Als ge specifiek games bedoelt, dan valt het te zien welk soort game ge speelt. Voor een PC is een game heel simpel. Er worden wat berekeningen gedaan en een aantal keer per second (=fps) smijt ge een nieuw beeld op het scherm. De PC geeft dus gewoon een aantal aparte beelden per seconde weer. Als mens gaat uw brein van al die foto's per seconde een soort film maken. Als er nu erg veel verandering is per beeld, dan gaat ge, bij lage fps, denken dat uw spel hapert, maar alleen omdat uw hersenen al die verandering niet kunnen vatten en niet noodzakelijk omdat er niet genoeg beelden per seconde zijn.
Bij film merkt ge geen hapering meer vanaf 24 fps, maar dit ligt niet aan uw ogen, maar aan het materiaal waarmee film opgenomen wordt. Pelicule wordt per frame een aantal keer aan bestraald door licht, wat uiteindelijk leidt tot een opname. Het feit dat er een minieme tijd tussen die bestralingen zit leidt tot heel kleine foutjes in de opname. Voor uw hersenen geen probleem vermits die zelf een soort fout inbouwen bij het bekijken van een film en ge dus de indruk van een vloeiend geheel krijgt. Hetzelfde principe geldt voor digitale camera's, maar die komen tot een opname met CCD's.
Vergelijk het met het snel bewegen van uw hand en het traag bewegen van uw hand. Snel bewegen geeft een wazig beeld, terwijl traag bewegen een heel scherp beeld geeft. In uw hersenen denkt ge dus "Snel = onscherp, traag = scherp". Bij film is dit automatisch zo omdat de apparatuur zelf die onscherpte inbouwt. Bij games is die niet zo omdat uw PC gewoon een aantal keer per seconde een perfect scherp beeld geeft. Uw hersenen moeten dus die onscherpte zelf toevoegen. Als er dan bruuske veranderingen per overgang zijn, dan denkt ge dat ge een schokkerig spel speelt. Vergelijk een shooter maar is met een flight sim. Een shooter spelen aan 30 fps is om hoofdpijn van te krijgen, terwijl een flight sim aan 30 fps perfect genietbaar is.