Mijn eerste tip is als volgt: luister niet naar leerkrachten in het secundair. Dat klinkt bijzonder hard, maar ik denk dat dat optimaal is. Ge hebt er soms 1 op 20 die waardevol advies te bieden heeft, dus ge kunt best gewoon al hun advies langs u neergooien (zoals ik ook deed bijv, zie verder), want ge kunt het goede van het slechte advies toch nog niet onderscheiden. Leerkrachten, het CLB, enz., die zitten nog vast in een oud paradigma gebaseerd op gemiddelde cijfers van groepen die eigenlijk niet zoveel verschillen. Als ik vandaag terugkijk op wat voor onzin ik gepresenteerd kreeg, dan kan ik eerlijk zeggen dat ik blij ben dat ik nooit écht geluisterd heb. Met één leerkracht kon ik echter zeer goed opschieten, en laat dat nu net die leerkracht zijn die het oudste was. Maar die kon logisch nadenken, zonder bias, en dat is wat je nodig hebt. Helaas zijn er zo maar weinig.
Waarom zou ge dan naar mij moeten luisteren. Wel, dat is eenvoudig: ik zat ongeveer in dezelfde situatie vroeger. Ik zat waar jij nu zat, maar zit nu een dikke 9 jaar verder en heb dus een blik op je toekomst te bieden.
Op het derde deed ik ASO en moest ik afzakken omdat mijn Frans zo slecht was (dat interesseerde mij geen knijt). Dus ging ik naar Handel op het 4e. En tijdens de laatste twee jaren heb ik BI gedaan, waarbij ik zeer goede punten haalde op boekhouden en informatica. De rest was zoals gewoonlijk niet bijster interessant. Uiteindelijk heb ik er toch voor gekozen om naar de universiteit te gaan en TEW te gaan studeren (ondanks dat elke leerkracht mij dat afgeraden heeft). Eerste jaar voldoening, tweede en derde jaar onderscheiding en vierde jaar grote onderscheiding. Daarna nog een master na master in finance: grootste onderscheiding en nu een doctoraat dat binnen een dikke 3 jaar klaar zou zijn. Nooit één herexamen moeten doen. Mijn zomers waren échte zomers. Ik ben niet slimmer dan de meeste mensen, ik doe gewoon moeite om na te denken. Een hoop dingen interesseren mij gewoon, en dus werk ik graag rond die thema's. Het grappige is dat ondanks mijn punten beter en beter werden, ik steeds minder en minder studeerde. Het eerste jaar heb ik echter heel hard gewerkt. Mijn routine was als volgt:
- Tussen 9u en 16u op de campus zijn: ofwel les, ofwel eten, ofwel studeren in de bib
- Na de uren op een weekdag: 2u studeren 's avonds
- In het weekend: 4u studeren per dag
Studeren is dan eigenlijk vooral alles lezen en belangrijke zaken markeren, oefeningen maken, etc. Kortom: zorgen dat ge bij aanvang van de blok uwe shit volledig in orde hebt en ge kunt beginnen met samenvattingen te maken en die écht te studeren. Van TSO naar de universiteit gaan is dan geen probleem. Dat kan iedereen, mits een goede motivatie, een bereidheid om keihard te werken en een gemiddelde intelligentie. Als je uit ASO komt zal je echter een stapje voor hebben op de gemiddelde TSO'er. De reden is eenvoudig: je zult beter voorbereid zijn op de unief. Ze zullen inderdaad overal vanaf 0 beginnen (behalve wiskunde uiteraard, daar moet je wel weten wat een functie is natuurlijk

). Mits hard werken zal je er dus geraken, TSO of ASO, maar met ASO zal je beter voorbereid zijn. Anderzijds was ik op veel vlakken beter voorbereid dan mijn ASO vrienden. Op vlak van boekhouden kickte ik hun ass, want ik kende alles al. Idem voor informatica. Een simpel programma schrijven was een hell voor die mannen, terwijl het eigenlijk zo simpel was. Langs de andere kant was voor mij de wiskunde niet gemakkelijk, terwijl mijn vrienden die “moeilijke integralen” al allemaal hadden gezien. Verder: gezonde interesse zorgt ervoor dat ge hard zult werken en gemotiveerd zult zijn. Dat is, volgens mij, het allerbelangrijkste: motivatie. Elke normale mens kan de universiteit aan, misschien niet elke richting, maar toch veel. De vraag is: willen ze dat ook wel echt?
Maar je bent nu nog maar 16-17 jaar. Ik zou eerlijk kunnen zijn en zeggen dat je op dit moment nog niet echt kunt weten wat je wil gaan doen. Ik heb in mijn leven altijd zeker geweten wat ik wou doen, het probleem was dat zoiets elke 2 jaar veranderde. Vroeger was ik ervan overtuigd dat ik eerste keeper van de Rode Duivels zou worden (lol), daarna ging ik met absolute zekerheid mijn leven spenderen door op zoek te gaan naar mineralen en edelstenen in verre landen, daarna ging ik computergames ontwikkelen, en uiteindelijk ging ik CEO worden van een groot bedrijf. Vandaag zie ik het (hopelijk) wat duidelijker: ik doe een doctoraat in een veld dat niet erg veel mensen interesseert en zal daarmee nooit tot de top geraken. Dat wil ik ook niet. Ik werk om te leven, niet omgekeerd. Ik heb zeker nog de ambitie om ver te willen geraken, maar al die perfecte dromen, die geef je op na een tijd, zo werkt de wereld gewoon niet. De allerbeste worden in iets, dat kan ik gewoon niet.
Wat mijn voornaamste zorg is: je geeft mogelijke interesses voor toekomstige richtingen maar die zijn zo gigantisch breed dat je eigenlijk helemaal niet kunt weten wat je wil doen. En dat hoeft nu ook niet. Weet vooral dat het al dan niet slagen aan de universiteit zal afhangen van je instelling, niet van je achtergrond. Geen universitair gat is groot genoeg om niet opgevuld te geraken door een gezonde motivatie.