Wij zitten ook met dat soort dilemma's.
Zelf ben ik vrij afgelegen opgegroeid. Als kind heb ik dat altijd als een groot voordeel ervaren. Ruimte, vrijheid, kampen bouwen, met machines werken, ... Heerlijk! En ok, om te gaan spelen bij een vriendje moest dat met de auto en moest dat dus ingepland worden. Maar bon, ook als je niet-afgelegen woont maar je moet een druk kruispunt over of een andere gevaarlijke baan passeren, dan zouden nog altijd veel ouders hun kinderen met de auto brengen zolang ze <12 jaar ofzo. Denk ik dan. Niet?
Ik merkte wel een omschakeling van zodra ik in mijn puberteit kwam. Toen begon ik echt het FOMO-gevoel te krijgen: wat zit ik hier zo afgelegen te doen? Ik wil naar de stad. Ik wil bij mijn vriend(inn)en zijn. Ik wil die vrijheid om spontane ontmoetingen te hebben. Enzovoort. Dus dat was telkens wel een strijd met mijn ouders. Was ik daar dan doodongelukkig? Neen, dat nu ook niet. Ik kon nog steeds wel genieten van de rust en de natuur, maar de balans sloeg wel over naar stad.
Toen ik op kot ging was dat dan ook een fantastische ervaring. Sindsdien ben ik altijd in de stad blijven wonen.
Maar sinds we de kinderen hebben verlang ik toch precies weer naar de rust en stilte van vroeger. De parkeerplaats voor de deur. De absolute zekerheid dat wanneer je WIL slapen, je ook KAN slapen, zonder op random uren gewekt te worden door buren, lawaai op straat, een johny-bak die passeert, enzovoort.
Alleen vraag ik mij nu af of dat dan geen egoïstische keuze is en hoe onze kinderen daar zouden aarden.
Zelf ben ik vrij afgelegen opgegroeid. Als kind heb ik dat altijd als een groot voordeel ervaren. Ruimte, vrijheid, kampen bouwen, met machines werken, ... Heerlijk! En ok, om te gaan spelen bij een vriendje moest dat met de auto en moest dat dus ingepland worden. Maar bon, ook als je niet-afgelegen woont maar je moet een druk kruispunt over of een andere gevaarlijke baan passeren, dan zouden nog altijd veel ouders hun kinderen met de auto brengen zolang ze <12 jaar ofzo. Denk ik dan. Niet?
Ik merkte wel een omschakeling van zodra ik in mijn puberteit kwam. Toen begon ik echt het FOMO-gevoel te krijgen: wat zit ik hier zo afgelegen te doen? Ik wil naar de stad. Ik wil bij mijn vriend(inn)en zijn. Ik wil die vrijheid om spontane ontmoetingen te hebben. Enzovoort. Dus dat was telkens wel een strijd met mijn ouders. Was ik daar dan doodongelukkig? Neen, dat nu ook niet. Ik kon nog steeds wel genieten van de rust en de natuur, maar de balans sloeg wel over naar stad.
Toen ik op kot ging was dat dan ook een fantastische ervaring. Sindsdien ben ik altijd in de stad blijven wonen.
Maar sinds we de kinderen hebben verlang ik toch precies weer naar de rust en stilte van vroeger. De parkeerplaats voor de deur. De absolute zekerheid dat wanneer je WIL slapen, je ook KAN slapen, zonder op random uren gewekt te worden door buren, lawaai op straat, een johny-bak die passeert, enzovoort.
Alleen vraag ik mij nu af of dat dan geen egoïstische keuze is en hoe onze kinderen daar zouden aarden.
Laatst bewerkt:
.


