. Is de prijs betaald door een residentiële klant een pertinente indicator voor de waardering van een nucleaire MWh?
3. Heeft de residentiële klant voordeel gehaald, en haalt hij nu nog voordeel, uit de Belgische kerncentrales?
1. Is de productie van de kerncentrales bestemd voor een specifiek type klanten, of niet? Of anders gezegd, gebruikt Electrabel haar kerncentrales ook om de bevoorrading te verzekeren van haar residentiële klanten?
In een rapport van 2006 zegt de CREG zelf dat de bevoorrading van de residentiële klanten exclusief verzekerd wordt door piekcapaciteit en dus niet door basislastcapaciteit zoals kerncentrales. Electrabel heeft deze stelling altijd betwist; er is geen enkele twijfel over het feit dat de kerncentrales bijdragen tot de bevoorrading van alle klanten van Electrabel. Over deze vraag werd in het lang en het breed gedebatteerd, meer bepaald in de parlementaire onderzoekscommissie. Hierover ondervraagd, heeft Sophie Dutordoir geantwoord dat de elektriciteit van nucleaire oorsprong niet enkel bestemd is voor industriële klanten. Van de 46 TWh nucleaire productie wordt slechts een dertigtal TWh verbruikt door de industriële klanten. De rest dient om andere types klanten te bevoorraden, zij het particulieren of KMO’s.
In de realiteit is het niet zozeer het type klant maar wel het verbruiksprofiel dat bepalend is. Kernenergie is, althans in België, in feite basislastcapaciteit die praktisch 24 uur op 24 en 365 dagen per jaar eenzelfde hoeveelheid energie produceert. Ze is niet (of bijna niet) aanpasbaar zodat ze dient om een vraag te dekken die niet fluctueert in de tijd. De industriële klanten waarvan de installaties het hele jaar door op een vrij stabiele manier veel elektriciteit verbruiken, hebben een verbruiksprofiel dat heel dicht aanleunt bij het productieprofiel van een kerncentrale. Het grootste deel van hun vraag kan dus gedekt worden door nucleaire eenheden die basislastcapaciteit bij uitstek zijn. Dit is helemaal niet het geval bij residentiële klanten van wie het verbruik, in functie van de seizoenen, sterk schommelt doorheen de dag. Dat neemt niet weg dat de residentiële klanten ook voor een deel van hun noden een stabiel verbruik hebben 24 uur op 24 en 365 dagen per jaar. Dit is het geval voor bijvoorbeeld koelkasten en meer in het algemeen alle toestellen die constant functioneren. Dit soort verbruik van de gezinnen wordt dus ook door basislastcapaciteit gedekt, zoals kerncentrales.
Iedereen, inclusief de CREG, is het eens dat de waarde van een nucleaire MWh niet berekend kan worden, maar enkel kan geschat worden. Als we de prijs nemen die een industriële klant betaalt om een nucleaire MWh te evalueren, is dit omdat zijn verbruik het meest representatief is voor de nucleaire productie. Dit betekent helemaal niet dat de nucleaire productie in België gereserveerd is voor, en enkel in het voordeel is van de industriële klanten – en dit ten koste van de residentiële klanten.
2. Is de prijs betaald door een residentiële klant een pertinente indicator voor de waardering van een nucleaire MWh?
Het antwoord op deze vraag is essentieel, het is immers voor 99% de oorzaak van de foute methodologie die de CREG ertoe brengt om de nucleaire winsten te overschatten, op een manier die ze totaal onverenigbaar maken met de operationele resultaten van Electrabel.
De prijs die betaald wordt door een residentiële klant kan op geen enkele wijze gebruikt worden als basis voor een evaluatie van een nucleaire MWh. Deze prijs dekt immers in feite een zeer complete en complexe service. De prijs is samengesteld uit de volgende elementen:
a. Een basislevering van elektriciteit die niet fluctueert in de tijd, zoals hierboven uitgelegd. Het gaat hier om het deel van het verbruik van de residentiële klant, dat volledig stabiel is gedurende de dag en dat gedurende het hele jaar kan gedekt worden door basislasteenheden, zoals kerncentrales. Dit gebeurt tegen een kost die natuurlijk dezelfde is als deze voor de industriële klanten.
b. De bijkomende levering bovenop de basisbehoeften en vooral de zogenaamde dienst ‘profilering’ van de klant. Die bestaat uit de levering van de exacte hoeveelheid elektriciteit die de klant op elk ogenblik nodig heeft. Het gaat hier over een bijzonder complexe dienst waarbij de centrales werken in functie van de variaties in het verbruik van de klant, in real time en zonder beroep te kunnen doen op opslag. De kerncentrales dragen niet bij tot deze dienst. Deze service wordt verzekerd door een geheel van andere types van eenheden die meer kosten om in te zetten. Dit gedeelte in het verbruik is bij de niet-industriële klant veel belangrijker dan het basisverbruik.
c. De bevoorradingszekerheid. Electrabel beschikt over reserve-eenheden om geplande of niet-geplande onbeschikbaarheden op te vangen. De kost van deze reserve is aanzienlijk omdat het over installaties gaat die enkel een (klein) deel van de tijd worden gebruikt.
d. Een geheel van de zogenaamde commerciële diensten (contactcenter, kanalen zoals het internet of het netwerk van partners, onkosten voor facturatie en inning inclusief de onbetaalde rekeningen, kost van verschillende verkoopsdiensten…).
De prijs die door de klant wordt betaald, is in feite het resulaat van al deze elementen samen; ze geeft geen enkele indicatie van de waarde van een nucleaire MWh en ze kan daarom niet gebruikt worden als basis in deze oefening. Mutatis mutandis is het alsof je voor de berekening van de prijs van een ton staal zou vertrekken van de prijs van een koelkast of van een wagen en dat je die prijs zou delen door het gewicht van die koelkast of wagen. Het is duidelijk dat de staalprijs een rol speelt in de prijs van een koelkast of een wagen, maar het is evenzeer duidelijk dat de prijs van een koelkast of een wagen geen duidelijke indicatie geeft over de prijs van een ton staal. Anders gezegd, een residentiële klant koopt niet meer nucleaire MWh dan dat hij staal koopt per ton. Als de gehanteerde methodologie is gebaseerd op de prijs die door de industriële klanten wordt betaald, is het omdat deze wel “staal kopen per ton”, zij het in de vorm van nucleaire MWh. En zeker niet omdat zij alleen profiteren van het nucleair park.
Inderdaad, door de bedragen van 79 en 72 euro elk voor een derde te weerhouden bij de evaluatie van de nucleaire MWh, maakt de CREG op zijn minst twee fouten:
• Deze prijzen dekken een meer complexe dienst dan een nucleaire centrale kan leveren;
• Deze prijzen stemmen niet overeen met deze die Electrabel in 2007 heeft aangerekend (69 en 66 euro in plaats van 79 en 72 euro zoals weerhouden door de CREG).
3. Heeft de residentiële klant voordeel gehaald, en haalt hij nu nog voordeel, uit de Belgische kerncentrales?
Ja en dit minstens in drie opzichten.
a. Vooreerst heeft de volledige afschrijving van de kerncentrales een programma van prijsdalingen mogelijk gemaakt, dat verder ging dan de vermindering van de afschrijvingen. Zoals volksvertegenwoordiger Deleuze regelmatig herhaalt, zijn er belangrijke prijsdalingen geweest toen hij Staatsecretaris voor Energie was. Hij onderschat echter het bedrag: de Belgische prijzen zijn tussen 1996 en 2003 op jaarbasis gedaald met meer dan 850 miljoen euro (en geen 550). Daarvan kwam 700 miljoen euro ten laste van de productieactiviteit, of drie keer meer dan het bedrag dat de verminderde afschrijvingen van de kerncentrales rechtvaardigde (op jaarbasis maximaal 270 miljoen euro).
Het is duidelijk dat de residentiële klant volop geprofiteerd heeft van deze afschrijvingen. Hij heeft er vandaag trouwens nog baat van. Inderdaad, in tegenstelling tot wat we soms horen of lezen, heeft de liberalisering dit voordeel niet teruggenomen van de residentiële klant. De prijsstructuur die momenteel in België geldt, is nog altijd deze die in voege was tijdens de gereguleerde periode. Bovendien integreert hij nog altijd de verschillende prijsdalingen waarvan hierboven sprake. De prijzen werden gewoon geïndexeerd om de evolutie van de brandstofkost en van de loonindexatie te volgen. Ze werden nooit verhoogd om het voordeel van de afschrijvingen van de nucleaire centrales ‘terug te nemen’ of te ‘confisqueren’.
b. Vervolgens beïnvloedt het gedeelte van het verbruik dat gedekt wordt door basislastcapaciteit, de residentiële prijs per MWh duidelijk naar beneden toe, zoals hiervoor besproken (kleine a onder punt 2). Dit gedeelte wordt geleverd aan dezelfde prijs als aan de industriële verbruiker.
c. Tenslotte speelt kernenergie een belangrijke rol als schokdemper bij prijsverhogingen van petroleum, aardgas of steenkool, en dit door de plaats die het inneemt in het indexeringsmechanisme. Dat valt te merken wanneer een kerncentrale wordt stilgelegd voor onderhoud of voor een interventie. Op dat moment wordt de kerncentrale vervangen door aardgascentrales die duurder zijn. Gevolg: de indexatiefactor stijgt. Het tegengestelde effect (een daling) doet zich voor wanneer de kerncentrale terug in dienst wordt genomen.
Conclusie
Om een nucleaire MWh te evalueren, heeft de methodologie enkel de prijs weerhouden die een industriële klant betaalt omdat dit de enige pertinente prijs is om een getrouw beeld te geven van de waarde van die MWh. “Om de waarde van een ton staal te bepalen, moet worden gekeken naar de prijs die werd betaald door de koper van een ton staal, niet naar de prijs van een wagen.”
Dit betekent dat een niet-industriële klant ook gedeeltelijk wordt bevoorraad met kernenergie. Voor dit gedeelte is zijn prijs gelijk aan de prijs die wordt betaald door de industriële klant, zodat er geen discriminatie is.
De progressieve vermindering van de afschrijvingen heeft het mogelijk gemaakt om belangrijke prijsreductieprogramma’s in te voeren tussen 1996 en 2003. De prijsdalingen waren veel hoger dan de winst die Electrabel er had kunnen uithalen. De residentiële klant haalt vandaag nog altijd voordeel uit die prijsdalingen.
In deze thread dus:
- Alles omtrent politieke beslissingen en discussies inzake energie in België en Europa.
- Je mening geven mag, maar onbeargumenteerde Electrabel-bashing is uiteraard niet op z'n plaats.
- Je mag het uiteraard ook over E.On, EDF, Luminus, Nuon,... hebben

Ik steek alvast van wal met een mededeling van Electrabel in reactie op de discussie die nu aan de gang is ivm de nucleaire winsten en de berekeningen van de CREG en NBB. Ik weet dat het een lap tekst is, maar wie een correcte mening wil vormen, moet beide kanten van het verhaal aandachtig willen begrijpen en zich dus informeren. Ik zou zeggen, enjoy the read!

-----------------------------------
NUCLEAIRE PRODUCTIE EN RESIDENTIËLE KLANT
De publicatie van het rapport van de Nationale Bank van België over de nucleaire winsten heeft de vraag doen ontstaan of de residentiële klanten al dan niet winst halen uit het nucleaire park.
De gebruikte methodologie om de waarde van een megawattuur (MWh), geproduceerd in een kerncentrale, te bepalen, is gebaseerd op de prijzen die de grote industriële klanten betalen. Zo lijkt het alsof de Nationale Bank uitgaat van de veronderstelling dat de totale productie van de kerncentrales exclusief wordt verkocht aan de industriële klanten en dat bijgevolg de residentiële klanten, waarvan vaak wordt gezegd dat zij de nucleaire centrales ‘betaald’ hebben, er geen enkel voordeel uit halen. De methodologie wordt door sommigen verkeerd voorgesteld met de bedoeling om ze in diskrediet te brengen.
Diegenen die tot deze conclusie komen verwarren, opzettelijk of niet, meerdere duidelijk verschillende vragen:
1. Is de productie van de kerncentrales bestemd voor een specifiek type klanten, of niet? Of anders gezegd, gebruikt Electrabel haar kerncentrales ook om de bevoorrading te verzekeren van haar residentiële klanten?
2. Is de prijs betaald door een residentiële klant een pertinente indicator voor de waardering van een nucleaire MWh?
3. Heeft de residentiële klant voordeel gehaald, en haalt hij nu nog voordeel, uit de Belgische kerncentrales?
1. Is de productie van de kerncentrales bestemd voor een specifiek type klanten, of niet? Of anders gezegd, gebruikt Electrabel haar kerncentrales ook om de bevoorrading te verzekeren van haar residentiële klanten?
In een rapport van 2006 zegt de CREG zelf dat de bevoorrading van de residentiële klanten exclusief verzekerd wordt door piekcapaciteit en dus niet door basislastcapaciteit zoals kerncentrales. Electrabel heeft deze stelling altijd betwist; er is geen enkele twijfel over het feit dat de kerncentrales bijdragen tot de bevoorrading van alle klanten van Electrabel. Over deze vraag werd in het lang en het breed gedebatteerd, meer bepaald in de parlementaire onderzoekscommissie. Hierover ondervraagd, heeft Sophie Dutordoir geantwoord dat de elektriciteit van nucleaire oorsprong niet enkel bestemd is voor industriële klanten. Van de 46 TWh nucleaire productie wordt slechts een dertigtal TWh verbruikt door de industriële klanten. De rest dient om andere types klanten te bevoorraden, zij het particulieren of KMO’s.
In de realiteit is het niet zozeer het type klant maar wel het verbruiksprofiel dat bepalend is. Kernenergie is, althans in België, in feite basislastcapaciteit die praktisch 24 uur op 24 en 365 dagen per jaar eenzelfde hoeveelheid energie produceert. Ze is niet (of bijna niet) aanpasbaar zodat ze dient om een vraag te dekken die niet fluctueert in de tijd. De industriële klanten waarvan de installaties het hele jaar door op een vrij stabiele manier veel elektriciteit verbruiken, hebben een verbruiksprofiel dat heel dicht aanleunt bij het productieprofiel van een kerncentrale. Het grootste deel van hun vraag kan dus gedekt worden door nucleaire eenheden die basislastcapaciteit bij uitstek zijn. Dit is helemaal niet het geval bij residentiële klanten van wie het verbruik, in functie van de seizoenen, sterk schommelt doorheen de dag. Dat neemt niet weg dat de residentiële klanten ook voor een deel van hun noden een stabiel verbruik hebben 24 uur op 24 en 365 dagen per jaar. Dit is het geval voor bijvoorbeeld koelkasten en meer in het algemeen alle toestellen die constant functioneren. Dit soort verbruik van de gezinnen wordt dus ook door basislastcapaciteit gedekt, zoals kerncentrales.
Iedereen, inclusief de CREG, is het eens dat de waarde van een nucleaire MWh niet berekend kan worden, maar enkel kan geschat worden. Als we de prijs nemen die een industriële klant betaalt om een nucleaire MWh te evalueren, is dit omdat zijn verbruik het meest representatief is voor de nucleaire productie. Dit betekent helemaal niet dat de nucleaire productie in België gereserveerd is voor, en enkel in het voordeel is van de industriële klanten – en dit ten koste van de residentiële klanten.
2. Is de prijs betaald door een residentiële klant een pertinente indicator voor de waardering van een nucleaire MWh?
Het antwoord op deze vraag is essentieel, het is immers voor 99% de oorzaak van de foute methodologie die de CREG ertoe brengt om de nucleaire winsten te overschatten, op een manier die ze totaal onverenigbaar maken met de operationele resultaten van Electrabel.
De prijs die betaald wordt door een residentiële klant kan op geen enkele wijze gebruikt worden als basis voor een evaluatie van een nucleaire MWh. Deze prijs dekt immers in feite een zeer complete en complexe service. De prijs is samengesteld uit de volgende elementen:
a. Een basislevering van elektriciteit die niet fluctueert in de tijd, zoals hierboven uitgelegd. Het gaat hier om het deel van het verbruik van de residentiële klant, dat volledig stabiel is gedurende de dag en dat gedurende het hele jaar kan gedekt worden door basislasteenheden, zoals kerncentrales. Dit gebeurt tegen een kost die natuurlijk dezelfde is als deze voor de industriële klanten.
b. De bijkomende levering bovenop de basisbehoeften en vooral de zogenaamde dienst ‘profilering’ van de klant. Die bestaat uit de levering van de exacte hoeveelheid elektriciteit die de klant op elk ogenblik nodig heeft. Het gaat hier over een bijzonder complexe dienst waarbij de centrales werken in functie van de variaties in het verbruik van de klant, in real time en zonder beroep te kunnen doen op opslag. De kerncentrales dragen niet bij tot deze dienst. Deze service wordt verzekerd door een geheel van andere types van eenheden die meer kosten om in te zetten. Dit gedeelte in het verbruik is bij de niet-industriële klant veel belangrijker dan het basisverbruik.
c. De bevoorradingszekerheid. Electrabel beschikt over reserve-eenheden om geplande of niet-geplande onbeschikbaarheden op te vangen. De kost van deze reserve is aanzienlijk omdat het over installaties gaat die enkel een (klein) deel van de tijd worden gebruikt.
d. Een geheel van de zogenaamde commerciële diensten (contactcenter, kanalen zoals het internet of het netwerk van partners, onkosten voor facturatie en inning inclusief de onbetaalde rekeningen, kost van verschillende verkoopsdiensten…).
De prijs die door de klant wordt betaald, is in feite het resulaat van al deze elementen samen; ze geeft geen enkele indicatie van de waarde van een nucleaire MWh en ze kan daarom niet gebruikt worden als basis in deze oefening. Mutatis mutandis is het alsof je voor de berekening van de prijs van een ton staal zou vertrekken van de prijs van een koelkast of van een wagen en dat je die prijs zou delen door het gewicht van die koelkast of wagen. Het is duidelijk dat de staalprijs een rol speelt in de prijs van een koelkast of een wagen, maar het is evenzeer duidelijk dat de prijs van een koelkast of een wagen geen duidelijke indicatie geeft over de prijs van een ton staal. Anders gezegd, een residentiële klant koopt niet meer nucleaire MWh dan dat hij staal koopt per ton. Als de gehanteerde methodologie is gebaseerd op de prijs die door de industriële klanten wordt betaald, is het omdat deze wel “staal kopen per ton”, zij het in de vorm van nucleaire MWh. En zeker niet omdat zij alleen profiteren van het nucleair park.
Inderdaad, door de bedragen van 79 en 72 euro elk voor een derde te weerhouden bij de evaluatie van de nucleaire MWh, maakt de CREG op zijn minst twee fouten:
• Deze prijzen dekken een meer complexe dienst dan een nucleaire centrale kan leveren;
• Deze prijzen stemmen niet overeen met deze die Electrabel in 2007 heeft aangerekend (69 en 66 euro in plaats van 79 en 72 euro zoals weerhouden door de CREG).
3. Heeft de residentiële klant voordeel gehaald, en haalt hij nu nog voordeel, uit de Belgische kerncentrales?
Ja en dit minstens in drie opzichten.
a. Vooreerst heeft de volledige afschrijving van de kerncentrales een programma van prijsdalingen mogelijk gemaakt, dat verder ging dan de vermindering van de afschrijvingen. Zoals volksvertegenwoordiger Deleuze regelmatig herhaalt, zijn er belangrijke prijsdalingen geweest toen hij Staatsecretaris voor Energie was. Hij onderschat echter het bedrag: de Belgische prijzen zijn tussen 1996 en 2003 op jaarbasis gedaald met meer dan 850 miljoen euro (en geen 550). Daarvan kwam 700 miljoen euro ten laste van de productieactiviteit, of drie keer meer dan het bedrag dat de verminderde afschrijvingen van de kerncentrales rechtvaardigde (op jaarbasis maximaal 270 miljoen euro).
Het is duidelijk dat de residentiële klant volop geprofiteerd heeft van deze afschrijvingen. Hij heeft er vandaag trouwens nog baat van. Inderdaad, in tegenstelling tot wat we soms horen of lezen, heeft de liberalisering dit voordeel niet teruggenomen van de residentiële klant. De prijsstructuur die momenteel in België geldt, is nog altijd deze die in voege was tijdens de gereguleerde periode. Bovendien integreert hij nog altijd de verschillende prijsdalingen waarvan hierboven sprake. De prijzen werden gewoon geïndexeerd om de evolutie van de brandstofkost en van de loonindexatie te volgen. Ze werden nooit verhoogd om het voordeel van de afschrijvingen van de nucleaire centrales ‘terug te nemen’ of te ‘confisqueren’.
b. Vervolgens beïnvloedt het gedeelte van het verbruik dat gedekt wordt door basislastcapaciteit, de residentiële prijs per MWh duidelijk naar beneden toe, zoals hiervoor besproken (kleine a onder punt 2). Dit gedeelte wordt geleverd aan dezelfde prijs als aan de industriële verbruiker.
c. Tenslotte speelt kernenergie een belangrijke rol als schokdemper bij prijsverhogingen van petroleum, aardgas of steenkool, en dit door de plaats die het inneemt in het indexeringsmechanisme. Dat valt te merken wanneer een kerncentrale wordt stilgelegd voor onderhoud of voor een interventie. Op dat moment wordt de kerncentrale vervangen door aardgascentrales die duurder zijn. Gevolg: de indexatiefactor stijgt. Het tegengestelde effect (een daling) doet zich voor wanneer de kerncentrale terug in dienst wordt genomen.
Conclusie
Om een nucleaire MWh te evalueren, heeft de methodologie enkel de prijs weerhouden die een industriële klant betaalt omdat dit de enige pertinente prijs is om een getrouw beeld te geven van de waarde van die MWh. “Om de waarde van een ton staal te bepalen, moet worden gekeken naar de prijs die werd betaald door de koper van een ton staal, niet naar de prijs van een wagen.”
Dit betekent dat een niet-industriële klant ook gedeeltelijk wordt bevoorraad met kernenergie. Voor dit gedeelte is zijn prijs gelijk aan de prijs die wordt betaald door de industriële klant, zodat er geen discriminatie is.
De progressieve vermindering van de afschrijvingen heeft het mogelijk gemaakt om belangrijke prijsreductieprogramma’s in te voeren tussen 1996 en 2003. De prijsdalingen waren veel hoger dan de winst die Electrabel er had kunnen uithalen. De residentiële klant haalt vandaag nog altijd voordeel uit die prijsdalingen.
) en zal duurder betaald worden.